Franz von Stuck: seks en kitsch en tenentrapperij

Tentoonstelling: Franz von Stuck, Eros en Pathos. T/m 20 jan. Van Goghmuseum, Paulus Potterstraat 7, Amsterdam. Dag 10-17u. Cat ƒ 39,50.

De Jeff Koons van de 19de eeuw: het is verleidelijk om Franz von Stuck, aan wiens oeuvre het Van Goghmuseum nu een overzichtstentoonstelling wijdt, zo te noemen. Net als bij de hedendaagse Amerikaanse kunstenaar Koons immers stond bij de symbolist Von Stuck (1863-1928) provocatie hoog in het vaandel. Tussen hun beider roem ligt honderd jaar, maar de ingrediënten van hun succes lijken dezelfde: een flinke scheut seks, een hoop decoratieve effecten en een humoristische ondertoon die soms onverbloemd ironisch is. Kortom, zowel Von Stuck als Koons schuwen het effectbejag niet en dat heeft geen van beiden windeieren gelegd.

De parallel gaat zelfs zo ver dat Koons München enige tijd als zijn woonplaats verkoos. München, de stad waar de Malerfürst Von Stuck zijn grote successen vierde, in de adelstand werd verheven en een villa liet bouwen die niets minder was dan een tempel voor zijn eigen kunst. De villa is nu een museum, dat het Van Gogh enkele van de sleutelstukken in bruikleen gaf voor deze eerste overzichtsexpositie van Von Stuck buiten het Duitse taalgebied.

De molenaarszoon Von Stuck begon in de jaren tachtig van de vorige eeuw als een vernieuwer, die zich afwendde van het historisme dat hoogtij vierde in de kunst. Hij was één van de oprichters van de Munchense Secession, waar exposities van destijds controversiële stromingen als de Pre-Rafaëlieten en de impressionisten werden gehouden. Het is nu niet meer navoelbaar dat een schilderij als De Paradijswachter uit 1889, het openingsstuk van de tentoonstelling, destijds als zeer modern werd bejubeld. Von Stuck ontving er een flinke geldprijs voor en was in één klap een bekendheid.

Op het doek is een nogal traditioneel geschilderde engel afgebeeld die tegen een fonkelende parelmoeren hemel post vat. Later is wel beweerd dat hij het rijk van de fantasie bewaakt, dat Von Stuck in zijn kunst trachtte te ontsluiten. Echt symbolistisch is wel een stuk uit hetzelfde jaar: Vechtende faunen. De twee mannen met harige bokkepoten gaan elkaar met hun horentjes te lijf, omringd door een publiek van demonische gestalten.

Figuren als de zeemeermin en de centaur ontleende Von Stuck waarschijnlijk aan het werk van zijn symbolistische voorganger Arnold Böcklin, die hij zeer bewonderde. Met zijn landgenoot Klinger had Von Stuck zijn obsessie met de femme fatale gemeen. Zijn twee mooiste uitwerkingen van dat thema zijn op de tentoonstelling te zien; ze zijn iconen van het symbolisme geworden. Anders dan in De kus van de sfinx (1895) is Von Stucks Sphinx van zes jaar later gewoon een op haar buik liggende vrouw die zich op haar ellebogen opricht.

Die houding verleent haar, in combinatie met de hautaine gezichtsuitdrukking, op subtiele wijze het uiterlijk van een katachtig dier. In de sokkel van de vergulde lijst is het mythische verhaal uitgebeeld, terwijl de titel van het werk in grote letters direct op het doek is geschilderd. Er wordt gezegd dat deze poedelnaakte dame zònder die allegorische bedoelingen Von Stuck in problemen gebracht zou hebben met de censuur.

Dat gevaar was niet denkbeeldig: affiches van De kus van de Sfinx waren in 1895 door de Beierse politie in beslag genomen. Het andere populaire stuk is De Zonde, dat geleend is uit de villa Stuck. Het toont een half in schaduw gehulde naakte vrouw, om wier wulpse lichaam zich een wurgslang kronkelt. Zijn vervaarlijke kop met de groene ogen en gemene tandjes duikt vlak naast het uitnodigend glimlachende gezicht van deze mannenverslindster op. Von Stuck liet voor dit pronkstuk een heus altaar bouwen in zijn atelier: bovenin prijkt de vleesgeworden zonde, eronder staan een beeldje van een mannelijke atleet (nu in de collectie van het Van Gogh) en een hypervrouwelijke danseres.

