'Bent u daar nog?'

De keuze voor het zeemansvak kan niet anders dan een bewuste zijn. Zeer weloverwogen besluit iemand van de zeevaart zijn beroep te maken en het grootste deel van zijn leven volstrekt afgesneden van de bewoonde wereld te slijten. Geen tv, geen radio, geen krant en geen telefoon om even te vragen hoe het met de kinderen gaat. Werken en slapen, veel meer dan uit die twee ingrediënten bestaat het ambacht niet. Maar het heeft ook voordelen. Rust! Zonder de blèrende media blijkt er plotseling sprake van een ongekend heilzame rust. Er is weer tijd om een boek te lezen, een gesprek te voeren en vooral om na te denken. Niet dat iemand aan boord het in zijn hoofd haalt zich met zulk soort zaken bezig te houden, maar het zou kunnen.

Nadenken deed in elk geval wel onze bottelier.

Net als alle andere botteliers was onze bottelier dik. Mogelijk propte hij een flink deel van onze voedselvoorraad in zijn eigen mond maar zolang iedereen kreeg waar hij recht op had, maalde niemand erom en ging hij zijn gang.

Maar onze bottelier had zorgen. Zorgen van prettige aard weliswaar maar niettemin piekerde hij zich suf en wie in zijn buurt kwam kreeg ervan te horen. Zijn vrouw was zwanger, acht maanden en nog een beetje. Eindelijk! Zo benadrukte hij opgelucht. Drie jaar waren ze bezig geweest en na anderhalve miskraam was het dan eindelijk gelukt.

Ieder moment kon Scheveningen-Radio zich melden met de boodschap dat het zover was, zodat hij aan wal mocht worden gezet teneinde de heuglijke gebeurtenis te kunnen bijwonen. Tot die tijd bleef de bottelier de radiocentrale in- en uitrennen. Hijgend en met grote opengesperde ogen vroeg hij ons minstens vijf keer per dag of er al nieuws was, maar evenzovele malen moesten we hem zonder bericht retour sturen.

Het was drie uur in de nacht toen onze scheepsnaam op de oproeplijst verscheen. “Telefoongesprek voor Bottelier De Zeeuw aan boord van Harer Majesteits Tjerk Hiddes”, kraakte een schelle vrouwenstem uit de speaker. Zo snel ik kon rende ik door de gangen op zoek naar De Zeeuw, die ik even later in onderbroek en t-shirt achter me aan kreeg. Buiten adem zakte hij in een stoel en kreeg een koptelefoon met microfoon op zijn bezwete hoofd. Nadat ik hem eindelijk had geleerd, dat wanneer hij wilde spreken hij het 'press-to-talk knopje' moest indrukken en om te luisteren weer moest loslaten kon het gesprek beginnen.

Maar hoezeer we ook ons best deden de verbinding was en bleef belazerd, waardoor er van een gesprek geen sprake was. Ergens in de verte klonk wel de stem van zijn vader maar verstaan, ho maar. De bottelier kreeg er de zenuwen van. Na een paar minuten kraken en ruisen besloot de telefoniste zelf de boodschap in de meest korte en duidelijke bewoording door te geven: “Bevalling achter de rug, kind overleden, moeder in levensgevaar. Onmiddellijke overkomst gewenst.”

Als bevroren zat De Zeeuw in de stoel, zijn mond zakte langzaam open en zijn vingers geleden van het spreekknopje.

Een paar tellen gingen voorbij. Toen was de schelle stem terug: “Harer Majesteits Tjerk Hiddes, bent u daar nog?”

Harer Majesteits Tjerk Hiddes was er nog; iets wat van onze bottelier niet meer gezegd kon worden.

    • Marcel Vaarmeijer