Curiositeitenkabinet

Toen Anand in de elfde partij tegen Kasparov een reeks slechte zetten deed die hem twee pionnen en de partij kostte, gingen er onmiddellijk stemmen op die zeiden dat dit misschien wel de ergste blunder uit de geschiedenis van de wereldkampioenschapsmatches was. Wat reikt het geheugen toch kort. Het is niet moeilijk om een flinke verzameling van spectaculaire wereldkampioenschapsblunders aan te leggen. Neem Spassky-Fischer 1972, de beroemdste schaakmatch aller tijden. Match van de eeuw. Geroemd om de vele fraaie en spannende partijen. Mijns inziens inderdaad een hoogstaande match. Maar zelfs daar blunderde Spassky in drie verschillende partijen zomaar een pion weg. De eerste kwee keer betekende het dat hij in mindere maar misschien nog houdbare positie onmiddellijk op moest geven, de derde keer dat een gewonnen stelling op slag remise was geworden. Ik praat niet over ernstige fouten die slechts door deskundige analyse als zodanig ontmaskerd kunnen worden. Het gaat om de gevallen waarin iedere middelmatige schaker meteen kan zien dat het om een blunder gaat. Ze komen dus in de beste kringen voor.

Na de dertiende partij tussen Kasparov en Anand schreef ik dat we zo'n pak slaag niet vaak gezien hadden in een wedstrijd om het wereldkampioenschap. 'Niet vaak' was een wat gemakzuchtige manier om te zeggen dat ik me iets vergelijkbaars niet zo gauw kon herinneren, maar dat het er waarschijnlijk wel zou zijn. Het was er ook, maar we moeten ver in de geschiedenis terug gaan om het te vinden. Nadere studie leert dat het een haar scheelde of Anand had een record gebroken: bijna was het de kortste partij die met wit in een match om het wereldkampioenschap verloren ging. Anand evenaarde met zijn 25 zetten de vijfde partij Steinitz-Gunsberg, 1890/1891 (en Euwe-Keres, elfde ronde Den Haag 1948, maar dat was geen match) en hield het net een zet langer vol dan Steinitz in de achtste partij van zijn match tegen Tsjigorin in 1892. Voor liefhebbers van pakken slaag geef ik die partij kort. Hij lijkt wel wat op Anand-Kasparov nummer 13, vind ik.

Wit Steinitz-zwart Tsjigorin, 1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Lc4 Pf6 4. Pg5 d5 5. exd5 Pa5 6. Lb5+ c6 7. dxc6 bxc6 8. Lf1 h6 9. Ph3 Lc5 10. d3 Db6 11. De2 Lg4 12. f3 Lxh3 13. gxh3 0-0-0 14. Pd2 Pd5 15. Pb3 Lb4+ 16. Ld2 Pe3 17. Lxb4 Dxb4+ 18. c3 Dh4+ 19. Kd2 Pac4+ 20. Kc1 Txd3 21. Lg2 Thd8 22. a4 Td1+ 23. Txd1 Txd1+ 24. Dxd1 Pxd1 Wit gaf op.

Deze hele inleiding is eigenlijk een manier om me ervoor te verontschuldigen dat ik de match Timman-Piket min of meer aan u presenteer als een galerij van dwaasheden. Ik beweer niet dat ze slecht speelden. Het zijn zeer sterke schakers, dus de meeste van hun zetten zijn zeer sterk. Maar de uitzonderingen, de absurde fouten die een gewonnen stelling in een verloren doen verkeren, springen nu eenmaal altijd meer in het oog, en het kan niet ontkend worden dat ze in deze match vaker voorkwamen dan gebruikelijk is.

Vorige week schreef ik dat Timman in de vijfde partij het punt dat hij de vorige dag cadeau had gekregen weer terug gaf, maar ik had toen geen ruimte meer om te laten zien hoe dat ging.

