Drie twistende heren op het State Department

IRWIN F. GELLMAN: Secret Affairs. Franklin Roosevelt, Cordell Hull, and Sumner Welles

499 blz., geïll., Johns Hopkins University Press 1995, ƒ 67,-

De president een halfverlamde, ondoorgrondelijke manipulator; de minister van buitenlandse zaken een weinig krachtdadige zuiderling, die zijn functie vooral gebruikt om de vrijhandel te propageren en verborgen houdt dat hij ook aan de dodelijke ziekte tbc lijdt; en tenslotte een hooghartige, ambitieuze diplomaat met heimelijke homoseksele verlangens op de post van onderminister van buitenlandse zaken.

Het is even slikken, maar deze beschrijving slaat op een drietal dat tussen 1933 en 1945 wereldpolitiek maakte; Franklin Roosevelt, Cordell Hull en Sumner Welles bepaalden de koers in de jaren dat de VS uitgroeiden van een afzijdige regionale reus tot de politieke, economische en militaire leider van het Westen. Deze machtige heren hadden ook hun zwakke punten, die de Amerikaanse historicus Irwin F. Gellman in zijn zeer leesbare boek Secret Affairs uitvoerig belicht. In soepel proza leidt de auteur ons binnen in de wereld van diplomaten, politieke gunstelingen van de president en ambtenaren, waar tegelijkertijd wereldpolitiek werd bedreven en kleinzielige persoonlijke oorlogjes werden uitgevochten. Gelukkig vertelt de auteur tussen alle intriges door ook wat wèl goed ging, zodat hij met zijn boek een complete, waardevolle bijdrage levert aan de geschiedschrijving van deze enerverende periode.

Het is natuurlijk spannend dat Gellman na driftig speurwerk heeft uitgevonden dat Hull niet alleen diabeticus was, maar tevens vanaf 1932 met tbc rondliep; en dat Sumner Welles buiten zijn drie huwelijken af en toe in een dronken bui oneerbare voorstellen deed aan zwarte mannen. Maar het is vooral het grotere verhaal over de persoonlijke en bloedgroepen-twisten binnen het State Department dat dit werk de moeite waard maakt. Want terwijl er over Roosevelt en de New Deal al bibliotheken vol geschreven zijn, kwamen de kopstukken van het State Department er tot nu toe bekaaid af. Over Hull is na een biografie in 1942 en zijn memoires nauwelijks meer iets gepubliceerd en Welles raakte al tijdens zijn leven in de vergetelheid.

Wel heeft Gellman zelf al twee boeken op zijn naam staan over Roosevelt en de 'Good Neighbor diplomacy' in Latijns Amerika, waar Welles een cruciale rol bij speelde. Dit derde boek had dan ook een biografie van Sumner Welles moeten worden, maar Welles' leven en werk waren zo sterk beïnvloed door zijn verhouding met Roosevelt en Hull, dat Gellman het onderzoek naar hen uitbreidde.

Centraal staan twee machtswisselingen binnen het State Department, in 1937 en in 1943. De eerste jaren van de regering-Roosevelt zat er nog zoveel spankracht in de verhoudingen dat grote aanvaringen uitbleven. Welles deed ijverig zijn werk als 'assistant secretary of state' voor Latijns-Amerikaanse zaken. Met flair en kennis van zaken maakte hij een groot politiek en economisch succes van de inter-Amerikaanse Good Neighbor-diplomacy. Zolang Welles zich niet al te ver buiten dit terrein begaf en Hull de leidende rol liet spelen op grote conferenties had hij geen probleem met de minister. Wel lagen er kiemen voor onenigheid in hun persoonlijkheden en werkwijzen. Hull was een degelijk en bescheiden heerschap, toegewijd aan het collectief belang; Welles was juist ijdel en vol ambitieuze dadendrang. Welles werkte actief aan bepaalde diplomatieke strategieën en ging vaak regelrecht met zijn ideeën naar de president; Hull was meer voor de omzichtige aanpak, met veel overleg.

New Dealers

Toen in de zomer van 1936 de post van onderminister van buitenlandse zaken vrijkwam werd het wankele evenwicht aan de top van het departement verstoord. Hull noch Roosevelt had de moed of het inzicht de vacature snel op te vullen en er ontstond een onverkwikkelijke competitie tussen Sumner Welles en een andere assistant secretary, R. Walton Moore. Eerst leek het erop dat deze laatste de voorkeur van FDR had. Toen Welles hiervan hoorde ging hij echter regelrecht naar de president om zichzelf voor te dragen. De president had het echter te druk met zijn herverkiezings-campagne, de stagnerende New Deal-wetgeving en zijn ongelukkige poging het Hooggerechtshof uit te breiden, om voldoende aandacht aan de kwestie te kunnen besteden. Intussen vlogen aanhangers van de twee kandidaten elkaar ongegeneerd in de haren. Moore had een trouwe aanhanger in William Bullitt, voormalig ambassadeur in Moskou, sinds 1936 in Parijs en Roosevelts voornaamste contact in Europa.

