Oud-minister Oei worstelt nog steeds met Nieuwe Orde

'Een vervloekte nationale tragedie.' Zo noemt de Indonesiër mr. Oei Tjoe Tat, jurist en in ongenade geraakte ex-minister, de couppoging tegen het bewind van Soekarno, nu dertig jaar geleden. Jaren na dato schreef deze 'troubleshooter' van de toenmalige Indonesische president zijn memoires.

JAKARTA, 7 OKT. Op 27 september, om vijf uur in de namiddag, bellen drie geüniformeerde ambtenaren van het openbaar ministerie aan op een adres in de Jakartaanse villawijk Menteng. Daar woont mr. Oei Tjoe Tat, jurist en oud-minister onder wijlen president Soekarno. Mevrouw Oei wekt hem uit zijn namiddagslaapje. De oude man, half verlamd door een herseninfarct, weerstaat de aandrang van zijn echtgenote om zich eerst wat te fatsoeneren - “Ze moeten niet denken dat ik bang ben” - pakt zijn stok en loopt langzaam naar de deur. De drie ambtenaren springen spontaan in de houding en salueren. “Wat doen jullie nu”, vraagt de heer des huizes verbaasd. “Meneer Oei, u bent hoe dan ook minister geweest.” Ze overhandigen hem een langwerpige bruine enveloppe.

De brief behelst besluit nr. 111/JA/09/1995 van de procureur-generaal van de Republiek Indonesië 'inzake het circulatieverbod voor het drukwerk/boek getiteld Memoar Oei Tjoe Tat - Pembantu Presiden Soekarno (Memoires van Oei Tjoe Tat - Assistent van president Soekarno)', gedateerd 25 september 1995. De overwegingen: “Onderhavig drukwerk/boek is misleidend, het verdraait de geschiedenis, vernedert de regering van de Nieuwe Orde en de nationale leider. Dit kan onjuiste opinies doen postvatten, vooral onder de jonge generatie, hetgeen onrust kan wekken en uiteindelijk de openbare orde bedreigen.”

Bijna dertig jaar eerder, op 13 maart 1966, ontving Oei op hetzelfde adres in Menteng een andere brief, toen uit handen van de militaire politie. Daarin stond dat hij met onmiddellijke ingang “in het persoonlijke belang van de minister” huisarrest kreeg. Het schrijven was ondertekend door 'Soeharto, luitenant-generaal', tegenwoordig president van Indonesië. De generaal had vijf maanden daarvoor als commandant van de Strategische Reserve korte metten gemaakt met een coup-poging van linkse officieren. Na de afrekening met de putschisten volgde een bloedige campagne tegen de communistische partij (PKI), die de schuld kreeg van de coup. Generaal Soeharto betichtte president Soekarno van een vrijage met de PKI en zon op middelen om hem aan de kant te schuiven.

Op 11 maart 1966, na omsingeling van het presidentiële paleis door paracommando's en na tussenkomst van drie collega-generaals die Soekarno een ultimatum hadden overhandigd, had Soeharto van de president een verklaring losgekregen. Die machtigde hem “alle noodzakelijke stappen te ondernemen om rust en orde te verzekeren en een stabiele afwikkeling van het landsbestuur te waarborgen”. Deze zogenaamde 'volmacht van de 11de maart' benutte Soeharto om de PKI te ontbinden en leden van Soekarno's kabinet in verzekerde bewaring te stellen. Voor Indonesië betekende dit het begin van een Nieuwe Orde, waarin de militairen de dienst uitmaakten. Voor minister Oei Tjoe Tat begonnen elf jaar en negen maanden van gevangenschap met pas na tien jaar, in februari 1976, een schijnproces. In december 1977 kwam hij vrij.

Pag.4: 'Een vervloekte nationale tragedie'

Op aandringen van de Amerikaanse politicoloog en Indonesië-kenner Daniel Lev en - na zijn attaque in 1985 - ook van zijn vrouw schreef Oei Tjoe Tat zijn memoires. Het boek bevat hoofdstukken over zijn kinderjaren in de Middenjavaanse vorstenstad Solo, over zijn middelbare schooltijd aan de HBS in Semarang, zijn studie aan de Rechtshogeschool te Batavia, die werd onderbroken door de Japanse bezetting, over zijn ervaringen als advocaat in de jaren vijftig en sinds december 1963 als minister zonder portefeuille, in Oei's eigen woorden als 'troubleshooter' van president Soekarno.

In 1959 verbood Soekarno twee hem onwelgezinde partijen en voerde hij de 'geleide democratie' in, in feite een vorm van autocratie. Sindsdien waren het leger en de PKI de enige machtsfactoren van betekenis naast de president, die deze politieke tegenvoeters behendig tegen elkaar uitspeelde. Soekarno voelde zich omgeven door machtsbeluste intriganten en had behoefte aan een vertrouwensman. Hij nam Oei op in zijn kabinet omdat die lid was van de Partindo, een links-nationalistisch partijtje van Soekarno-getrouwen, en omdat hij hem als etnische Chinees niet verdacht van politieke ambities. Oei's loyaliteit aan de president berustte op een mengeling van plichtsbesef en bewondering: “Bung (oudere broer) Karno was een groot man, een echt mens, maar hij had forse zwakheden.” Volgens Oei kon hij de Leider van de Revolutie de waarheid zeggen, mits hij diens ijdelheid ontzag en zorgde dat niemand meeluisterde.

