'Een seecker Wees-kindt'

WILLEM FRIJHOFF: Wegen van Evert Willemsz. Een Hollands weeskind op zoek naar zichzelf, 1607-1647

938 blz., geïll., SUN Memoria 1995, ƒ 89,50

Waerachtighe ende seeckere gheschiedenisse dewelcke is geschiedt binnen de Stadt Woerden, hoe dat Godt almachtigh zijn Wonder-Werck heeft betoont aen een seecker Wees-kindt genaemt Evert Willemsz.... Zo vangt de titel aan van een nietig pamfletje dat in 1623 verscheen. Het telt slechts vier bladzijden, maar is de aanleiding geweest voor een indrukwekkende ruim 900 bladzijden tellende studie over een weesjongen door de Rotterdamse hoogleraar maatschappijgeschiedenis Willem Frijhoff. Het is verschenen in de reeks 'Memoria' van uitgeverij SUN, een door zijn zorgvuldige typografie opvallend fraaie serie, gewijd aan Nederlandse mentaliteitshistorische studies.

Door die omvang valt het niet gemakkelijk om samen te vatten waar dit boek over gaat, het handelt namelijk over zoveel. Het meest simpele is om te zeggen dat het een reconstructie is van de samenleving en de ideeënwereld waarin een zekere Evert Willemsz. zich heeft bewogen tijdens zijn leven tussen zijn geboorte in 1607 of 1608 en zijn dood bij een scheepsramp in 1649. Het is een soort microgeschiedenis, waarbij het onderwerp niet zozeer representatief als wel illustratief is voor de samenleving waar de hoofdpersoon deel van uitmaakte. In zijn poging deze Evert Willemsz zo goed mogelijk te begrijpen heeft de auteur geprobeerd het kader te beschrijven waarin hij leefde, dat wil zeggen het economisch en sociale, maar vooral het religieuze kader. Het is geen biografie in de traditionele zin van het woord en dat komt omdat er vrijwel geen directe bronnen van de hoofdpersoon bewaard zijn gebleven, geen brieven, geen dagboeken, niets dan een paar handtekeningen. Zijn hele leven moest dus gereconstrueerd worden uit indirecte bronnen: het uiterlijk leven uit officiële archiefstukken die de maatschappelijke kanten belichten. Voor het innerlijk leven is gebruik gemaakt van geestelijke teksten en beelden waarmee de jongen omringd moet zijn geweest. Beide sferen worden zo nauwkeurig mogelijk met elkaar in verband gebracht om zo te komen tot een begrijpelijke levensloop. Het boek doet aan twee andere studies denken: aan Vermeer en zijn milieu door J.M. Montias en aan Een dorp in de polder van Van Deursen. In het eerste werk wordt eveneens uit officiële documenten een hoofdpersoon geconstrueerd, van wie vrijwel geen persoonlijke bron is overgeleverd, de schilder Johannes Vermeer. In het tweede geval is een hele dorpsgemeenschap, die van Graft, tot leven gebracht, maar dan zonder hoofdpersoon.

Vervoering

Het leven van Evert Willemsz. begon onopvallend. Hij werd geboren in Woerden, moet zijn ouders al vroeg verloren hebben en kwam met nog drie broertjes in het plaatselijk weeshuis terecht, waar hij een opleiding tot kleermaker kreeg. Tot zover niets bijzonders. Er bleven veel kinderen ouderloos achter en elke stad had wel een weeshuis om ze op te vangen. In Woerden woonden er enkele tientallen. Maar in de zomer van 1622 gebeurt er iets merkwaardigs. Evert wordt ziek, geneest, eet en drinkt negen dagen lang niets, wordt vervolgens doofstom alsook lange tijd beroofd van 'het rechte ghebruick zijns verstants'. Er verschijnt hem een engel die hem opdraagt de mensen te bekeren en hen te manen zich van hun zonden, als hoogmoed, dronkenschap en overspel, te bevrijden. In een staat van vervoering schrijft hij dagenlang de ontvangen boodschappen op. Een van zijn uitspraken luidt dat het zijn roeping is predikant te worden. De magistraat van Woerden hecht hier zoveel waarde aan dat ze hem op de Latijnse school plaatst. Vier maanden later wordt Evert opnieuw doofstom. Via briefjes communiceert hij met de van alle kanten toegestroomde stadgenoten. Al deze teksten worden op aandringen van Evert Willemsz. gepubliceerd en wel door de rector van de Latijnse school, Mr Lucas Zas. Twee pamfletten, beide iets gewijzigd in hetzelfde jaar herdrukt, komen van de pers. Evert Willemsz. is nu een lokale beroemdheid, een wonderkind dat klaargestoomd wordt om door te leren.

