'Caligate' leidt tot een crisis tussen VS en Colombia

BOGOTÁ, 7 OKT. De betrekkingen tussen de Verenigde Staten en Colombia, twee landen die volgens cynici verbonden zijn door een lijntje cocaïne, hebben een historisch dieptepunt bereikt. “Sinds 1903 zijn de relaties niet zo slecht geweest”, zei gisterochtend een commentator van de Colombiaanse radiozender RCN doelend op de in dat jaar met Amerikaanse hulp tot stand gekomen afscheiding van de toenmalige Colombiaanse provincie Panama. Donderdag omschreef woordvoerder Nicholas Burns van het ministerie van buitenlandse zaken in Washington de betrekkingen als “gespannen”.

De verslechtering van de Amerikaans-Colombiaanse verhouding vindt zijn oorsprong in het steeds groter wordende schandaal rond de Colombiaanse president, Ernesto Samper. In toenemende mate zijn er bewijzen dat de verkiezingscampagne van Samper vorig jaar voor een belangrijk deel is gefinancierd door het cocaïnekartel van Cali.

Onderzoek door een speciale aanklager naar wat in Colombia als 'Caligate' en 'proces-8.000' bekend staat, heeft inmiddels geleid tot de aanhouding van acht personen, onder wie de algemeen manager van Sampers campagne, de voormalige minister van defensie Fernando Botero, en de penningmeester daarvan, Santiago Medina. De eventuele betrokkenheid van Samper zelf bij deze zaak wordt onderzocht door de zogeheten Commissie van Aanklachten van het Colombiaanse Congres. De affaire zou kunnen leiden tot de val van het staatshoofd. De president ontkent dat hij geld van de drugsmafia heeft aangenomen en spreekt van een 'complot' van de cocaïnebaronnen tegen zijn regering. In de afgelopen maanden zijn vrijwel alle topmannen van het Cali-kartel gearresteerd, onder wie de twee leiders, de broers Rodríguez Orejuela.

Vorige week pleegden huurmoordenaars in Bogotá een mislukte aanslag op de advocaat van Samper in het Proces-8.000, José Antonio Cancino, waarbij deze gewond raakte. Daags na de aanslag sprak de minister van binnenlandse zaken, Horacio Serpa, in het openbaar zijn vermoeden uit dat de aanslag onderdeel vormt van een “internationaal complot” om de regering-Samper ten val te brengen. De Amerikaanse anti-drugseenheid DEA zou daar deel van uitmaken.

De verbolgen reactie uit Washington liet niet lang op zich wachten. In scherpe bewoordingen veroordeelde zowel het ministerie van buitenlandse zaken als de minister van justitie, Janet Reno, als de DEA de verklaring van Serpa. Een poging tot uitleg van de Colombiaanse minister van buitenlandse zaken, Rodrigo Pardo, noch een afzwakking van Serpa zelf kon voorkomen dat het incident een aanzienlijke verslechtering betekende van de toch al moeizame betrekkingen.

Deze week gooide de in naam onafhankelijke parlementariër Carlos Alonso Lucio olie op het vuur door tijdens een direct door de Colombiaanse televisie uitgezonden zitting van het Huis van Afgevaardigden op videoband vastgelegde transscripten te tonen. Deze zouden de tekst van afgeluisterde telefoongesprekken bevatten van het hoofd van de DEA in Colombia, Anthony Senneca. Tijdens deze gesprekken, onder andere met DEA-functionarissen in Washington en met een familielid van een drugshandelaar, zou Senneca de Colombianen “imbecielen” en “idioten” hebben genoemd die lijden aan “een grote broer-syndroom”. Volgens Lucio vormen de banden het bewijs van een Amerikaans complot tegen de regering-Samper.

Een hoge functionaris van de Colombiaanse drugsbestrijding, die uit veiligheidsoverwegingen anoniem wil blijven, omschrijft de voormalige guerrillero Lucio als “de boodschapper tussen de regering-Samper en het Cali-kartel” en als “de man die het vuile werk voor de regering in het Congres doet”. In een verklaring volgend op de uitspraken van Lucio omschreef woordvoerder Burns van het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken de afgevaardigde als een vriend van de gebroeders Rodríguez Orejuela en eiste hij van de Colombiaanse regering dat de herkomst van de geluidsbanden wordt onderzocht.

In kringen van het Colombiaanse bedrijfsleven, dat veel invloed heeft, wordt nu gevreesd dat de verslechtering van de betrekkingen met de Verenigde Staten een probleem gaat vormen voor de Colombiaanse economie. Eénderde van de Colombiaanse export van onder andere koffie, bananen en bloemen gaat naar de VS. Het verbond van werkgevers hekelde donderdag in ongekend harde bewoordingen de uitlatingen van minister Serpa.

De Amerikanen zouden, als zij de Colombiaanse economie willen benadelen, een einde kunnen maken aan de gunstige tarieven voor produkten uit dat land. Deze gelden als beloning voor landen die zich - naar Amerikaans inzicht - verdienstelijk maken in de strijd tegen de drugshandel. Deze zogeheten 'certificering' van Colombia staat voor maart volgend jaar op de agenda. Dan is de strijd om het Amerikaanse presidentschap in volle gang en vormt het 'besmette' Colombia een goedkoop en gemakkelijk doelwit voor kandidaten die willen scoren.

Intussen spreken de Amerikanen met klem beweringen tegen dat hun ambassadeur in Colombia, Myles Frechette, tijdelijk zou zijn teruggetrokken uit protest tegen de onophoudelijke insinuaties. Een functionaris van de Amerikaanse ambassade in Bogotá zegt dat Frechette vorig week het land heeft verlaten voor “een korte vakantie” van in totaal zo'n twee weken. De hoge functionaris van de Colombiaanse drugsbestrijding bevestigt geruchten als zou president Samper “al enkele malen” het vertrek van de DEA uit Colombia hebben willen eisen. Paradoxaal genoeg hebben zowel de DEA als de CIA in de afgelopen maanden nauw en vruchtbaar samengewerkt met de Colombiaanse bij de bestrijding van de cocaïnehandel.

    • Reinoud Roscam Abbing