In zijn 'Memoar' maakt Oei geen geheim van zijn sympathie voor Soekarno, maar in zijn beoordeling van historische gebeurtenissen toont hij zich vooral jurist. In de nacht van 30 september op 1 oktober werd de precaire machtsbalans ruw verstoord. Een handjevol links georiënteerde officieren, gesteund door het presidentiële garderegiment, ontvoerde en vermoordde zes door hen als pro-Amerikaans gebrandmerkte generaals die ze betichtten van coup-plannen. Ze beweerden de president in bescherming te willen nemen, maar verklaarden diens kabinet demissionair. Oei spreekt in zijn memoires van een “vervloekte nationale tragedie” en “een coup tegen het wettige gezag”.

Kort daarna kreeg Oei opdracht van Soekarno om met de nodige discretie na te gaan welke hoge officieren er nog loyaal waren aan de president. Om die reden voerde hij ook gesprekken met Soeharto, die de putsch had neergeslagen en inmiddels chef-staf van de landmacht was. Uit Oei's verslag moet de lezer opmaken dat Soeharto president Soekarno maar een leider van niks vond, omdat hij geen vuist wenste te maken tegen de PKI en het land in internationale avonturen had gestort, zoals de confrontatie met Maleisië. Oei's boek besluit met de conclusie dat de machtsovername door Soeharto in feite een 'sluipende staatsgreep' was, op z'n Javaans: alon-alon asal kelakon (kalm aan, als het maar voor elkaar komt).

Oei: “Sommige mensen wijten het verbod van mijn boek aan de passage over een 'sluipende coup'. Die zou volstrekt in strijd zijn met de officiële versie. Welnu, dat laat mij koud. Dit is mijn overtuiging. Ik heb nooit beweerd dat Pak (vader) Harto geen patriot is. Hij zag de dingen anders dan Bung Karno en zijn overtuiging noopte hem diens bewind omver te werpen. Ik hou echter voet bij stuk dat dit regime niet met legale middelen aan de macht is gekomen. Is het legaal om het presidentiële paleis met een troepenmacht te omsingelen op het moment dat het kabinet in vergadering is? Is het legaal als men de wettige president onder huisarrest plaatst en ministers uit zijn kabinet gevangen zet? Ik vind de bewering van dit bewind dat het de macht langs constitutionele weg heeft veroverd, grenzen aan hypocrisie. Geef toe dat je naar Soekarno bent gestapt, hem gezegd hebt dat hij faalde in de uitoefening van zijn ambt en de republiek in gevaar bracht, en dat je gedreigd hebt geweld te gebruiken als hij niet opzij ging.”

Oei vindt het vreemd dat men hierover valt: “Zoveel regimes zijn geboren langs illegale weg. Indonesië kon zich niet wettig losmaken uit de Nederlands-Indische Staatsregeling. De Verenigde Staten hebben zich niet constitutioneel vrijgemaakt van Engeland. Nederland stond nota bene op tegen de koning van Spanje. Toch erkent de wereldgemeenschap deze regeringen en dat is normaal. Ik heb op de Rechtshogeschool geleerd dat ieder regime inconstitutioneel begint, maar als het in de loop der tijd bewijst dat het in staat is de soevereiniteit van de staat te garanderen, kan voorzien in de meest elementaire levensbehoeften van het volk, door de overgrote meerderheid van de bevolking wordt gehoorzaamd, in staat is orde en rust te handhaven en door de internationale gemeenschap wordt erkend, dan is dat bewind legitiem geworden. Dat is gebeurd en inmiddels erken ik Soeharto en zijn regering als een wettig bewind. Is dit standpunt vernederend voor de Nieuwe Orde?”

Aan de vooravond van de vijftigste verjaardag van de Indonesische strijdkrachten, hield chef-staf generaal Feisal Tanjung deze week zijn jaarlijkse televisierede. Hij deed “een beroep op alle lagen van de bevolking, in het bijzonder de jonge generatie, om hun aandacht niet te laten verslappen tegenover het communistische gevaar”. Dat zou opnieuw de kop opsteken, onder meer “in de vorm van recente publikaties die de historische feiten verdraaien en de regering van de Nieuwe Orde in een kwaad daglicht stellen”.

Oei voelt zich niet aangesproken: “Een oud lied. De raison d'être van dit bewind is de omverwerping van de Oude Orde omdat die pro-communistisch zou zijn. Ik heb nooit gesympathiseerd met het communisme. Voor mij zijn deze alarmerende verhalen een excuus om het bestel niet te veranderen. Men is niet gelukkig met de steeds luider klinkende roep om rechten en democratie. Als die ontwikkeling doorzet, komt het bewind immers in gevaar.”

    • Dirk Vlasblom