Uitgaven aan R&D

Grafiek: Nederland geeft beduidend minder uit aan onderzoek en ontwikkeling (R&D) dan de meeste andere OESO-landen. In 1993 werd per hoofd van de Nederlandse bevolking 690 gulden aan R&D besteed. De uitgaven aan R&D, die hoofdzakelijk op produktinnovatie zijn gericht, bestaan voor een belangrijk deel uit loonkosten van het laboratoriumpersoneel.

Volgens de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid is de Nederlandse positie niet al te verwonderlijk. Nederland is namelijk relatief actief in de dienstensector, waar weinig aan R&D wordt uitgegeven.

Daarnaast kennen grotere landen zoals de Verenigde Staten (1.400 gulden), Frankrijk (960 gulden) en het Verenigd Koninkrijk (800 gulden) een omvangrijke (beschermde) defensie-industrie met relatief veel, door de overheid gefinancierde, R&D-activiteiten.

Ten einde aansluiting te houden bij het OESO-gemiddelde gaat de overheid de komende 4 jaar 1,5 miljard gulden investeren in versterking van de technologische basis van de Nederlandse economie. Ruim 70 procent van dit bedrag wordt gestoken in fiscale stimulansen, een gebied waarin het buitenland tot nu toe actiever was dan Nederland.

In 1993 gaven vijf grote bedrijven (Shell, Unilever, Philips, AKZO Nobel en DSM) volgens het CBS bijna 3 miljard gulden (28 procent van de totale Nederlandse uitgaven aan R&D) uit aan R&D in Nederland.

    • Diederik van Erven Dorens