Stappen

REMCO BOAS en ARNO MOL: Amsterdamse Kroegen Encyclopedie

534 blz., Bas Lubberhuizen 1995, ƒ 34,50

Halverwege de jaren zeventig kreeg de aankomende student politicologie aan de Universiteit van Amsterdam tijdens de introductie-periode drie nuttige tips: lees elke week het universiteitsweekblad Folia, bestel je boeken bij Athenaeum Boekhandel en loop eens binnen bij café De Zwart op het Spui. Dit café vormde destijds het verzamelpunt voor linkse studenten, universitaire medewerkers, ambtenaren van de gemeente en hoofdstedelijke (PvdA-)politici. Op zaterdag werd aan één tafeltje steevast gediscussieerd over wat NRC-Handelsbladcolumnist J.L. Heldring een dag eerder “nou weer had geschreven”. Achter de tap stond Freek, Indië-weigeraar en levensgenieter.

De Zwart is een van de 1278 kroegen die Amsterdam rijk is. Het interieur is nauwelijks veranderd en een aantal stamgasten van weleer is er nog te vinden, hoogstens iets naar rechts opgeschoven. En natuurlijk staat het café vermeld in de nieuwe Amsterdamse Kroegen Encyclopedie. Vijf jaar geleden vatte Remco Boas het plan op alle Amsterdamse kroegen te bezoeken en zo'n encyclopedie te maken. Een aantal vrienden ging regelmatig mee op kroegentocht. Het resultaat is een vuistdik naslagwerk dat wat mij betreft meteen vertaald kan worden, want een betere gids voor de café-minnende toerist kan ik mij niet indenken.

Die weet niet dat een bezoek aan Amsterdam onvolledig is wanneer niet ook café 't Smalle aan de Egelantiersgracht is bezocht. Het glas in lood, het trappetje en de lambrizering herinneren aan lang vervlogen tijden. De zelfgemaakte boerenmeiden, boerenjongens en kruidenbitters zijn nog steeds geliefd. Het is een van de weinige cafés waar geen muziek wordt gedraaid.

Terecht besteden de auteurs ruim aandacht aan café Gollem in de Raamsteeg. Het was destijds het eerste café dat Belgisch bier tapte. Nu zijn er zo'n 200 soorten bier te krijgen - de meeste hebben een eigen glas. Er staat ook een Belgische spaarkast waar vaste klanten hun geld in stoppen, dat één keer per jaar wordt gebruikt voor een busreisje naar de Zuiderburen. Café De Ster, voorheen Van Klaveren, is wel bekend bij toeristen, al was het maar omdat het op loopafstand ligt van het Centraal Station. Maar weinigen weten dat daar lange tijd geen vrouwen naar binnen mochten. Er kwamen vooral havenarbeiders die onder het genot van een borrel en een glas bier over alles praatten behalve over voetbal, politiek en godsdienst. Daar kwam maar ruzie van. Tegenwoordig zijn ook vrouwen welkom, maar verder is er gelukkig weinig veranderd. De antieke jeneverpomp staat nog steeds op de bar, er zijn geen krukken en de rood-wit geblokte tegelvloer is al decennia een lust voor het oog.

Stappen deed je vroeger alleen in het centrum van de stad. Daarbuiten waren wel cafés, maar die werden vooral bezocht door wat oudere buurtbewoners, je zag er nauwelijks jongeren. Die situatie is sinds jaren veranderd en misschien wel het meest zichtbaar in De Pijp waar de Carel's cafés een begrip zijn geworden. Carel's 1 is een eetcafé waar niet alleen de buurt maar bezoekers uit de hele stad aan tafel schuiven. Voor de nacht-recreant is er Carel's 2 en voor wie op sjiek wil opent Carel's 4 zijn deuren. Carel's 3, een eetcafé in het centrum van de stad, heeft zich losgemaakt uit het C-concern.

De encyclopedie bevat niet alleen een beschrijving van de 1278 Amsterdamse kroegen, maar biedt ook informatie over hoe iemand na een avondje stappen snel en zonder ongelukken thuis kan komen. De Auto Thuisbreng Service bijvoorbeeld brengt iemand voor 35 gulden in zijn eigen auto naar huis. Niet-rokers worden geïnformeerd over kroegen waar zij zonder gevaar voor hun luchtwegen aan de jenever kunnen nippen. Er blijkt echter maar één te zijn die volgens de auteurs “een echt fatsoenlijke oplossing” heeft: café In de Wildeman, waar een aparte ruimte is voor niet-rokers. Het Amsterdamse café-leven is bepaald niet ingesteld op rolstoelgebruikers, zo blijkt verder. Nieuwe cafés moeten weliswaar een rolstoel-toegankelijke ingang hebben en een aangepast toilet maar voor de oudere cafés bestaan geen regels. “Het gevolg is dat je met je rolstoel alleen naar het café in kunt als je òf een grote blaas hebt of van een groot café of een bar van een sterrenhotel houdt”, aldus de auteurs.

Een encyclopedie zonder fouten is vrijwel onmogelijk. Ook in deze staat er ten minste één: café Rokin 100 bestaat al enige tijd niet meer, maar is er wel in opgenomen. En bij de beschrijving van café Hoppe had niet mogen ontbreken dat het mooiste moment om daar even te zijn Tweede Kerstdag is, wanneer de avond valt.

    • Anneke Visser