Ritzen is te royaal in Nagasaki

In zijn bijdrage 'Tokyo in Tilburg' (NRC-Handelsblad 28 september, Onderwijs en Wetenschap) vermeldt Hans van der Lugt de door minister Ritzen in Japan gedane suggestie om het “armlastige Leidse Herbarium deels over te brengen naar Nagasaki”. De bewindsman zou speciaal hebben gedacht aan de belangrijke Japanse collectie van Von Siebold, één van de wetenschappelijke en cultuurhistorische topstukken van het onderzoekinstituut Rijksherbarium/Hortus Botanicus (RHHB) van de Rijksuniversiteit Leiden.

Hilariteit over zo'n goede grap, want zo leek het, maakt snel plaats voor verbijstering en zorg over het lot van de biologische onderzoekcollecties in Nederland als ze met zoveel gemak in de aanbieding worden gedaan. Laat ik de belangrijkste functies van die biologische collecties nog even op een rij zetten: 1) zij zijn het enige toegankelijke archief van de biodiversiteit op onze planeet; 2) zij vormen de onmisbare basis voor onderzoek om die diversiteit te benoemen en te classificeren en om informatie over aard, nut, verspreiding en oorsprong ervan op te sporen en te ontsluiten; 3) zij zijn een belangrijk leermiddel in de opleiding van biologen; 4) zij vormen een schatkamer waaruit geput kan worden voor publieksvoorlichting in botanische tuinen en natuurhistorische musea.

Kortom, de collecties, samen met de experts die ze wetenschappelijk beheren en met nieuw, selectief verzameld materiaal uitbreiden, leveren de kennisbasis die noodzakelijk is voor goed natuurbeheer en voor duurzaam gebruik van biodiversiteit in al zijn facetten.

Dat dergelijke collecties in Nederland anno 1995 armlastig kunnen zijn is een schande en staat in schril contrast met de lippendienst die de Nederlandse overheid levert aan het belang van biodiversiteit. Het is in wezen een schending van de Biodiversiteitsconventie van Rio de Janeiro, waarvan Nederland één van de eerste ondertekenaars was.

Uiteindelijk is de Nederlandse regering eindverantwoordelijk voor adekwate financiering van biologische collecties zoals die van het RHHB. Een recent rapport van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen wijst daar nog eens op en vraagt de overheid een extra bijdrage van 8 miljoen gulden per jaar om de collecties als operationele Nationale Faciliteit goed te beheren.

Het zou te gek voor woorden zijn om op basis van armlastigheid de familiejuwelen alvast maar te gaan verdelen. Het RHHB werd onlangs door een onafhankelijk internationaal beoordelingscollege gekarakteriseerd als een topinstituut waar excellent onderzoek verricht wordt en dat collecties beheert die een belangrijk nationaal en internationaal erfgoed vormen. Mondiaal behoort het RHHB tot de toptien en een jaar geleden werd het in Europees verband nog een tweede plaats toegekend na de ongeëvenaarde collecties en expertise van de Royal Botanic Gardens Kew in Engeland. Echter, als nog een paar vacatures onvervuld blijven en enkele belangrijke collecties weggegeven worden zal die toppositie zeer snel tot het verleden behoren.

Waarom speciaal de Leidse Von Siebold Collecties niet 'terug' hoeven naar Nagasaki heeft een drietal redenen: 1) Japanse collecties blijven van belang voor het Leidse onderzoek dat zich richt op de flora's van het Maleise gebied (getuige ook de toespraak van H.M. de Koningin bij het statiebanket in Indonesië) en Nederland zelf. Het omgrenzen van Maleise soorten vergt vergelijking met planten uit omringende landen zoals Japan en China; 2) het was Von Siebold die de complete Rijksherbarium collecties in 1830 redde in het opstandige Brussel waar Koning Willem I een jaar eerder het instituut had gevestigd. Collecties van iemand die zo verweven is met de RHHB-historie horen ook uit cultuurhistorische overwegingen in Nederland te blijven; en 3) het retourneren van de collecties zou eigenlijk een posthume belediging van de vele Japanners zijn die dankbaar voor Von Siebolds onbaatzuchtige medische hulp hem overlaadden met naturaliën en etnografica. De vele Japanse geleerden die ook nu nog regelmatig de Von Siebold collecties komen raadplegen hebben daar ook nooit om gevraagd: ze komen graag naar Leiden en bevorderen daarmee ook de Japans-Nederlandse betrekkingen.

Het zou goed zijn als de minister zijn Sinterklaasneigingen in het buitenland zou ombuigen in de richting van de grote biologische collecties in eigen land: die zijn onmisbaar voor de drie missies van zijn ministerie: onderwijs, cultuur en wetenschap, en vormen een trots erfgoed waarmee Nederland zich internationaal kan blijven profileren.

    • Hortus Botanicus van de Rijksuniversiteit Leiden
    • P. Baas