Zuid-Afrika; De ether is nu ook bevrijd in Zuid-Afrika

KAAPSTAD, 7 OKT. Midden tussen de krotwoningen van Khayelitsha staat een container met een bescheiden zendmast erop. Dichter kan een radiostation niet bij zijn luisteraars komen. Het is precies de bedoeling van Radio Zibonele, de etherbuurman op 98.2 FM van tienduizenden inwoners van deze zwarte stad bij Kaapstad.

Binnen in de container wacht de dominee op de klok van negen, wanneer het radiostation begint met een stichtend woord van een van de vele kerken in de omgeving. Zwart pak, gesteven overhemd, strenge das - alsof hij op de televisie moet. Aan de wand hangt de rode On Air-lamp en het zendschema, met viltstift geschreven op drie vellen papier. Programma's over onderwijs, gezondheidszorg, vrouwen, sport, en actualiteiten, de terreinen die de community radio wil bestrijken.

De ether is sinds kort opengesteld in Zuid-Afrika, en in het hele land zijn uit het niets lokale radiostations opgekomen. Inwoners van zwarte townships of zwaar-conservatieve blanke dorpies, universiteiten en kerken verspreiden hun boodschap en muziek in alle talen die het land rijk is. Soms is het amateuristisch en charmant, soms kan het concurreren met de professionele omroep. Voor de buitenstaander die de lokale gemeenschap niet kent, lijken het vaak de kampioenschappen eeuwig doorpraten, maar de makers geloven heilig in deze informatie-van-de-straat. Na de ijzeren regulering van de ether onder het apartheidsbewind, dat zoals alle totalitaire regimes bang was voor vrije geluiden, is de nieuwe zender-anarchie een lust voor het oor. De ether is nu ook bevrijd.

Radio Zibonele zendt sinds 2 augustus enthousiast uit op maandag, woensdag en vrijdag van negen tot negen. Het station heeft driehonderd vrijwilligers en honderdduizenden potentiële luisteraars. Op de bank ligt een vaak doorgebladerd exemplaar van de Staatscourant waarin de regels staan voor radiostations. De regulering van de ether is niet meer in handen van de staatsomroep, maar van een onafhankelijk lichaam, de Independent Broadcast Authority (IBA), dat na een jaar van hoorzittingen en onderzoek de licenties verstrekte.

Luisteraars die vroeger geheel waren aangewezen op de staatszenders in verschillende talen, hebben sinds kort een ruime keus. De ether weerspiegelt de verscheidenheid van de Zuidafrikaanse samenleving. De bekendste zwarte stad, Soweto bij Johannesburg, heeft een eigen station dat onder meer in tsotsi-taal uitzendt, een mengelmoes van zwarte talen, Afrikaans en Engels. Radio Pretoria richt zich op de Afrikaner cultuur en draait Boeremusiek. De zender voor natuurbescherming in Oost-Transvaal noemt zich Radio Safari. De New Pan-Hellenic Voice in Johannesburg zendt uit in Grieks. En Radio Phoenix in Durban belooft binnenkort een Indiase gemeenschap te informeren in Tamil, Hindi, Urdu en Gugerati. Of al die stations gezien hun afhankelijkheid van giften en vrijwilligers zullen overleven is twijfelachtig, maar het monopolie van de staatsomroep Suidafrikaanse Uitsaai Korporasie is voorgoed doorbroken.

“Wij willen Khayelitsha een stem geven”, zegt Nomonde Tshikila. Ze is 28, moeder van twee kleine kinderen en steekt al haar uren in Radio Zibonele als station manager, programmamaakster, boekhoudster en bedelares voor subsidies en beurzen. Na een mislukte studie aan de universiteit werkte ze als schoonmaakster in een fabriek, tot ze hoorde van een cursus voor aankomende omroepjournalisten. “Toen ik jong was, wilde ik al bij de radio werken. Maar wij kenden hier niemand die zoiets deed, die je erover kon vertellen. Wij kenden wel de stemmen, maar nooit de mensen achter de stemmen.” Evenals sommige van haar vrijwilligers volgde ze cursussen die meestal gesubsidieerd zijn door buitenlandse regeringen. Een Australische journaliste van de publieke omroep hielp Zibonele opzetten. Vorige week vertrok Nomonde naar de Verenigde Staten om een opleiding radio-management te volgen. “Ik zal mijn station missen. Het is mijn familie.”

Zibonele wil volgens Nomonde vooral van de luisteraars zijn. “Wij moeten vooral naar hèn luisteren. Wij zijn er voor de gemeenschap en moeten laten horen wat de gemeenschap bezighoudt. Dat betekent dat we vooral onderwerpen moeten aansnijden als huisvesting, werkloosheid en misdaad. Er is veel geweld en criminaliteit in Khayelitsha. Door de jongeren hier bij het station te laten werken, kunnen we er misschien voor zorgen dat ze een andere toekomst hebben dan alleen de misdaad.” Het grootste probleem vindt ze tot nu toe de druk van politieke partijen, die het station willen gebruiken voor hun propaganda. “Ze willen ons inlijven, maar wij verzetten ons. Wij zijn er juist om de gemeenschap zelf aan het woord te laten, zodat de politici weten wat er gaande is. Zo kunnen we de politici ook aan hun beloften houden.”

Voor kleine stations als Zibonele, dat leeft op giften van particuliere stichtingen, is het niet makkelijk aan alle officiële voorwaarden te voldoen. Vusi Sixhaso, een vrijwilliger die de cd's in een groot schrift inschrijft, schudt het hoofd. “De IBA schrijft voor dat zeventig procent van de muziek die we draaien uit Zuid-Afrika komt. Ik zal ze eens bellen dat het ons niet lukt. We hebben gewoon niet genoeg Zuidafrikaanse muziek. We zijn afhankelijk van wat we krijgen”. Als Vusi klaar is met tellen, heeft Zibonele 69 cd's.