Als ik sterf wil ik er verzorgd uitzien

TUZLA, 9 OKT. In een afvoergoot tussen twee perken met afrikaantjes ligt een plasje kinderbloed. Abdel, zeven jaar oud, is dood. De dokter troont het inspectieteam van de VN mee naar een garage en slaat het laken weg. Er liggen nog vijf andere lichamen op de vloer, slachtoffers van dezelfde aanval, maar niemand voelt de behoefte om ze te bekijken.

Precies 36 uur voor het beoogde einde van de oorlog in Bosnië - dinsdag om 00.01 uur gaat het staakt-het-vuren in - is er een zware Servische fragmentatiebom ontploft in het vluchtelingendorp achter het vliegveld van Tuzla.

Kinderen staan met hun buik vooruit langs de straat, hun moeders leunen tegen de gevels van de huizen. Onder een picknicktafel, net als het hele dorp een geschenk van Noorwegen, ligt een opengereten hond. Er knispert glas onder de laarzen van de soldaten - verder is het stil.

Een Bosnische agent met een armband van de MP, de militaire politie, toont de bezoekers een handvol niet ontplofte bommetjes. “In totaal zitten er tweehonderd van deze projectielen in een fragmentatiebom”, zegt hij. “Dit is een misdadig afscheidscadeau van de cetniks.”

Met half toegeknepen ogen schatten de militaire VN-waarnemers (UNMO's) dat het om een orkangranaat gaat, afgevuurd door een raketwerper twintig kilometer verderop. Juist als de Zweedse experts van de Explosievenopruiming zich over de resten van de bom buigen klinkt er een zuigende plof, gevolgd door gefluit. Een vrouw begint hysterisch te gillen. De lucht trilt alsof er een vliegtuig overkomt en dan, na een paar tellen, komt de knal van de inslag.

De menigte stuift uiteen. Een Europese monitor laat zich in de modder vallen, de UNMO's duiken achter een muurtje. “Tango Zulu, can you hear me?”, zeggen ze in hun motorola's. “Er was juist een tweede impact op vijfhonderd meter afstand.” Jasmina, de tolk van de UNMO's, knipt haar tas open en begint haar lippen te stiften. “Als ik sterf wil ik er verzorgd uitzien”, zegt zij. De monitor van de EU komt overeind en slaat de modder van zijn witte broek en zijn witte trui.

Alleen de Bosnische agenten blijven wijdbeens op straat staan. Hoe vaak hebben zij dit al niet meegemaakt? “Meestal zetten ze de radio harder als er een granaataanval is”, leggen de UNMO's uit. “In VN-jargon noemen we dat: 'dekking zoeken in een Bosnische schuilkelder'.” De rijtjeshuizen met hun witgekalkte muren en rode daken lijken op slag verlaten.

Pagina : Inslag live op walkie-talkie

Overal hangt de was buiten, de ramen en deuren staan open, maar de honderden bewoners (afkomstig uit de gevallen moslimenclave Srebrenica) laten zich niet zien.

Vijf minuten lang heerst er een onwerkelijke rust, dan slaat er een derde granaat in. Het groepje buitenlanders krimpt ineen. De camouflagepakken van sommige VN-militairen raken onder de kalkvlekken - zo dicht drukken ze zich tegen de buitenmuur aan die hen moet beschermen. “Tango Zulu: heeft u deze inslag gehoord?” De vierde knal wordt live geregistreerd door het hoofdkwartier op de luchthaven van Tuzla, via de walkie-talkie.

Op de VN-basis is inmiddels het 'schuilkelderalarm' ingegaan. Het personeel gaat ondergronds. Als korte tijd later ook het vliegveld zelf wordt geraakt, negen keer achtereen, kondigt de commandant de alarmfase Rood af: de hoogste staat van paraatheid. Hij roept de hulp van NAVO-vliegtuigen in; Amerikaanse A10-toestellen cirkelen even later boven de bergen, maar komen niet in actie.

Een 69-jarige man wordt buiten de poort van de VN-basis dodelijk getroffen door granaatscherven. In totaal vallen er zondagmiddag negen doden en vijftig gewonden in de omgeving van Tuzla. “De Serviërs zijn niet te vertrouwen”, zegt de verbindingsofficier van het Tweede Legerkorps van het Bosnische regeringsleger. “Het staakt-het-vuren dat morgennacht ingaat is vergelijkbaar met het pact tussen Hitler en Stalin. Dat hield ook niet lang stand.”

    • Frank Westerman