'Voor Nederlanders is Kohl niet langer boeman van weleer'; Duitse ambassadeur W. Haas vindt relaties belangrijker dan enquêtes

DEN HAAG, 7 OKT. De Duitse ambassadeur in Den Haag, W. Haas, wil zich “niet gek laten maken” door enquêtes. “Wat telt, is hoe de betrekkingen tussen Nederland en Duitsland écht zijn. Premier Kok kwam woensdag naar mijn receptie ter gelegendheid van vijf jaar Duitse eenwording. Dat is belangrijker dan zo'n rapport.”

Haas belandde toen hij vorig jaar aan zijn ambtstermijn in Den Haag begon, middenin een crisis. De Nederlands-Duitse verhoudingen waren op een dieptepunt beland nadat bondskanselier Kohl op het Griekse eiland Korfoe de benoeming van ex-premier Lubbers tot voorzitter van de Europese Commissie had geblokkeerd. “De emoties zijn hoog opgelopen”, zegt Haas. Maar al snel daarna, met het aantreden van het nieuwe kabinet-Kok, werd het “atmosferisch” beter.

De “persoonlijke chemie” tussen Kok en Kohl is volgens Haas “uitstekend”. “Als er spanningen zijn, zijn die nu handelbaar. Kok en Kohl zeggen je en jij tegen elkaar. Kok zei woensdag op de receptie: 'We hebben de Duitse eenwording gehad, nu de Europese eenwording nog', Kohl denkt daar precies zo over.”

De negatieve houding die Nederlandse jongeren nog altijd hebben tegenover Duitsland, wijt Haas aan het feit dat de verhalen die jongeren te horen krijgen over Duitsland, meestal over de oorlog gaan. “Als ze aan Duitsland denken, denken ze aan het Duitsland van toen. Over het huidige Duitsland hebben ze meestal weinig gehoord.” Bovendien, zegt Haas, was het lange tijd mode onder jongeren om slecht over Duitsland te spreken. Dat verschijnsel is volgens hem nu weer een beetje op zijn retour.

Volgens Haas is de laatste tijd veel van de historisch gegroeide bitterheid verdwenen. Het bezoek van Kohl aan Rotterdam in mei heeft volgens hem veel uitgemaakt. Kohl noemde het bombardement op de stad “misdadig” en riep de jeugd op om mee te helpen aan de opbouw van een verenigd Europa. “Kohl is voor Nederland niet meer de boeman die hij was. Het verwijt dat hij ongevoelig is, hoor je niet meer. Hij heeft eigenlijk alleen maar applaus gekregen.”

Vijf jaar verenigd Duitsland is deze week voorzichtig gevierd. Teveel uitbundigheid zou verkeerde emoties kunnen losmaken. Van die voorzichtigheid, zegt Haas, wordt Duitsland niet moe. “We houden altijd rekening met anderen, ook als er geen directe aanleiding is.” Het enige land dat enthousiast was over de hereniging van Oost- en West-Duitsland, waren de VS, zegt Haas. “Alle andere landen hadden er problemen mee, ook Nederland.” Frankrijk en Engeland verloren hun bijzondere positie in Europa, in Nederland bestond de vrees dat de hereniging zou leiden tot een nieuwe golf van nationalisme in Duitsland. Het is een ganz grosses Meisterstück van Kohl en de minister van buitenlandse zaken, Hans Dietrich Genscher, dat zij al die bezwaren hebben weten weg te nemen, zegt Haas.

Maar de voorzichtigheid blijft. “In Bonn is zeer terughoudend gereageerd op de uitspraak 'Partnership in leadership' van Clinton over Duitsland en de VS. We moeten behoedzaam zijn, maar we kunnen ons ook niet kleiner maken dan we zijn. Er wordt ons in Europa ook om leiderschap gevraagd.” Duitsland toont de laatste tijd meer zelfvertrouwen in de buitenlandse politiek. Haas: “Er zijn natuurlijk altijd gebieden waar we voorzichtig zijn. Zo weten we dat het sturen van grondtroepen naar het voormalige Joegoslavië de vrede daar niet zal bevorderen. Ik zie ook geen Duitse troepen op de Golan-hoogvlakte. Maar we zijn in zoverre weer een normaal land, dat we, als vreedzame middelen in een conflict niet toereikend zijn, weer geweld kunnen gebruiken.”

Het Clingendael-onderzoek van twee jaar geleden ligt voor Haas op tafel naast het laatste onderzoek naar de houding van jongeren tegenover Duitsland. “De trend wordt beter”, stelt hij tevreden vast. “Als de enquête na het bezoek van Kohl was gehouden, was het nog beter geweest.” De persattaché bladert in het rapport. “Kijk”, zegt hij. “In 1993 vond slechts 19 procent Duitsers vredelievend. Dat percentage is nu bijna vijftig.”

In Duitsland was men destijds verrast over de negatieve uitkomst van het Clingendael-onderzoek omdat in het Duitse historische bewustzijn de bezettingstijd in Nederland niet de ergste is geweest. “Gevoelens van zulke hevigheid verwacht men eerder in Polen, waar de meeste concentratiekampen waren.”

De Nederlandse regering wil zich in de buitenlandse politiek meer op Duitsland richten, maar omgekeerd heeft Duitsland Nederland ook nodig, zegt Haas. “We ondersteunen elkaar. We zijn het eens over de Europese politiek. We zijn de enige twee landen in Europa die vinden dat een hechte band met de VS samen kan gaan met verdere Europese integratie. Maar Duitse leiding blijft een gevoelig instrument in Europa, naar Nederland wordt makkelijker geluisterd.”

De belangstelling voor Nederland is in Duitsland de laatste jaren sterk toegenomen, zegt Haas. “Vroeger hadden correspondenten de grootste moeite om hun stukken die niet over dijken of drugs gingen in de Duitse kranten te krijgen. Dat is veranderd. Laatst stond in Die Welt nog een groot stuk over de problemen van oppositieleider Enneus Heerema met de titel: 'De Nederlandse Scharping'.”

In tegenstelling tot de ingewikkelde en negatieve gevoelens die Nederlanders lijken te hebben ten opzichte van Duitsers, is omgekeerd de Duitse blik op Nederland zeer opgeruimd. “Duitsers hebben een romantisch beeld van de Nederlander. Ze zien de Nederlander als een sympathieke, gezellige koopman. Dat hoort bij het grote buur-syndroom. De grote buur denkt over de kleine buur wat minder lang na.”

    • Daniela Hooghiemstra