'Hé, u bent toch die politicus die ook tv-dokter is'

Rob Oudkerk (Amsterdam, 1955) is lid van de Tweede Kamer en voor de PvdA woordvoerder volksgezondheid. Daarnaast is hij huisarts. In die hoedanigheid treedt hij voor de NCRV op in het programma De Spreekkamer.

“Weet je waar ik zo'n moeite mee heb? Als je als politicus voor een zaal of camera verschijnt, dan denkt een deel van de bevolking onmiddellijk: die zal wel iets anders bedoelen dan wat hij zegt. Zo ook in mijn geval. Want welke politicus heeft nou een half uur zendtijd per week?

Ik ga daar niet al te geforceerd over doen. Partijpolitieke onderwerpen vermijd ik, maar neem de 38-jarige vrouw die in de uitzending wil weten of het kwaad kan als ze op latere leeftijd zwanger raakt. Dan kan ik me best de vraag permitteren of dat wel een eigen keuze is. Of het niet eerder het gevolg is van een overheid die geen goede mogelijkheden creëert om naast een baan ook een kind te hebben. Zoiets zou ik ook in een kamerdebat zeggen. Ik ben ik.

Of dit programma in verkiezingstijd goed zou zijn voor voorkeurstemmen, zo wilde een journalist van me weten. Misschien wel. Daar heb ik nog niet over nagedacht. De verkiezingen zijn ver weg. Bovendien hoop ik niet dat burgers op mij stemmen omdat in mijn programma patiënten zo leuk vertellen over hun incontinentieklachten.

Mijn partijgenoten in de Kamer reageren heel vrolijk. Zo van: 'Gadver, zit ik rustig te zappen, kom ik jouw hoofd weer tegen'. Of: 'Goh Rob, volgens mij heb ik het ook aan mijn prostaat'. Ook op straat krijg ik leuke reacties. Tijdens de Dwaze Dagen in de Bijenkorf kwam er een mevrouw op me af: 'Hé, u bent toch die politicus die ook tv-dokter is. Kunt u even kijken?'. Vervolgens kreeg ik een blote rug te zien.

Ik heb me altijd vreselijk geërgerd aan al die medische programma's op televisie die alleen maar de pracht en praal van onze gezondheidszorg laten zien. Neem bijvoorbeeld zo'n programma als Ingang Oost - de ene specialist gebruikt nog duurdere apparatuur dan de ander. Nooit wordt getoond wat de risico's of bijwerkingen van een bepaalde ingreep zijn. Nooit worden de kosten vermeld. Dan laat je de wereld door een sleutelgat zien. Als een patiënt de hele week op televisie al die dure behandelingen en medicijnen krijgt voorgeschoteld, wordt zijn verwachtingspatroon uit zijn verband getrokken. Kijkers hebben het idee dat je ziek de gezondheidszorg instapt en er aan de andere kant weer beter uitkomt. Zo is het natuurlijk niet. Als arts weet ik dat vijfentwintig procent van de medische zorg onnodig is. Dat wil ik in mijn programma laten zien: Dat het slikken van antibiotica ook heel slecht kan zijn en dat een huisarts het ook niet altijd weet.

De patiënten in mijn programma zijn bijna allemaal afkomstig uit mijn eigen praktijk. Dat wilde ik per se zo. De arts-patiënt relatie is fundamenteel. Zelfs al laat je acteur Gerard Thoolen een patiënt met prostaatklachten naspelen, de kijker ziet dat het nep is. In de wachtkamer van mijn praktijk in Amsterdam heb ik een briefje opgehangen met de vraag wie wilde meedoen. Daar reageerde bijna niemand op. Toen ben ik persoonlijk patiënten gaan benaderen van wie ik dacht dat ze geschikt zouden zijn. Als we het helemaal echt willen doen, moeten we natuurlijk eigenlijk een camera in mijn eigen spreekkamer plaatsen. Ik sluit ook niet uit dat dat nog een keer gebeurt. Maar in dit informatieve programma moet je ook echte patiënten laten zien.

In de eerste uitzending doe ik onderzoek bij een vrouw die bang is dat ze een knobbeltje in haar borst heeft. Die vrouw had nogal mooie borsten. Dat vond het publiek, dat vond de cameraman en dat vonden blijkbaar ook de kijkers. Ik kreeg een verwijtende brief van een mevrouw die vroeg waarom ik nou juist voor dat onderwerp een model had ingehuurd. Maar dat was dus niet zo. Als je goed kijkt, zie je ook hoe ongerust die vrouw is. Ik had het onderzoek nog niet eerder bij haar uitgevoerd. In haar ogen lees je: 'Oh God, straks heb ik wat'.

Of je patiënten zomaar op televisie kan brengen? Ik heb er natuurlijk lang over nagedacht. Zo van: Jezus, ik heb een beroepsgeheim. Vandaar dat ik de patiënten een formulier laat tekenen dat ze uit eigen vrije beweging hun klachten voor de camera vertellen. Anders kom ik in de moeilijkheden. Maar mijn patiënten vinden zo'n opnamedag een hele bijzondere ervaring. Achteraf zeggen ze ook vaak: wat goed dat ik dit heb gedaan. Misschien dat ik iets heb kunnen bijdragen aan het bespreekbaar maken van mijn kwaal.

We proberen in de studio de sfeer van een spreekkamer na te bootsen. Dat valt niet mee. Toch werkt het heel goed. In de laatste uitzending zit een vrouw die klaagt over moeheid. Temidden van vier camera's en een floor-manager vertelt ze me dingen die ze mij nog niet eerder had verteld. Ik schrok daar wel van. Het bleek dat ze erg depressief was. Na afloop van de opname ben ik naar haar toegegaan. 'Misschien is het goed als je maandag toch even in mijn echte praktijk langskomt', zei ik. 'Hoezo?', vroeg ze toen. 'Dit is toch echt?' Voor die vrouw was het een gewoon consult.

Als er een tweede serie komt zal ik controversiëler zijn. Nu heb ik het allemaal heel luchtig gebracht. Dan zal ik bijvoorbeeld expliciet zeggen dat het echt bijna altijd flauwekul is om bij rugklachten röntgenfoto's te maken. Op zo'n foto zie je namelijk evenveel als op een vakantiekiekje uit Portugal. Ik wil mensen meer in verwarring brengen. Het is een kwestie van frapper toujours. Als ik 24 keer zeg dat röntgenfoto's bij rugklachten geen zin hebben, dan vragen patiënten daar op den duur misschien minder om.

Nog voor geen miljoen gulden zou ik dit programma voor Veronica of SBS maken. Ik wil niet dat een sponsor bepaalt welke medische behandelingen ik aan de orde moet stellen. Sponsors mogen geen inbreng hebben in mijn programma. Behalve dan inderdaad dat jasje van de Society Shop dat ik in de uitzending draag.''

    • Monique Snoeijen