Olympische droom wereldkampioene aan duigen

Voor iedereen staat vast dat judoka Monique van der Lee volgend jaar niet bij de Olympische Spelen in Atlanta op de mat staat. Behalve voor Monique van der Lee zelf. De wereldkampioene in de klasse alle categorieën weigert zich erbij neer te leggen dat de eer deze keer naar haar eeuwige rivale Angelique Seriese gaat. Ze blijft vechten, tegen beter weten in.

TILBURG, 7 OKT. Welgeteld één pilsje dronk Monique van der Lee nadat ze de gouden medaille had gewonnen. Niet om te vieren dat ze op de tatami in Tokio wereldkampioen alle categorieën was geworden, maar omdat ze bij de dopingcontrole geen plas kon doen. Kort daarvoor was er uitzinnige vreugde en werd de nieuwe wereldkampioene bejubeld. Door clubcoach Peter Ooms, door “de meiden” die ademloos langs de kant van de mat hun landgenote een Chinese van ruim honderd kilo hadden zien overwinnen, en door de duizenden Japanse toeschouwers “die altijd op de hand van de kleinste” zijn.

Het titelgevecht in de Makuhari Event Hall begon zondagavond rampzalig voor de 21-jarige studente economie. Het bandje op haar walkman met “ruige muziek” - een cadeautje van twee vriendinnen die dachten dat het haar agressiever zou maken - leek zijn uitwerking aanvankelijk te missen. Toen de Nederlandse judoka (85 kilo) met haar buik op de mat lag, werd ze tot drie keer toe met speels gemak door de “dat Chinese beest” opgepakt en even zovele keren weer op de vloergesmeten. “Ik dacht, hier kom ik niet weg, dit gaat niet goed. Wat zij deed mag niet, maar de scheidsrechter liet doorgaan.”

Even later waren de rollen omgedraaid, dankzij de 'overname' van Van der Lee. Met een speciale techniek overrompelde ze de Chinese: “Als de tegenstander inzet neem je hem meteen achterover. In Europa weten ze inmiddels wel dat ik het vaak zo doe, maar zij trapte er in.” Voordat Sun zich realiseerde wat haar overkwam, lag ze verstrengeld in Van der Lee's beslissende houdgreep. “Ik schrok er zelf van en dacht: oh shit, oh shit, ik word het!”

Terwijl Van der Lee haar krijsende tegenstandster stevig beethield, keek ze naar het scorebord. De seconden - 25 in totaal - tikten één voor één weg. “Ze lag nog behoorlijk te spartelen, maar ik dacht: ik zal je krijgen mens.” De Nederlanders langs de kant telden hardop mee. “Dat was echt gaaf.” Na 25 seconden was er goud, de “roes” was voorbij.

Veel tijd om de overwinning te vieren was Van der Lee niet gegund. Ze werd meteen naar een persconferentie gedirigeerd, waar Japanse journalisten slechts drie vragen stelden. In het kantoor van haar coach dreunt ze ze op: “Hoe oud ben je, hoeveel weeg je en hoe vond je het.” Vervolgens zat ze tweeëneenhalf uur in de toiletruimte voor de dopingcontrole. “Het was daar heel vies. Er stond een pot en ik kon zien dat anderen daar ook in hadden geplast. Zes zusters en een dokter erbij, één zuster ging mee naar binnen. Dat was een anti-climax.”

Na middernacht arriveerde Van der Lee in haar hotel, waar ze door Ooms en een stel Nederlandse verslaggevers werd opgewacht. Haar kamer was versierd met Japans wc-papier, er stond een taart en er lag een kimono. Het kledingstuk was een presentje van de WK-organisatie. De enige uitspatting waar Monique zich die nacht aan overgaf, was een ererondje over de gang, in kimono. Na een paar uur geslapen te hebben - gouden plak op het nachtkastje - wachtte het vliegtuig naar Nederland al weer.

Monique van der Lee stapte voor het eerst op de judomat toen ze vijf jaar was. Aan de hand van haar oudere zus Saskia ging ze elke week naar de club. Voordat ze op haar elfde naar het Noordbrabantse Rijen verhuisde, was ze al verschillende keren kampioen van Noord-Holland geworden. Niet alleen met judo - waar ze toen al vrijwel uitsluitend tegen jongens vocht - ook bij het zwemmen. In Noord-Brabant lag ze elke ochtend in het zwembad, 's avonds trok ze samen met haar zus het witte judopak aan. Toen Van der Lee twaalf of dertien was, besloot ze zich uitsluitend op judo te concentreren.

Sindsdien sleepte ze veel prijzen in de wacht. Te veel om allemaal te bewaren, dus gaf ze onlangs een grote partij bekers en aanverwante trofeeën met de vuilnisman mee. “Van de open Tilburgse kampioenschappen en zo. Ik had ze allemaal in dozen verpakt. Maar wat moet je er mee?” Ze werd zo vaak Nederlands kampioen dat ze de tel is kwijtgeraakt. Nu tellen alleen de grote prijzen: behalve de verse wereldtitel de Europese kampioenschappen in 1991, 1993 en 1994.

