Zigeuners

WIM WILLEMS: Op zoek naar de ware zigeuner. Zigeuners als studieobject tijdens de Verlichting, de Romantiek en het Nazisme

353 blz., Jan van Arkel 1995, ƒ 49,50

De studie van Wim Willems naar de bekoring die zigeuners voor intellectuelen hebben is in de beste zin des woords een 'proefschrift': een overtuigend vertoon van onderzoek en analyse op een welomschreven terrein. Bovendien zal het betoog maar weinigen koud laten. Wie zich aan de hand van de auteur langs de kronkelige stamboom van de zigeuners heeft laten zakken, voelt zich na afloop 'sadder and wiser'.

Willems' onderzoek gaat over een beeld van de zigeuners en nauwelijks over de realiteit van het zigeunerleven. Hier geen spannende verhalen over de zwerftochten van de zigeuners door Perzië en Walachije, geen bespiegelingen over hun Egyptische of Indiase afkomst, geen violen rond het kampvuur. Of liever: ze zijn er wel, de verhalen, maar het zijn sjablonen, ontsproten aan de angst en geruchten in oude kronieken, en hoogstens bruikbaar om een literaire traditie te illustreren. Willems beschouwt de veelgeroemde zigeuner-identiteit als een constructie die teruggaat op “naieve etnografie, onkritisch bronnengebruik, selectieve perceptie en romantisch conservatisme”.

Het ontstaan van die constructie, 'de ware zigeuner' uit de titel, legt Willems bloot via een nauwkeurige ontleding van leven en werken van drie sleutelfiguren uit de zigeunerkunde, de Duitsers Heinrich Grellmann (1753-1804) en Robert Ritter (1901-1951), en de Engelsman George Borrow (1803-1881). Grellmann komt de eer toe als eerste een grove schets te hebben gemaakt van een zwerversvolk dat ooit uit India zou zijn gekomen en sinds de vijftiende eeuw op de goedgelovigheid en goedgeefsheid van de Europeanen teerde. Uit elkaar napratende of tegensprekende Renaissance-teksten over verschillende groepen nomaden schiep Grellmann een synthese en voorzag dat 'kunstvolk' van nationalisme en filologie van eigen bodem. Die collage rook erg naar Duits geleerdendom, maar werd een halve eeuw later opgesierd met de romantische belevenissen van George Borrow, een Engelse evangelisator die bijbels colporteerde in Spanje en een zwak had voor zigeuners.

Dit mengsel van fantasie en feiten maakte school en niet alleen in wetenschappelijke kringen. Aan het einde van de vorige eeuw was het ambivalente beeld van de zigeuners, dat zwalkt tussen misdadig en begenadigd, wijdverbreid. Grellmann had al maatregelen voorgesteld om hun zogenaamde zwerflust en lediggang aan banden te leggen en Borrows christelijk paternalisme voegde daar nog een eigen bemoeizucht aan toe. Het grote publiek mocht dan aangenaam huiveren bij de duistere hartstochten van Carmen, de gezagsdragers hielden er veel hoofdbrekens aan over: wie temidden van al die zwervers en armoedzaaiers die langs de wegen trokken, was de ware zigeuner in de zin van Grellmann en Borrow, en verdiende daarom een bijzondere behandeling? De psychiater Robert Ritter bood in de jaren dertig van deze eeuw de helpende hand. Van Ritter staat vast dat hij de zigeuners apart wilde houden, en steriliseren, maar niet dat hij ze gewelddadig wilde uitroeien. Dat was wèl het voornemen van de nazi-instanties die hij van zijn fysisch-antropologische gegevens voorzag; duizenden zigeuners kwamen mede daardoor in de vernietigingskampen.

De lezer blijft kleintjes achter. Toch is een bescheiden protest tegen de fatale kettingreactie die Willems postuleert op zijn plaats. Ten eerste heeft de schrijver zich niet veel moeite getroost de 'rare' opvattingen van de tziganologen te toetsen aan de 'rare' werkelijkheid. Zo blijft hij het antwoord schuldig op onverdachte linguïstische beweringen, dat tussen de Indiase talen en zigeunertalen meer dan toevallige overeenkomsten bestaan.

In de tweede plaats heeft het beeld, ook in zijn overdreven of valse versie, niet alleen tot vervolging geleid, maar ook tot bescherming van de zigeuners. De culturele variant, waar Willems in vergelijking met het wetenschappelijke beeld weinig aandacht aan besteedt, heeft bijvoorbeeld in de jaren twintig in Spanje tot een officiële waardering, in de vorm van festivals en concoursen, van de 'arte flamenco' geleid. Of het nu een volk of een cultus betreft, het romantische imago van begaafde zwervers heeft de dragers ook respect en inkomen verschaft.

    • Samuel de Lange