MmMmMmlm mMmMmhmM MmMmMmMm mMmMmMmM MmHmMeMm mGmMmjaK GmMmMmMm FMmJmMmM Piket-Timman, vijfde partij. Met een pion minder staat wit slecht. Timman was van plan om na 35. Pxf4 niet 35...gxf4 te spelen, maar het veel sterkere 35...Dc1+ 36. Db1 Dxf4, waarna zwart glad gewonnen zou staan. Wit speelde 35. h2-h4, een blunder die zijn stelling meteen hopeloos had moeten maken, want zwart kan die pion gewoon nemen met 35...gxh4, omdat 36. Pxf4 weer beantwoord wordt met 36...Dc1+, en hij zou dan niet alleen een tweede pion veroverd hebben, maar ook een nuttig plekje op g5 voor zijn loper. Maar hoewel Timman de mogelijkheid Dc1+ wel gezien had als antwoord op 35. Pxf4, was die zet hem in de slechts één zet diepere variant 35. h4 gxh4 36. Pxf4 om de een of andere vreemde reden ontgaan, en hij speelde na 35. h4 snel het verschrikkelijke 35...Lf4-e3??, over het hoofd ziend dat wit het winnende 36. Te6xe3 kon spelen, hetgeen gebeurde.

De zesde partij was er ook een met wisselende kansen. Eerst stond Piket beter, later Timman, maar toen Timman de enige pion die Piket nog had enigszins achteloos naar voren liet lopen, zag het er weer heel anders uit.

Timman-Piket, zesde partij. De zwarte pion kan niet goed meer tegen worden gehouden. Piket was van plan om voor alle zekerheid eerst Kg7 te spelen, dan Tf2 en g3-g2, waarna promotie van de g-pion niet lang uit kan blijven. Timman deed 57. Dh3-e6 Wat een rare zet, dacht Piket. Wat wil hij daar eigenlijk mee? Als Piket nu 57...Kg7 had gedaan, zoals hij van plan was, had wits 57. De6 inderdaad weinig uitgehaald, maar Piket dacht dat hij nog sneller kon winnen, deed 57...g3-g2?? en na 58. De6-g6+ Kg8-f8 59. Dg6xg2 was zwart zijn enige troef kwijtgeraakt en won wit makkelijk met zijn twee pluspionnen.

De achtste partij leek een gaaf werkstuk van Timman te worden, totdat ook daar zich een ongelukje voordeed.

Timman-Piket, achtste partij. De vrije h-pion die wit extra heeft hoort de beslissing te brengen, maar helemaal vanzelf gaat het nog niet. Met 44. Dd4 schiet wit niet op wegens 44...De1+ en na 44. De3 kan zwart met 44...Pc5 nog tegenstribbelen. Timman zag een manier om met een directe aanval te winnen. 44. Df2-b6 Laat zwart met schaak op c3 slaan, maar dat is van weinig belang, want wit dreigt mat en stukwinst. 44...Dc1xc3+ Nu zouden na 45. Lf3 de zwarte schaakjes snel op zijn, waarna zwart op zou moeten geven. Timman dacht echter dat het niet veel uitmaakte welk stuk hij er tussen zou zetten en speelde 45. Pd2-f3? Hierna waren de zwarte schaakjes nog lang niet op: 45...Dc3-g7+ 46. Kg3-f4 Dg7-h6+ 47. Kf4-g4 Dh6-g7+ 48. Kg4-f4 Dg7-h6+ 49. Kf4-g4 Dh6-g7+ 50. Pf3-g5 Lb5-e2+ 51. Kg4-h3 Le2-f1+ 52. Kh3-g4 Lf1-e2+ 53. Kg4-f4 Dg7-e5+ 54. Kf4-e3 d6-d5 Zwart heeft zich gered. 55. Ke3xe2 d5xe4 56. Pg5xf7 De5-d5 57. Pf7-d8 Er was geen manier meer voor wit om op winst te spelen, dus dan maar meteen afwikkelen. Remise.

    • Hans Ree