Evert schrijft zich in 1627 in als student theologie aan de universiteit van Leiden. Hij is dan 20 jaar. Maar in 1630 vertoont zijn leven een opvallende knik. Schijnbaar van de ene dag op de andere besluit hij om als ziekentrooster in dienst van de Westindische Compagnie naar Guinee, het huidige Ghana, te gaan. Een ziekentrooster was een soort pastoraal werker, enkele treden lager dan een predikant, die de zieken moet bijstaan met een stichtelijk woord en de gelovigen moet vermanen tot een oppassend leven. Lang houdt Evert Willemsz. het in dat moordende tropische klimaat niet uit. Binnen anderhalf jaar is hij weer terug en opnieuw neemt zijn leven een wending. Hij kan predikant worden in de jonge kolonie Nieuw Nederland, ongeveer de huidige staat New York. Hij moet daarvoor eerst zijn predikantenexamen afleggen, maar daarna, het is dan 1632, zeilt hij naar Amerika. Daar tooit hij zich met de officiële naam Everardus Bogardus. Hij trouwt, raakt verwikkeld in verschillende conflicten, onder andere met twee opeenvolgende directeuren van de kolonie. De zaak zal op hoog niveau in het vaderland worden uitgevochten en zowel directeur Willem Kieft als dominee Bogardus scheept zich in 1649 in voor de terugtocht naar Nederland. Maar twee maanden later loopt het schip op de kust van Wales en van de 107 opvarenden verdrinken er 86 onder wie Kieft en Bogardus. Van de laatste verdwijnen ook de persoonlijke papieren. En zo moet de moderne beschrijver van zijn leven het doen met indirect materiaal. De reconstructie van een leven via vele omwegen.

De van bijbelcitaten doordesemde visionaire pamfletten vormen het uitgangspunt van het monumentale werk dat Willem Frijhoff voor deze weesjongen heeft opgericht. De Woerdense gebeurtenissen rond Evert Willemsz. waren wel eens eerder beschreven en in Amerika bestaat een omvangrijke geschiedschrijving rond dominee Evert Bogardus. Nog niet zo lang geleden bleek dat het hier één en dezelfde persoon betrof en Frijhoff knoopt deze levens aan elkaar vast.

Wegen van Evert Willemsz. bestaat dan ook uit twee grote delen, een deel over Woerden en een deel over Nieuw Nederland. De Afrikaanse episode is niet meer dan een intermezzo. Het boek is één onvermoeibare poging om de daden en overwegingen van Evert Willemsz. alias dominee Bogardus te begrijpen. Geen moeite is Frijhoff daarbij te veel geweest. Van alle kanten attaqueert hij zijn hoofdpersoon. Nimmer tevreden met simpele pragmatische verklaringen. Hij neemt hem uiterst serieus, misschien wel te serieus.

Benauwde tijden

Frijhoff begint na een theoretische inleiding met een uitvoerige beschrijving van Woerden, van de economie, de sociale structuur, de inrichting van het weeshuis, de mensen met wie Evert Willemsz. omging, en vooral hun religieuze codes en verder alle mogelijke bronnen van inspiratie die deze mensen ondergaan zouden kunnen hebben. Die Woerdense samenleving en de kringen rond kerk en weeshuis in het bijzonder krijgen reliëf. De personen uit Evert Willemsz.' omgeving worden langdurig onder het vergrootglas gelegd. Frijhoff heeft iets van de samenstellers van een slachtoffer- of een daderprofiel zoals rechercheurs die maken. De hoofdpersoon is dood of onvindbaar, maar door systematisch vragen bij buren, kennissen en verwanten en door het doorsnuffelen van wat schamele bezittingen ontstaat er toch, hoe gebrekkig en hypothetisch ook, een beeld van een individu en van zijn of haar mogelijke gedachten en motieven.

Het boek zit vol minibiografietjes en geen uitstapje laat de auteur onbenut om het sociale netwerk waartoe Evert Willemsz. behoorde bloot te leggen. Zijn familieleden, de weesmoeder en de weesvader, de twee Woerdense predikanten, de drukkers, de leermeester in de kleermakerij, de schoolmeester Zas, diens carrière, zijn huis, zijn familieleden en kennissen, allemaal komen ze aan bod. En zij roepen weer nevenfiguren op. Zo publiceerde Meester Zas in 1628 een blijspel, genaamd Borgerliicke Huyshoudingh. Deze publikatie bevat twee lofdichten op Zas van een zekere P.T. Pycolet. Frijhoff identificeert deze man als een Rotterdamse belastingpachter. Diens geletterde maar niet academisch gevormde belangstelling illustreert weer goed de kring van vrome beter gesitueerde burgers waartoe de bewonderaars van Evert Willemsz. behoorden.

