Kabinet voert schimmenspel op over de staatsschuld

Wie de presentatie van de Rijksbegroting voor 1996 en de Algemene Beschouwingen in de Tweede Kamer heeft gevolgd moet wel tot de conclusie zijn gekomen dat het goed gaat met de ontwikkeling van de Staatsschuld. Alom is - door met percentages te werken in plaats van met absolute bedragen - de indruk gewekt dat het met de schuldquote (schuld als percentage van het bruto binnenlands produkt) wel goed zit.

Met een schuldquote van ongeveer 80 procent halen we weliswaar bij lange na niet het criterium voor 60 procent nodig om tot de Economische en Monetaire Unie te kunnen toetreden. Maar, zo zegt het kabinet, we zijn op de goede weg want de schuldquote daalt. Maar is dat wel waar?

Ik vrees dat we ons met ons allen in de luren laten leggen. Wat zijn de feiten? De regering zegt: de totale overheidsschuldquote in 1994, 1995 en 1996 daalt (zeer gering overigens). Dat is weliswaar de waarheid, maar niet de gehele waarheid. Immers uit hoofdstuk 9 van de Miljoenennota blijkt na bestudering duidelijk dat de staatsschuld niet daalt, maar juist stijgt!

Enkele cijfers ter adstructie:

De totale overheidsschuld (dat is de schuld van de rijksoverheid, die van de lagere overheden en van de sociale fondsen) ontwikkelt zich als volgt: 1994: 481,5 miljard gulden (79,1 procent van het bruto binnenlands produkt); 1995: 501,7 (79,8 procent) en 1996: 518,4 (78,7 procent). Terwijl dus weliswaar de schuldquote daalt, stijgt de overheidsschuld elk jaar in absolute termen (in 1994 met 10,4 miljard, in 1995 met 19,8 miljard en in 1996 met 16,7 miljard gulden)! Wie houdt nu eigenlijk wie voor de gek?

Nog erger wordt het als we de ontwikkeling van de staatsschuld bekijken - dat is de schuld waarvoor juist de Rijksoverheid (kabinet en parlement) verantwoordelijk is. Opnieuw de cijfers over drie jaren: 1994: 384,3 miljard gulden (63,2 procent bruto binnenlands produkt); 1995: 404,7 (63,6 procent) en 1996: 421,4 (64,0 procent). Wat zien we nu? Niet alleen stijgt de staatsschuld in absolute zin (volgend jaar met 16,7 miljard gulden), doch ook als percentage van het bruto binnenlands produkt: in elk van de drie jaren met niet minder dan 0,4 procentpunt. In plaats van de EMU-norm te benaderen, ontwikkelt de staatsschuld zich juist in omgekeerde, dus de verkeerde, richting!

Hoe is het dan toch te verklaren dat zelfs in de Troonrede wordt verklaard dat de overheidsschuldquote daalt, ondanks het feit dat de staatsschuld stijgt? Dat kan alleen omdat de schuld van de lagere overheden daalt resp. gelijk blijft, niet alleen in absolute bedragen maar ook in relatieve zin (in 1994 een daling van 200 miljoen, in 1995 en 1996 een gelijkblijvende schuld van 97,5 miljard gulden, hetgeen leidt tot een quotedaling van 16,2 procent in 1994 naar 15,3 resp. 14,8 procent in 1995 en 1996). Ook de schuld van de sociale fondsen stijgt in de genoemde jaren niet, doch blijft gelijk in absolute termen (7 miljard gulden) en daalt enigszins als percentage van het BBP (van 1,2 naar 1,1 procent).

Dus wie de cijfers nuchter bekijkt moet helaas tot de conclusie komen dat de regering mooi weer speelt (“de overheidsschuld daalt”), doch dat zulks alleen te danken is aan de lagere overheden en de sociale fondsen! De staatsschuld daarentegen stijgt. De regering pronkt dus met andermans veren.

Waarom val ik de lezer (en hopelijk ook “de politiek”) hiermee lastig? Niet omdat ik vind dat de EMU-normen alleen zaligmakend zijn (sprak premier Kok niet van bruto nationaal geluk tegenover bruto nationaal produkt?). Wel om met zijn allen te beseffen dat we met de ontwikkeling van de staatsschuld helaas niet op de goede weg zitten.

Nog een cijfer ter illustratie: als gevolg van de stijging van de staatsschuld in 1996 met bijna 17 miljard gulden is het rijk alleen al in dat jaar een extra rente verschuldigd van bijna 600 miljoen gulden (7 procent van het bedrag gedurende een gemiddelde looptijd van een half jaar).

Zeshonderd miljoen gulden extra rente alleen al in 1996! Terwijl het volk wordt blij gemaakt met allerlei lastenverlichtingen, die psychologisch weinig uitwerking hebben, moet de gewone man in 1996 zeshonderd miljoen, en in 1997 twaalfhonderd miljoen, extra belasting betalen alleen al om de rente over de stijging van de staatsschuld in 1996 te betalen!

Daarom nogmaals de vraag: wie houdt hier eigenlijk wie voor de gek? Het gaat er mij niet om als boekhouder vast te stellen of we in 1997 of in 1999 wel de EMU-norm zullen halen - dat lukt toch niet. Wel wil ik het misverstand bestrijden dat de gewone man meer gebaat is met lastenverlichting dan met beperking van de staatsschuld. Want wie zijn de bezitters van overheidsobligaties? Toch zeker niet de belastingplichtige die alleen loonbelasting betaalt of in de eerste schijf van de inkomstenbelasting valt! Neen, het zijn de 'rijken' (de kleine groep die in de hoogste schijf van de hoogste schijf van de inkomstenbelasting valt), de institutionele en de buitenlandse beleggers. Maar wie vertelt dat aan de man of vrouw in de straat? Die hebben van Prinsjesdag de indruk overgehouden dat het allemaal goed gaat. Het doet me weer denken aan het eerste jaar van het kabinet-Den Uyl. Het kon niet op en aan tegenslagen werd niet gedacht.

En denkt de politiek nu werkelijk dat vanaf 1997 alles beter zal gaan en dat dan - uitgerekend in een periode waarin de conjunctuur over haar hoogtepunt heen zal zijn - wel maatregelen kunnen worden genomen om een verdere stijging van de staatsschuld een halt toe te roepen? Dat het ook anders kan bewijst de Duitse Bondsrepubliek. Daar is door de regering voor 1996 een Sparhaushalt ingediend, welke voor het eerst - ook in absolute termen - een daling van de overheidsuitgaven voorziet. Het kan dus wel!

In Nederland vinden we dat dit blijkbaar (nog) niet hoeft. Dat heeft wel tot gevolg dat de schuld per hoofd van de bevolking - van baby tot grijsaard - volgend jaar met 2,7 procent zal stijgen tot 33.248 gulden. Als de groei van de staatsschuld in dit tempo doorgaat dan zal die in het jaar 2000 zijn gestegen tot ruim 590 miljard gulden, dat wil zeggen tot bijna 37.000 gulden per inwoner (dan 16 miljoen in totaal).

Tenslotte, waarschijnlijk zal ook dit pleidooi voor meer aandacht voor beperking van de staatsschuld - mede en juist op sociale gronden en niet om boekhoudkundige redenen - niet op vruchtbare doch eerder op rotsachtige (politieke) bodem vallen. Alleen de wal - de dreigende niet-toelating van Nederland tot de EMU - lijkt het schip van de almaar groeiende staatsschuld nog te kunnen keren.

    • T.E. Westerterp