Welles kreeg steun van de columnist Drew Pearson, een spreekbuis van radicale New Dealers. Uit Gellmans onderzoek blijkt dat Pearson en Welles elkaar in de jaren twintig al hadden leren kennen en nu schreef Pearson stukjes vóór Welles en tegen Moore. Uiteindelijk werd Welles onderminister, en kreeg Moore de eervolle maar machteloze functie van adviseur van het ministerie. Welles' leeftijd (hij was 45, Moore 80!), zijn onmiskenbare successen op diplomatiek gebied en Roosevelts persoonlijke voorkeur hadden de doorslag gegeven.

Deze constructie typeert echter de omgang van Roosevelt en Hull met hun ondergeschikten: je personeel onderling laten concurreren en de eigen handen schoon proberen te houden. Het resultaat was dat het ministerie gedurende acht maanden verscheurd werd door deze kwestie, terwijl de dreigende toestand in de wereld juist steeds meer aandacht vroeg. Toen Welles in mei 1937 eindelijk de tweede positie op het departement innam, breidde hij zijn werzaamheden dan ook meteen uit naar het Europese toneel. De bevolking en de meerderheid in het Congres wilden weliswaar nog altijd niets weten van Amerikaanse inmenging in Europese zaken, maar in de kringen rond Roosevelt werd nagedacht over middelen tot afschrikking van de fascistische agressors.

Roosevelt ging hierbij steeds zelfstandiger werken. Hij liet diplomaten en reizende vrienden buiten de diplomatieke post om verslag uitbrengen van de situatie in Europa en probeerde persoonlijk invloed op de gebeurtenissen uit te oefenen. Hij nam Welles nog wel in vertrouwen, maar Hull kreeg steeds minder te horen. Bovendien begon de gezondheid van de minister steeds vaker op te spelen, zodat hij vaak niet eens aanwezig was om te zien hoe Welles de feitelijke leiding overnam. Hull begon Welles te wantrouwen en voelde zich in zijn positie bedreigd.

Naïef vredesplan

In februari 1940 stuurde Roosevelt Welles langs Rome, Parijs, Berlijn en Londen om daar informatie te verzamelen over de houding van bevolking en regeringen en de kansen op verzoening. Welles kreeg het echter wat hoog in de bol; hij overschreed zijn mandaat en probeerde te bemiddelen. Hij kwam thuis met een naïef vredesplan en drong aan op direct Amerikaans ingrijpen. Roosevelt en Hull gingen niet op Welles' ongepaste initiatief in. Roosevelt vond de aanbevelingen onzinnig en Hull was verbolgen over de brutaliteit van zijn onderminister. Ook William Bullitt werd gesterkt in zijn afkeer van Welles, omdat hij was gepasseerd als presidentiële vertrouwensman in Europa. Het resultaat van de Welles-missie was dan ook vooral een toename van de spanningen aan de top van het departement.

Uiteindelijk kreeg Welles steeds meer invloed, maar ook steeds meer tegenstanders met zijn succesvolle carrière als beroepsdiplomaat èn instrument van Roosevelts buitenlandse politiek. Eén misstap in zijn persoonlijke leven gaf zijn vijanden het middel om hem uit het zadel te wippen. Eind 1940 werd de anders zo formele Welles op de terugreis van een begrafenis dronken en zou drie zwarte kruiers oneerbare voorstellen hebben gedaan. Er gebeurde uiteindelijk niets, maar het voorval werd wel gerapporteerd. In overleg met FDR maakte FBI-chef J. Edgar Hoover er een rapportje over en ook Bullitt hoorde van het incident. De president vond het niet belangrijk, maar Bullitt lichtte Moore in en samen wachtten ze het juiste moment af om met deze informatie Welles' déconfiture te bewerkstelligen. Voor het zover kwam overleed Moore echter en toen Bullitt naar FDR ging met het verhaal, was deze dus al op de hoogte en niet onder de indruk. Hull wist nog niet van dit zwakke punt van Welles en het zou nog twee jaar duren voor Bullitt en hij de genadeklap uitdeelden.