Het gaat de auteur telkens om de ideeënwereld binnen Woerden en omstreken rond 1623. Wat dacht men over de eigen samenleving, over het verleden en de toekomst en vooral over God. Frijhoff neemt ons mee in de interieurs om aan te wijzen welke schilderijen er aan de muren hingen, welke boeken er op de planken stonden, welke pamfletten er uitkwamen en natuurlijk wat de dominees te vertellen hadden. Alom is de bijbel aanwezig, in beeld, tekst en gesproken taal. Zo bouwt Frijhoff een mentaal referentiekader waarbinnen Evert leefde en wordt diens identificatie met profetische personages uit het Oude en het Nieuwe Testament begrijpelijk. Omdat het om visioenen met een religieuze inslag gaat wordt vooral het religieuze klimaat uitvoerig behandeld. Het tamelijk streng gereformeerde karakter van Woerden wordt zo in de finesses doorgelicht dat het lijkt of de mensen niets anders deden dan de bijbel lezen, psalmen zingen, disputeren en naar de dominee luisteren.

Sterke drank

Bij elk nieuwe bron van mentale beïnvloeding gaat Frijhoff op dezelfde wijze te werk: van algemeen naar bijzonder. Wanneer hij het 'nieuws' behandelt waarmee de bewoners van Woerden geoccupeerd konden zijn in de tijd van Evert Willemsz.' visioenen, dan krijgen we eerst een uiteenzetting over de verschillende soorten nieuws, internationaal, plaatselijk en lokaal, en vervolgens van de media die dit nieuws verspreidden (kranten, pamfletten, preken, mondelinge overdracht). Dan volgt heel concreet wat het nieuws dan wel omstreeks 1623 geweest kan zijn. Het blijkt dan dat het voor de protestanten benauwde tijden waren (in Duitsland woedde de Dertigjarige Oorlog en wonnen de katholieken terrein op de protestanten; dichter bij huis belegerden de Spanjaarden Bergen op Zoom. Het ontbrak niet aan waargenomen natuurverschijnselen met een ongunstig voorspellend karakter). Dit dreigende nieuws heeft een rol gespeeld in de hoofden van de Woerdenaren. Al die informatie biedt geen verklaring voor Everts gedrag of voor de ontvangst van zijn waarschuwende boodschappen, het maakt ze alleen begrijpelijker.

Voor de gemeenschap in Nieuw Nederland geldt hetzelfde. In Holland verkeerde Evert Willemsz. in een vroom van rechtzinnigheid doortrokken milieu, in Nieuw Nederland belandde hij in een ruwe kolonistenmaatschappij van boeren, pelsjagers, kooplieden en soldaten waar hooguit de kerk, de kroeg en de strijd tegen de indianen bindende factoren waren. Maar ze konden tegelijk ook aanleiding geven tot dramatische tegenstellingen en dat gebeurde dan ook. De maatschappij werd verscheurd door de tegenstelling tussen het wettige door de WIC ingestelde gezag en de vrijheidsdrang der kolonisten. Corruptie, persoonlijke animositeit, het conflict tussen burgerlijk en kerkelijk gezag en een wrede oorlog tegen de indianen in 1643 spleet de samenleving uiteen. Evert Bogardus, het weesjongetje uit Woerden, ontpopte zich tot een opvliegende en niet van sterke drank afkerige dominee die in een hevig conflict raakte met twee achtereenvolgende directeuren van de kolonie. Ook hier een reconstructie van alle levens die voor dominee Bogardus van belang zijn geweest, zoals zijn vrouw, van Noorse afkomst die al vijf kinderen had toen ze trouwden en bij wie hij nog vier zonen verwekte. Tezamen zijn zij goed geweest voor de tienduizenden Bogards en Bogaerts die nog in Amerika rondlopen en die zich verenigd hebben in een genealogische Bogardclub. Af en toe procederen ze nog over een vermeende miljoenenerfenis.

Strategieën

Geschiedschrijving is zingeving van het zinloze en Frijhoff probeert telkens de zin van Everts handelen te reconstrueren. Het boek is een doorlopende poging tot duiding van een leven van 350 jaar geleden. Telkens interpreteert Frijhoff de daden van zijn hoofdpersoon als bewuste stappen, als strategieën om 'iemand te worden', om zijn 'identiteit te ontdekken', om zijn 'levensproject' te vervullen.

