Effectenbeurs wordt heuse onderneming

AMSTERDAM, 7 OKT. Een beursvereniging die vrijwillig de zeggenschap over de eigen handelsplaats prijsgeeft. Het doet ongelooflijk aan, maar is vermoedelijk nog dit jaar een feit.

Gisteren maakte de voorzitter van de Amsterdamse effectenbeurs, drs. B.F. baron van Ittersum, de ingrijpende plannen bekend. De leden van de Vereniging voor de Effectenhandel, zoals de beurs officieel heet, moeten in december de knoop doorhakken. Gaan deze leden - de hoeklieden, commissiehuizen en de banken - akkoord, dan beslissen ze voortaan niet meer zelf over de regelgeving op hun beursvloer en over de aandelen en obligaties waarmee zij hun brood verdienen. Net als de echte bedrijven die genoteerd staan aan het Beursplein krijgt een onafhankelijke directie de leiding.

Het argument voor de bestuurlijke hervorming is de toenemende concurrentie op de Europese kapitaalmarkten. De Europese effectenmarkt wordt volgend jaar geliberaliseerd. Verder maken nieuwe aanbieders van transactiediensten, die nationale grenzen simpel negeren, de gevestigde beursorde nu al het leven zuur met kleinschalige, geavanceerde en bovenal goedkope handelsfaciliteiten. Om aan deze niche-spelers het hoofd te bieden is een slagvaardige beursdirectie onontbeerlijk.

Op het predikaat slagvaardig kon de besluitvorming, zoals die sinds 1876 binnen de Vereniging voor de Effectenhandel plaatsheeft, echter geen aanspraak maken. In de ledenvergadering heeft iedereen één stem, of het lid nu ABN Amro is of een klein hoekmansbedrijf. Als gevolg daarvan duurde het vaak jaren voordat noodzakelijke modernisering werd ingezet, zoals de invoering van een nieuw elektronisch handelssysteem. Ondertussen lekte steeds meer handel weg naar Londen.

Een commissie onder leiding van ex-Amro-directeur mr. F. Hoogendijk heeft het einde van het tijdperk voorbereid. In de commissie zaten vertegenwoordigers van de drie bloedgroepen: banken, hoeklieden en commissiehuizen. Het gezelschap moet heel wat uurtjes aan de tekentafel hebben doorgebracht. Het nieuwe organisatieschema omvat een houdstermaatschappij met twee werkmaatschappijen. Het aandelenkapitaal van 45 miljoen gulden komt in handen van drie groepen. De helft deelt de Vereniging uit aan haar leden. De andere helft wordt te koop aangeboden aan institutionele beleggers (25 procent) en aan de beursgenoteerde ondernemingen (ook 25 procent). De aandelen zullen de eerste vijf jaar alleen binnen de eigen groep mogen worden verhandeld. Na het vervallen van die restrictie, mag geen enkele aandeelhouder meer dan 20 procent verwerven.

Met de constructie van een houdstermaatschappij wil de beurs twee vliegen in een klap slaan. Niet alleen de slagvaardigheid moet verbeteren, de constructie effent ook de weg voor een fusie met de optiebeurs. Vorig jaar liep een fusiepoging op de klippen. Het voornaamste bezwaar van de tegenstanders op de de optiebeurs: de inflexibele verenigingsstructuur van de beurs. “Een zeer belangrijk beletsel voor een samengaan is nu weggenomen”, constateerde gisteren drs. J. H. Pontier, lid van de commissie Hoogendijk. Deze directeur van commissiehuis Bangert, Pontier & Partners en tevens bestuurder van de optiebeurs, zei een fusie “van harte te ondersteunen”.

Een belangrijke drijfveer voor een fusie met de optiebeurs is het zogeheten one-stop-shopping concept. Vooral de institutionele belegger wil volgens beursvoorzitter Van Ittersum een markt waar alle transactievormen (in aandelen, opties, valuta's en derivaten) mogelijk zijn.

In de houdstermaatschappij wordt het huidige facilitaire bedrijf (handelssysteem) ingebracht en de afwikkeling van transacties. Doordat de holding juridisch onder het structuurregime komt, hebben de aandeelhouders geen directe zeggenschap. Zo kan de directie zelfstandig een commercieel beleid voeren. Toezicht op de directie krijgt een raad van commissarissen, die volgens Van Ittersum “het vertrouwen zal moeten genieten van de aandeelhouders”.

Geheel machteloos zal de Vereniging na de herstructurering niet zijn. Zo moet zij toelating van nieuwe beurspartijen blijven fiatteren en houdt zij het controlebureau onder zich. Het toezicht op de Vereniging blijft, namens de minister van financiën, in handen van de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE).

Het vermogen dat na oprichting van de holding en de twee werkmaatschappijen binnen de Vereniging overblijft bedraagt circa 250 miljoen gulden. Dat geld zal worden ingezet om het toezicht te financieren en dient verder als garantievermogen voor de holding.

Het bestuur van de Vereniging krimpt in van 16 naar 5 leden - drie uit de oude 'bloedgroepen', één vertegenwoordiger van institutionele beleggers en één van genoteerde fondsen. Ondanks alle veranderingen behoudt de beurs zijn eigen gezicht: Van Ittersum blijft voorzitter.

    • Hendrik Jan van Oostrum