Tot die tijd hielden Roosevelt en Welles zich voornamelijk bezig met steun aan de geallieerde zaak en de verdediging van de neutraliteit van het Atlantisch gebied. Na Pearl Harbor konden de registers helemaal worden opengetrokken. De rolverdeling in Washington was onorthodox, maar wel effectief; hier werd de basis gelegd voor de geallieerde overwinning. Roosevelt beheerste de militaire strategie en dat deel van het buitenlands beleid dat de gevechten direct beïnvloedde. Welles bestierde het departement en deed voorbereidend werk voor de oprichting van een internationale organisatie. Hull fungeerde vooral als positief (en populair) boegbeeld voor de Amerikaanse toewijding aan een democratische wereld en de vrijhandel. Wanneer Hull door ziekte afwezig was, trad Welles op als 'dienstdoend minister'.

Belediging

Ook door andere invloeden kwam Hulls status steeds meer in de knel. Hij werd buiten de vele oorlogs-raden gehouden, terzijde geschoven door het Witte Huis en hij verloor macht op zijn eigen ministerie. In plaats van te erkennen dat zijn ziektes hem parten speelden en blij te zijn met een ijverige en capabele tweede man als Welles, vatte hij de machtsverschuiving op als een belediging en aanval op zijn persoon. In oktober kreeg ook Hull het FBI-rapport over Welles onder ogen. Dit deed voor hem de deur dicht; Welles was nu een gevaar voor de regering, want in die tijd was een homofiele onderminister zeer chantabel en zijn werkgevers dus ook. In de loop van 1943 kregen Republikeinse Congresleden inderdaad lucht van de zaak; wie weet of ze het niet in de verkiezingen van 1944 zouden gebruiken? Met deze politieke druk en het bittere aandringen van Hull op Welles' ontslag kon Roosevelt tenslotte, in augustus 1943, weinig anders doen dan de onderminister ontslaan.

Hull was aanvankelijk opgelucht, maar bevredigend kan de overwinning niet zijn geweest. De minister gaf het nooit toe, maar alle betrokkenen leden schade van Welles' vertrek: Roosevelt had geen betrouwbare insider meer op het departement. Buitenlandse Zaken verloor een belangrijke kracht op het gebied van de Good Neighbor-diplomacy en de Sovjet-Amerikaanse besprekingen. Doordat Welles geen agenda of werkplanning naliet kon niemand zijn werk goed voortzetten.

Met de macht van Hull kwam het ook niet meer goed. Hij bleef nog aan tot na Roosevelts derde herverkiezing, eind 1944. Maar de uitputtingsslag tegen Welles, de toenemende macht van de New Dealers en van allerlei oorlogs-organen die het traditionele werk van buitenlandse zaken overnamen en tenslotte zijn ziektes, hadden hem danig verzwakt. Ook het feit dat hij wel populair was maar in de verste verte niet in aanmerking kwam om Roosevelt op te volgen, zal aan zijn moedeloosheid hebben bijgedragen. Hij overleed in 1955, waarna hij nog enige tijd bekend bleef als winnaar van de Nobelprijs voor de vrede (1945) en als grondlegger van de VN.

Deze laatste titel komt volgens Gellman echter eerder toe aan Sumner Welles, die naar zijn bevindingen belangrijkere ideeën heeft aangedragen over de samenstelling van Veiligheidsraad en Algemene Vergadering. Toch werd Welles na zijn vertrek van het State Department nauwelijks meer geraadpleegd. Hij schreef nog een paar boeken over zijn diplomatieke carrière en zijn ideeën over de naoorlogse wereld. De geallieerde overwinning in Europa, de atoombom en daarna de Koude Oorlog leidden echter een heel nieuw tijdperk in, waarin de oude manier van diplomatie en politiek bedrijven werd vervangen. Welles stierf in 1961, een overblijfsel uit een vroeger tijdperk. Drew Pearson schreef een laatste lovende column over hem. Daarna is weinig meer over deze eigenzinnige, tragische persoon vernomen.

Machinaties

Gellman heeft met Secret Affairs Welles' professionele naam in ere hersteld. Bovendien heeft hij over vele intriges en politiek machtsspelletjes op 'Buitenlandse Zaken' de onderste steen boven gehaald. Over Roosevelt staat er niet veel nieuws in dit boek, al beschrijft Gellman zijn eindeloze machinaties op het State Department boeiend. Minister Cordell Hull komt er nog het meest bekaaid af in dit boek; zijn bekrompen gedrag in de vele gevallen dat hij zelf te kort schoot en dan anderen de schuld gaf, benemen haast het uitzicht op zijn politieke verdiensten. Mijn enige aanmerking op Secret Affairs is dat de schrijver er na twintig jaar werk ook bijna al zijn vondsten en gedachten in heeft willen zetten. Voor een specialist op dit gebied is al die informatie wel boeiend, maar het leidt soms af van de hoofdlijn: het State Department werd twaalf jaar lang geleid door drie twistende heren.

    • Sophie Verburgh