Een bad op pootjes en ander lekkers

Onlangs waren we met de twee oudste kleinkinderen in het Eftelinghotel in Kaatsheuvel. Er was wat te vieren: een kroonjaar in de leeftijd van mijn vrouw. Bijna een jaar tevoren hadden we de kamer moeten reserveren, want het loopt er storm. De enveloppe, waarin de bevestiging zat, had al die tijd op de boekenkast in onze woonkamer gestaan. Daardoor hadden ze bij elk bezoek aan ons steeds een stukje kunnen nemen van de voorpret.

En toen was de grote dag daar. Eerst hadden ze ons vier uur lang door de Efteling gesleept; zij met hun kwieke passen, wij er ten langen leste amechtig achteraan sloffend. Toen was het drie uur, het moment dat we onze kamer in een van de torens van het hotel mochten betrekken. Het ging om de Hans en Grietje-kamer. Die ligt op de zevende verdieping en heeft maar liefst 10 ramen, van waaruit je een prachtig uitzicht hebt op alle delen van het middenbrabantse land.

Aan de muren hingen zakken met snoep. Er stonden twee aardewerken huisjes die vol zaten met spekjes. Op alle vier de kussens lagen zuurstokken en ook lag er een hoop snoep in twee schalen. De lampjes waren uitgevoerd als paddestoelen, rood met witte stippen. Er was een bad op pootjes. Daar stond een royale fles met badschuim bij, dus lagen ze even later in geurige wolken in het water. Mijn kleinzoon, die nooit erg spraakzaam is, stond erop vanuit de kamer zijn moeder te bellen om haar verslag te doen en nog nooit had hij een halfuur achtereen zoveel te vertellen gehad.

Daarna was er het diner geweest. De eetzaal zat stampvol met oma's en opa's, kinderen en kleinkinderen en met een bus Engelse Mongooltjes.

In de keuken mochten ze zelf hun ijsjes samenstellen en versieren met glitterfiguurtjes en parasolletjes. Daarna deelden ze nog rijkelijk mee in het toetjesbuffet voor de volwassenen. Bij het ijsjesmaken hadden ze een papieren koksmuts gekregen, maar die op te zetten vonden ze - ze hebben beiden de leeftijd bereikt van 11 jaar waarbij een deel van de onbevangenheid begint te verdwijnen - kennelijk nogal bespottelijk, dus zaten hun grootouders ermee aan tafel.

We hadden in het weekeinde van ons bezoek uitzonderlijk geluk. 's Avonds was er in de Efteling een festival met Lee Towers, Ben Kramer en Willeke Alberti. Waar overdag brave echtparen of grootouders met kleine kinderen de paden vullen, had nu de opgroeiende jeugd bezit genomen van de feeëriek verlichte sprookjeswereld. Velen waren licht aangeschoten, een blikje bier in de hand. Voor vijf gulden kon je een lichtgevend bandje kopen dat om het hoofd werd gedragen en dat op de donkerste plekjes een mysterieus effect gaf. De meeste topattracties, als Droomvlucht, Fata Morgana of de Python, waar je overdag anderhalf uur voor moet staan wachten, waren nu wat eerder te gebruiken. Onze kleindochter wilde per se in de achtbaan. Maar op het moment dat ze zich in de toch nog vrij aanzienlijke rij had gevoegd begon het pijpestelen te regenen. Doorweekt was ze even later bij ons teruggekeerd zonder het genoegen van de achtbaan te hebben geproefd. Ze was lichtelijk gekwetst want jongens in de rij hadden haar uitgemaakt voor 'bangschijter'.

Van de zangers hebben we geen glimp gezien omdat ons het zicht was ontnomen door een zee van paraplu's, het was nu zonder ophouden gaan regenen. Het afsluitende vuurwerk, zo hadden we besloten, zouden we bekijken vanuit onze hotelkamer. De tong hing ons, oudjes, immers op de schoenen na voor de zoveelste keer het hele pretpark te hebben doorkruist. Het vuurwerk was prachtig zoals alles prachtig was.

Tegen middernacht waren ze gaan slapen. Binnen de kortste keren lagen ze te ronken. De volgende ochtend was de kritiek niet van de lucht. “Opa”, zei mijn kleinzoon, “stottert bij het snurken.” En met oma's nachtelijke geluiden was het ook maar slecht gesteld.

Het was zeven uur. Haast was geboden. Beneden in het hotel was een kamer met spelcomputers. Er was een favoriet spel bij, maar dat was de dag tevoren almaar bezet geweest door een Duits jongetje. Ze hadden hem al eens een keer doordringend op zijn schouder getikt, maar het manneke had net gedaan of hij ze niet begreep. Nu, zo vroeg in de ochtend, was het spelletje vrij.

Het ontbijtbuffet werd alle eer aangedaan. Mijn kleinzoon had niet in de gaten dat zijn grootmoeder achter hem stond toen hij jus d'orange aan het tappen was. Het ene na het andere glas goot hij schielijk door de keel. Alsof die kinderen het voelen dat je optimaal gebruik moet maken van deze hoorn des overvloeds, die om de drommel niet goedkoop is. Voor één overnachting in de sprookjeskamer, het diner, het ontbijt en vier toegangskaarten betaal je 700 gulden. Maar wie maalt er om geld als je als rente 24 uur lang de stralende gezichten ziet van je twee kleinkinderen die er bovendien het maximale nut uithalen door er nu op school spreekbeurten over te houden en opstellen over te schrijven?