Dat geldt trouwens voor alle personen omdat Frijhoff 'een zo harmonisch mogelijk totaalbeeld' van hen wil vormen, dat recht doet aan, 'ieders onvervreembare identiteit'. Maar als dat een primair doel van het hele onderzoek is geweest, dan zijn per definitie alle onlogische, onbewuste of door de desbetreffende persoon zelf nooit begrepen stappen al uitgesloten van de historische reconstructie. Die passen gewoon niet in het model van de harmonieuze persoonlijkheid, van een consistent mensbeeld. Toch verklaart Frijhoff ook de dromen van Evert Willemsz. binnen diens strategie tot erkenning, maar, zegt hij, dat gebeurde onbewust. Hier is volgens mij de grens van het historisch interpretatievermogen overschreden.

Evert Willemsz. zag zijn visioenen als een boodschap van God, die hem als medium gebruikte. Voor hem was dat, aldus Frijhoff, een strategie om erkenning te krijgen. Evert werd voor vol aangezien, hij trad in een nieuwe fase van zijn leven, zijn levenspad werd hem nu duidelijk. Het was een 'rite de passage'. Nu klinkt dat altijd fraai bij elke verandering in een mensenleven, maar of het nu veel verklaart weet ik niet. Je blijft je afvragen waarom juist Evert Willemsz. die visioenen kreeg en niet een van die andere weesjongens of -meisjes, die toch in hetzelfde refentiekader werden opgevoed. En als zo'n leven zo doelbewust en fasegewijs inzette, waarom werden de volgende fases dan niet traditioneel afgewerkt, dat wil zeggen studie afmaken, promoveren en predikant worden in Nederland?

Rechtschapen

En dan is er nog iets: de opvallende afwezigheid van reacties na Evert Willemsz.' visioenen. In kleine kring kreeg hij erkenning, eerst binnen het weeshuis, daarna van een paar dominees en van de schoolmeester en de magistraat van Woerden. Maar er heerste ook scepsis in zijn directe omgeving en in geen enkele kroniek, geen dagboek, of in een ander pamflet dan die twee van hemzelf wordt Evert Willemsz.' optreden gemeld. Alleen een krant uit 1628 maakt er gewag van en omschrijft de hele gebeurtenis rond Evert Willemsz. aan de kaak als 'boeverije'. Het kan heel goed waar zijn dat de hele visionaire affaire wat opgeblazen werd door Evert Willemsz. zelf, door de plaatselijke dominees of door de schoolmeester. De kerkelijke overheid was helemaal niet blij met al die bovennatuurlijke visioenen: in 1623 vraagt de Zuidhollandse synode of de publikaties over dromen en visioenen niet beperkt moeten worden. Een malicieuzer historicus had dit leven misschien kunnen schrijven in het licht van opportunisme en bedrog. Maar Frijhoff kiest er voor zijn hoofdpersoon zo rechtschapen mogelijk door het leven te laten gaan.

Wegen van Evert Willemsz. is een uniek boek. Het had korter en strakker gekund. Niet alle zijwegen en niet alle speculaties hadden vermeld hoeven worden. Het is de neerslag van ontzettend veel onderzoek, literatuurkennis, een onvermoeibare nieuwsgierigheid en van een voortdurende reflectie op de juiste methode om een dergelijke geschiedschrijving te ondernemen. Als ik het goed gelezen heb moet de auteur af en toe bijna hebben vastgesteld dat zijn hele onderneming eigenlijk niet kàn. Aangezien het al moeilijk is om bij onze eigen tijdgenoten zoiets vast te stellen als 'identiteit' of 'persoonlijkheid', of om iemand 'werkelijk te kennen', hoe zou dat dan kunnen voor een persoon uit 1630?

Als tegenwicht voor de vele sociologische, antropologische en semiologische overwegingen schrijft Frijhoff op pagina 510 in een relativerende bui over het historisch handwerk: “we koppelen personen en gebeurtenissen aan elkaar op basis van het beginsel van eenheid van tijd, plaats en zo mogelijk handeling, creëren een beeld dat in onze ogen plausibel is en hopen er dan het beste van”. Dit boek zegt dan ook niet alleen veel over Nederland in de eerste helft van de 17de eeuw, maar ook over de mogelijkheden en onmogelijkheden om daarover te rapporteren.

    • Roelof van Gelder