Herijking

In het verslag (NRC Handelsblad, 23 september) van de bijeenkomst op het Instituut Clingendael over de nota herijking buitenlands beleid staan enkele onjuistheden. Aan mij worden meningen toegeschreven of zelfs in de mond gelegd die ik in genen dele heb verkondigd. Zo zou ik beweerd hebben dat de positie van Nederland wordt verzwakt omdat in de herijkingsnota de prioriteit van het buitenland beleid niet meer wordt gelegd bij het Atlantisch bondgenootschap. Wie dit ook gezegd mag hebben, ik in ieder geval niet. Mijn stelling was dat de stroomlijning van het buitenlands politieke instrumentarium, zoals in de nota uiteen gezet, inderdaad hoog nodig is gezien de structureel verzwakte positie van ons land sinds het einde van de Koude Oorlog.

Volgens uw verslaggever zouden 'alle sprekers' van oordeel zijn dat het in de nota ontbreekt aan beleidsprioriteiten. In werkelijkheid heb ik hier niets over gezegd. Het verwijt aan de regering geen scherpere prioriteiten aan te geven is mijns inziens namelijk geheel onterecht. Ook de voorgangers van de huidige minister hebben dat immers op zoveel gronden nooit gedaan. De aankondiging dat Europa een hogere prioriteit verdient dan het Atlantische bondgenootschap of andersom; dat economie belangrijker is dan mensenrechten of andersom, zou slechts op grote weerstanden en onbegrip stuiten. Elke minister is gehouden om in de praktijk een zo goed mogelijk evenwicht te vinden tussen verschillende prioritaire beleidsdoelstellingen.

In het algemeen wordt in het verslag de indruk gewekt dat een meerderheid van de Tweede Kamer de nota beneden de maat vindt. Mijn eigen indruk is een geheel andere. De oppositie-partijen zijn begrijpelijkerwijs tamelijk kritisch. De regeringspartijen beschouwen de nota op hoofdpunten als geslaagd. Kritische kanttekeningen betreffen onduidelijkheden of ondergeschikte punten.

    • Bob van den Bos