De pupil van Peter Ooms en hulptrainer Jan Joosen moet nu lijdzaam toezien hoe Angelique Seriese haar op weg naar Atlanta op punten verslaat. Beide judoka's zijn Europees en wereldkampioene, maar slechts een van beiden mag op de Spelen uitkomen. Voor elk onderdeel mag een land één deelnemer uitzenden en aangezien de klasse alle categorieën niet op het olympische programma staat, stond bij voorbaat vast dat of Seriese of Van der Lee gedoemd was thuis te blijven.

Om die tweestrijd niet met slaande ruzies gepaard te laten gaan, kwamen beiden begin dit jaar onder auspiciën van de judobond een contract overeen. Daarin waren de selectiecriteria met een bijbehorende puntentelling vastgelegd, om te bepalen wie er naar Atlanta uitgezonden zou worden. Wie op 1 maart volgend jaar de meeste punten heeft vergaard, mag naar de Spelen. Omdat ook Seriese in Tokio goud won, in de klasse boven de 72 kilo die wel onderdeel op de Spelen is, zijn de kansen voor Van der Lee verkeken. Zelfs als zij begin volgend jaar de toernooien in Parijs en München op haar naam schrijft, kan ze haar eeuwige rivale niet meer passeren.

Van der Lee krijgt de naam van Seriese nauwelijks over haar lippen. Ze praat liever niet over haar concurrente, met wie de verhouding nog het best te typeren is als een vreedzame coëxistentie. Maar als ze het doet, duidt ze haar bij voorkeur aan als 'ze' of 'zij'. Toen Seriese vorige week donderdag in de klasse boven de 72 kilo haar Chinese opponente met overmacht versloeg, lag de olympische droom van Van der Lee aan gruzelementen.

“Het was meteen duidelijk dat het over was voor mij. Als je reëel kijkt ga ik niet, maar zo lang zij haar ticket nog niet op zak heeft, heb ik hoop en blijf ik er voor knokken. Ik blijf Angelique op de hielen zitten.” Van der Lee maakt meteen duidelijk dat ze daarmee niks wil afdoen aan Seriese's wereldtitel. “Ik heb haar meteen gefeliciteerd en even naar haar medaille gekeken. Ik vind het echt wel knap, maar aan de andere kant...” Er volgt een korte, maar veelzeggende stilte. Daarna verzucht ze: “Zij zal er ook wel van gebaald hebben.”

Van der Lee reageert fel op de vraag of ze niet één keer heeft gedacht, 'ik ben in 1992 in Barcelona geweest, laat Angelique nu maar naar Atlanta gaan'. “Nee, natuurlijk niet. Dat is net alsof ik medelijden met haar heb.” Verbeten: “Zij is m'n grootste concurrent, ze moet er echt af op de mat.” Verschillende keren per jaar staan beide zwaargewichten tegenover elkaar. De laatste keer, in september, won Van der Lee op het nippertje. “Het is altijd maar net. De ene keer win ik maar net, de andere keer zij.”

Van der Lee geeft toe dat ze het aan zichzelf te wijten heeft dat niet zij maar Seriese naar de Olympische Spelen gaat. Ze verschuilt zich niet achter gemakkelijke excuses of gelegenheidsargumenten. “Waar het fout gegaan is? In Parijs eerder dit jaar werd zij tweede en ben ik niks geworden, in München won zij en werd ik tweede. Je gaat zulke toernooien in om te winnen. Naderhand besef je dat daar punten voor de Spelen aan vastzitten.”

Even mijmert Van der Lee in het kantoor van coach Ooms weg in een droomscenario. Ze ziet zich in gedachten met haar grootste tegenstander in Atlanta staan. “Het zou een prachtige finale zijn, ik tegen Angelique op de Olympische Spelen.” Maar de regels van de IOC maken het onmogelijk dat die droom waarheid wordt. Ze kijkt nog eens naar de monsterlijk grote medaille die voor haar ligt. “Een olympische titel heb ik nooit meegemaakt, maar dit vind ik te gek.”

Vandaag wordt ze gehuldigd in het stadhuis van Tilburg. Het eerste wat ze zei toen ze daar van hoorde was dat ze niet, net als in 1991, in een open rijtuig door de stad gereden wilde worden. Zo'n huldiging wil ze dit keer bespaard blijven. “Als je met een team een prestatie hebt geleverd is dat wel grappig, dan kun je een beetje geinen. Maar weer met m'n vader en moeder en andere familie in een koets zag ik niet zitten.” Ze gruwt bij de gedachte. “Stel je voor, weer over de Heuvel, met al dat winkelend publiek op de zaterdagmiddag.”