Wielerscholen en slechte weg harden nieuwe Herrera's

In Colombia zie je overal donkere jongetjes op een veel te grote racefiets. Opvallend vaak staan ze langs de kant van de weg een band te plakken. Soms weten ze ternauwernood een roekeloos rijdende vrachtwagen te ontwijken. Het is de harde leerschool voor een nieuwe generatie professionals.

PAIPA, 7 OKT. Het is een vreemd gezicht. De beroepsrenners rijden in fluorescerende trainingspakken door de sloppenwijken van Paipa. Ze worden nagestaard door blozende meisjes, argwanende mannen en oppassende militairen. Het decor van de wereldkampioenschappen wielrennen overtreft de veelbelovende verwachtingen.

Als Miguel Indurain zich voorbereidt voor een oefentocht wordt hij omgeven door bewonderaars. Ze willen met hem op de foto of ze willen een eindje met hem mee rijden. Indurain is mateloos populair in Colombia, waar de Spaanse televisiebeelden via de kabel worden uitgezonden. El Rey luidt zijn bijnaam. De wielerkoning van Spanje brengt een bezoek aan het continent waar zijn landgenoot Columbus meer dan vijf eeuwen geleden voet aan wal zette.

Colombia ligt voor een groot gedeelte op een plateau, op meer dan tweeduizend meter boven de zeespiegel. Het zijn de uitlopers van de Andes die het fietsen zo vermoeiend maken. Maar de plaatselijke jeugd in het provinciestadje Paipa heeft geen last van de ijle lucht. Met speels gemak rijden ze over de afgebrokkelde wegen. In het spoor van Indurain, Breukink en al die andere Europese coureurs. Breukink geniet van alle aandacht. “In Europa zijn we toch een beetje verzadigd. Daar maak je dit niet meer mee.”

De werkelijkheid in Paipa komt aardig overeen met de sfeertekening van de schrijver Gabriel García Márquez. Hij geeft in De Kampioen van Colombia een beeld van de wielerloopbaan van Ramon Hoyos Vallejo. De zachtaardige atleet uit de provincie Antioquia was in de jaren vijftig de beste coureur van zijn land. Hoyos vertelt in het boek over zijn armoedige jeugd, over de haatgevoelens in Bogota en over de ontberingen in de koers. In de hoofdstad werd hij bekogeld met van alles en nog wat. De kampioen van het platteland reed de helden van Bogota te veel in de wielen. De Kever nam lijfwachten mee als hij naar het zuiden afreisde.

De populariteit van Hoyos wordt overtroffen door de verering die Martin Emilio Rodriguez nog steeds ten deel valt. Hij was de eerste Colombiaanse renner die naar Europa ging. De wereldkampioen achtervolging van 1971 is deze week een graag geziene gast. Op de dag van de individuele tijdrit was Rodriguez een half uur onafgebroken bezig met het uitdelen van zijn handtekening. Over de wielerhistorie van zijn land zegt hij: “Je moet het vergelijken met het Wilde Westen. Fietsen in Colombia was half sport, half folklore. Als het peloton merkte dat de kopgroep te ver weg vooruit was, fietste het niet eens meer naar de finish.”

De nostalgie hoort bij de wielersport, zij levert de mooiste verhalen op. Het relaas dat Lucho Herrera een paar jaar geleden voor het maandblad Wielerrevue uit de doeken deed, is bijna even smeuïg als de biografie die onlangs over Wim van Est is verschenen. De kleine Herrera fietste naar school met een mand vol, door zijn moeder geteelde bloemen. Veertig kilometer met een hoogteverschil van elfhonderd meter. In de bergachtige streek rond Bogota kreeg hij het wielrennen onder de knie. Pedalerend met een klein verzet reed hij naar boven, elke dag weer. El Jardinerito is inmiddels gestopt. Als hereboer geniet hij van het leven, dat tegenwoordig gedeeld wordt met een beeldschone ronde-miss.

De roem van Herrera is onvergankelijk. Hij is de drager van het kruis van de provincie Boyaca, de locatie waar het WK wordt georganiseerd en de streek waar zijn voormalige ploeggenoot Fabio Parra is opgegroeid. Herrera (34) en Parra (35) waren de eerste Colombianen die met succes in Europa fietsten. Met hun aanvallende en onconventionele rijstijl zorgden ze voor een soort revolutie in de wielerwereld. Na hen kwamen de Oosteuropeanen, maar de twee Zuidamerikaanse sterren spraken veel meer tot de verbeelding. Herrera won de bolletjestrui in de Tour van 1985. Parra werd derde in de Tour van 1988.