Wat aan het in het Van Goghmuseum nagebouwde altaar ontbreekt, zijn de gordijnen onderaan. Daarachter verkleedden de modellen van Von Stuck zich, wat soms inhield dat ze zich ontkleedden. Het altaar lijkt daarom bovenal een spottende knipoog naar Von Stucks eigen zondige gedachten. Overigens bezit het Keulse Wallraf-Richartz museum een meer scabreuze versie van dit thema, waarin de vrouw over de grond kronkelt en door de slang bemind schijnt te worden. Het zou aardig geweest zijn om de twee te vergelijken, maar dat kan jammer genoeg niet in Amsterdam.

Het koddige schilderijtje De wip beeldt de seksuele opwinding onschuldiger af: twee meisjes schurken heen en weer op een boomstam die zij als wip gebruiken. Ze hebben er - heel aandoenlijk - rode oortjes van gekregen. Zo'n werkje lijkt niet meer dan een grap, net als de scène van twee mannen die vechten om een vrouw. Het object van liefde staat met angstogen en handenwringend terzijde. Dit is een karikatuur van de seksenstrijd, die ook indertijd nauwelijks serieus genomen zal zijn. Behalve verleidelijke vrouwen had Von Stuck een voorliefde voor de mythologische amazone. Zij belichaamt misschien een andere mannenangst, die voor de onafhankelijke, strijdbare vrouw. Het Van Goghmuseum kocht twee jaar geleden de Gewonde Amazone aan, een nogal gekunsteld doek van een vrouw die naar haar bloedende borst grijpt en zich vastklemt aan een enorm, bloedrood schild.

Soms is dat verwrongene een stijlkenmerk van Von Stuck, zoals in Dissonant (1910). We zien Pan getergd de handen voor zijn oren slaan, omdat de kleine faun naast hem kennelijk vals speelt op de panfluit. De kunstenaar poseerde zelf voor het doek, zoals blijkt uit een foto van een spiernaakte Von Stuck in dezelfde houding. Van een inmiddels tot professor aan de Münchense kunstacademie benoemde bourgeois zou je niet verwachten dat hij zichzelf zo relativeert. Had hij niet een staatsieportret van zichzelf en zijn vrouw geschilderd waarop beiden met lauwerkransen gekroond zijn? Ook hier dringt de vergelijking met Jeff Koons zich weer op, die zijn beeltenis in marmer liet uithouwen en op een sokkel zette.

Ook Von Stuck maakte sculpturen, maar die ogen nu hopeloos ouderwets; bijvoorbeeld het bijna 2,5 meter hoge, classicistische 'ruiterstandbeeld' van een amazone, dat in de hal van het museum is opgesteld. Franz von Stuck is, zoals veel symbolisten, een rare mengeling van provocatie (in zijn thematiek) en conventie (in zijn manier van schilderen). Op de kunstacademie gaf hij onder meer les aan de latere avantgardisten Paul Klee en Wassily Kandinsky, maar zelf schilderde hij in de jaren twintig nog satyrs en fatale vrouwen.

Van een beeldenstormer werd hij een ouderwetse exponent van het Beierse establishment, dat hem tegen de tijdgeest in bleef eren met medailles en een eredoctoraat. Nu, met de opleving van de figuratie en het surreële in de schilderkunst, heeft zijn werk voor kunstenaars misschien weer actuele betekenis. Maar in kunsthistorisch opzicht is hij vooral een curiositeit, zoals Jeff Koons dat over honderd jaar wellicht ook is. Daarbij geeft vooral te denken dat Koons een eeuw na Stuck de tongen weet los te maken met dezelfde aanpak: ook hij neemt een loopje met de serieuzigheid rond kunst, ook hij weet met seks en kitsch nog op onze tenen te trappen. Zulke kunstenaars zijn misschien geen genieën, maar ze zijn wel onmisbaar om de kunst van elk tijdperk op zijn nummer te zetten.

    • Renée Steenbergen