Hoe normaal is Japan?

KEVIN RAFFERTY: Japan's Power Houses. The Culture, Mystique and Future of Japan's Greatest Corporations

353 blz., Weidenfeld & Nicolson 1995, ƒ 63,-

Op bladzijde 338 van zijn boek, nadat hij de belangrijkste actoren achter de Japanse economische wereldmacht heeft beschreven, is Kevin Rafferty toe aan een indringende vraag. Is Japan wel te vertrouwen? De vraag is zo plompverloren, dat zij precies aangeeft waar in dit boek de schoen wringt. Het boek gaat helemaal niet over die vraag. Het is een verslag van de Japanse successen en de Japanse problemen - problemen die in het dagelijkse nieuws over het land economische en politieke impasse heten. Rafferty's bijna apologetische beschrijving van de Toshiba's, de Mitsubishi's en de Toyota's maakt de vraag zelfs irrelevant.

In het boek staan meer van zulke krasse vragen en stellingen die verder niet worden geadstrueerd. Om het onaardig te zeggen: het is alsof Rafferty zijn boek af had en toen meende zijn hoofdstukken te moeten kruiden met een aantal prikkelende statements. Rafferty, sinds 1992 correspondent van The Guardian in Tokio, doet daarmee afbreuk aan zijn verder verdienstelijke boek.

Slachtoffer

'Japan begrijpt de wereld niet', is zo'n stelling. Maar dat onbegrip blijkt toch niet uit het wereldwijde succes van de Japanse multinationals waarover hij verhaalt? Eerder het tegendeel, zo blijkt bij lezing van het boek. Dreigend vervolgt Rafferty niettemin: “Het is te vroeg en te alarmerend om te zeggen dat het gevaar bestaat dat de geschiedenis zich zal herhalen, maar er liggen, tenzij Japan zijn houding verandert en het zich meer bewust wordt van de buitenwereld, pijnlijke tijden in het verschiet.” Er is in Japan “gebrek aan informatie over Japans rol en plaats in de wereld”, en dat is “potentieel zeer gevaarlijk”.

Dat zijn grote woorden. En het is allemaal al vaker gezegd, maar dan beredeneerd, in de commentaren en op de opiniepagina's van de grote serieuze Japanse kranten. In deze doorgaans kritische kranten met hun miljoenenoplagen wordt de natie bijna dagelijks opgeroepen de bakens te verzetten. Rafferty's stellingen zijn op zichzelf niet oninteressant, maar ze klinken in de context van dit boek als de vooroordelen die gewoonlijk over Japan worden geuit. Ze scheppen een bepaald beeld en Rafferty doet, ondanks honderden bladzijden nuttige informatie, aan die beeldvorming mee.

Zo wordt vaak gezegd dat Japan verweesd is, geen echte vrienden heeft en daarom - zoals Rafferty in navolging van anderen stelt - zich “slachtoffer, onbegrepen, alleen, uniek en zuiver” voelt. De grondwet is gedicteerd door de Amerikanen, het leger gecastreerd door de grondwet. Japan zou daarom vluchten in verongelijktheid of extreem pacifisme of, nog erger, in revanchisme. Heeft Japan in economisch opzicht immers niet heroverd wat het in militair opzicht verloor? In dat beeld past ook dat Japanse politici en bureaucraten het oorlogsverleden verdraaien en hun verantwoordelijkheid tegenover de wereld ontlopen, dat Japan in moreel opzicht faalt of, nog erger, als natie geen morele principes heeft. Voeg daarbij de buitenlandse politiek, die al vijftig jaar lang wordt voorgeschreven in Washington in plaats van in Tokio, en Japan is behalve amoreel ook anoniem, zonder identiteit, of: een land met een masker op.

Het zijn aspecten van een sociaal-psychologisch beeld waarmee niet wordt getracht de gemoedsgesteldheid van Japan te verduidelijken, maar waarmee zij als abnormaal wordt afgedaan. Er wordt met zulke beweringen alleen iets gesuggereerd en de vraag of Japan wel te vertrouwen is, is dan gauw gesteld.

Begrijpt Japan de wereld niet, zoals Rafferty stelt? Er is geen land waarover zoveel boeken verschijnen en waarover tegelijkertijd zo veel gebrek aan kennis bestaat. Voor hetzelfde geld kan men stellen dat de wereld Japan niet begrijpt, althans niet het verlangen van Japan om als een normaal land te worden beschouwd. Ichiro Ozawa, de facto leider van de oppositie in het Japanse parlement, schreef over dat verlangen een heel boek.

Het is een verlangen dat Duitsland, waarmee Japan in morele zin vaak wordt vergeleken, niet in die mate heeft gekend. In tegenstelling tot Japan werd Duitsland na de Tweede Wereldoorlog snel opgenomen in een economische en een militaire gemeenschap. Het werd Duitsland daardoor gemakkelijker gemaakt te breken met het oorlogsverleden - een verleden dat bovendien de 'verzachtende' omstandigheid had te zijn overwoekerd door een duivels regime, dat niet paste in de continuïteit van de Duitse geschiedenis. Voor Japan gold dat niet. De Amerikaanse bezetter handhaafde de keizer, al verloor die zijn goddelijkheid.

Kohl

Een saillant detail in dit verband is dat anderhalf jaar geleden de Duitse Bondskanselier bij de kwestie over het permanente lidmaatschap van de Veiligheidsraad Japan liet voorgaan, een geste die in Japan opvallend veel aandacht kreeg. Het was alsof Kohl het Japanse verlangen goed aanvoelde en hij de wereld wilde voorhouden: beschouw dit als een normaal land, dan worden zijn historie, tradities en aberraties voor iedereen begrijpelijker. Misschien heeft Kohl op het oog gehad dat die houding Japan in staat stelt, net als Duitsland, eindelijk zijn doopceel te lichten.

    • Paul Friese