Positie Navo-chef Claes in geding bij opheffen van onschendbaarheid

BRUSSEL, 7 OKT. De gisteren opgelaaide Agusta-affaire achtervolgt NAVO-topman Willy Claes al maanden. De storm wakkerde medio februari aan met een huiszoeking bij de Vlaamse Socialistische Partij (SP) in verband met het mogelijk aannemen van smeergeld van de Italiaanse helikopterbouwer Agusta.

Vier personen uit kringen van de SP werden aangehouden. Eén van hen bekende dat hij voor de partij 50 miljoen frank (ruim 2,7 miljoen gulden) had gekregen, waarvan een deel van Agusta. Een ander beweerde dat Claes commissiegeld had ontvangen. Claes gaf eind 1988 als minister van economische zaken zijn fiat aan het Agusta-contract en de bijbehorende compensatie-orders, waaronder de bouw van een fabriek in het Limburgse Lummen - zijn kiesdistrict.

Claes heeft altijd zijn onschuld volgehouden. Toen de eerste berichten over mogelijke Agusta-steekpenningen voor zijn partij bekend werden, was het hem alsof “de pannen van het dak” vielen. Claes zei dat hij “niks te versteken” had. “Ik heb nooit niks mispeuterd.” De NAVO-topman hield vol zelfs “nooit of te nooit” van enig voorstel over een gift van Agusta te hebben gehoord maar moest die bewering enkele dagen later herroepen toen een sleutelverdachte in de Agusta-zaak bekende dat hij de partijtop - onder wie Claes - begin 1989 op de hoogte had gebracht van een aanbod.

Kort daarop werd de voormalig kabinetschef van Claes, Johan de Delanghe, aangehouden. Begin maart werd een huiszoeking gedaan bij vliegtuigbouwer Dassault, die de SP mogelijk 10 miljoen frank betaalde voor een contract voor modernisering van F-16 straaljagers. Claes kwam helemaal in een lastig parket toen een speciale Kamercommissie begin april een verzoek van het Hof van Cassatie inwilligde om zijn ondervraging mogelijk te maken. Hoewel gespeculeerd werd over zijn aftreden, weigerde de NAVO-topman op te stappen.

De Agusta-affaire, die begin vorig jaar begon in Wallonië, vloeit voort uit het onderzoek naar de nog altijd onopgeloste moord op de Luikse socialistische voorman André Cools, vier jaar geleden. Begin vorig jaar moesten drie kopstukken van de Parti Socialiste opstappen: minister van defensie Guy Coëme, de Waalse premier Guy Spitaels en de Waalse minister van binnenlandse zaken Guy Mathot (de 'drie Guy's'). In die periode werd ook de naam van Claes genoemd. Deze stapte toen vrijwillig naar de onderzoeksrechter.

Uit het gisteren uitgelekte rapport van het Hof van Cassatie aan de Kamer blijkt dat justitie verder onderzoek wil doen naar mogelijke betrokkenheid van Claes in een smeergeldaffaire. Een speciale Kamercommissie brengt binnenkort advies uit aan het parlement, dat moet beslissen of de NAVO-topman in beschuldiging wordt gesteld. Deze procedure wordt gevolgd omdat de feiten betrekking hebben op de periode waarin Claes minister was.

Het is mogelijk dat een meerderheid van de bijzondere Kamercommissie of van de Kamer zegt dat het rapport van Cassatie te licht is. Dat is al eerder gebeurd met de Waalse socialistische voorman Philippe Moureaux, in de zogeheten Uniop-affaire. Beslist de Kamer dat Claes in staat van beschuldiging wordt gesteld, dan wordt de positie van secretaris-generaal van de NAVO, die hij sinds september vorig jaar bekleed, onhoudbaar. Het onderzoek kan jaren voortslepen en het Westers bondgenootschap, dat in een cruciale fase verkeert, kan bezwaarlijk al die tijd worden geleid door een secretaris-generaal in staat van beschuldiging.

    • Birgit Donker