De slungelachtige atleet is tegenwoordig bondscoach van de Colombiaanse ploeg. De zwarte lokken zijn bijna geheel verdwenen. Parra heeft hoge verwachtingen van de wegwedstrijd die morgen het WK afsluit. “Ik had een grote keuze voor de selectie, want we hebben veel goede renners. Ik moet van het talent een eenheid maken. Er ligt veel druk bij de coureurs. De mensen verwachten een wereldtitel.”

De optimistische geluiden van Parra worden niet gedeeld door zijn oude makker. Herrera is geen bondscoach, hij heeft gemakkelijk praten. Hij bespeurt een toenemende verzakelijking bij de Colombiaanse renners. “Ze willen het liefst zo snel mogelijk rijk worden en gaan allemaal naar Europa. Terwijl mijn generatie vooral voor het land reed. Wij reden in een Colombiaanse ploeg en voor de Colombiaanse vlag. Die mentaliteit mis ik bij jongens als Mejia en Rincon.”

Natuurlijk spreekt een oude kampioen vol minachting over de nieuwe lichting. Vroeger was alles beter, zeker in de wielersport. De voorspelbare opvatting van Herrera lijkt voorbij te gaan aan de realiteit. Toen hij nog fietste beschikte de nationale wielerbond over een rijke sponsor. Café de Colombia vormde een eigen profploeg in de jaren tachtig. Na de daling van de koffieprijzen haakte de sponsor af en werden de opvolgers van Herrera en Parra bijna gedwongen voor een buitenlandse werkgever te kiezen. Alvaro Mejia fietst voor de Amerikaanse Motorola-formatie, Oliveiro Rincon rijdt bij de Spaanse Once-ploeg.

Het WK is een prestigekwestie voor de organisatie. Nooit eerder werd zo'n groot sportevenement van dichtbij meegemaakt. Een Colombiaanse winnaar zou prachtig zijn, maar als het evenement zonder ongelukken verloopt zullen de organisatoren ook in hun handen knijpen. De kampioenschappen hebben ongeveer twintig miljoen gulden gekost. Dat bedrag wordt bijeengebracht door de regering, het levensmiddelenbedrijf Postobon en de radiozender RCN.

De radio drukt van oudsher een belangrijke stempel op het Colombiaanse wielrennen. Zelfs in de Tour de France staan verslaggevers bij de finish gereed om de renners voor de microfoon te laten uithijgen. Ze maken een soortgelijk kabaal als de Braziliaanse collega's bij een voetbalwedstrijd. Ze geven de wielersport een heroïsch karakter. Geen enkele luisteraar merkt wat de radioverslaggever uit zijn duim zuigt.

De televisie heeft een minder sterke band met de Colombiaanse volkssport. Volgens persvoorlichter Giraldo Jimenez heeft de mindere interesse van de tv-stations te maken met de vroege aanvangstijden. “Wielerwedstrijden worden meestal 's ochtends afgewerkt. Dat is historisch zo bepaald. Maar wie gaat er nu 's morgens voor de televisie zitten? Het levert de omroepen te weinig geld op. De sponsors zijn niet geïnteresseerd. Zij hebben meer belangen bij een voetbalwedstrijd die 's avonds wordt gespeeld. Dan kijken de meeste mensen.”

Het WK vormt een uitzondering. De televisie levert deze week mooie plaatjes op en kan de interesse bij de jeugd wellicht aanwakkeren. Het kweken van een nieuwe generatie renners is een serieus probleem in Colombia. Op straat is de animo voor het fietsen erg groot, maar hoe zit het met de doorstroming? De slechte wegen vormen een harde leerschool. En mochten de valkuilen behendig worden ontweken, dan nog bestaat het gevaar van een ongeluk. De gemiddelde chauffeur rijdt als een bezetene.

Stuurmanskunst kunnen de kleine donkere jongens op straat leren, maar voor de fijne kneepjes van het vak zijn ze aangewezen op de 120 speciale wielerscholen, die te vergelijken zijn met de Nederlandse voetbalinternaten. De combinatie van sport en studie moet ertoe leiden dat de opvolgers van Hoyos, Rodriguez, Herrera, Parra en Rincon zich binnenkort zullen aandienen. De jonge fans in Paipa dromen van een grote carrière. Misschien zullen ze ooit ervaren hoe het is om een half uur lang onafgebroken handtekeningen uit te delen.

    • Jaap Bloembergen