Antonia (1)

Ik heb de film Antonia van Marleen Gorris nog niet gezien, wel de bespreking van die film door Hans Beerekamp gelezen (NRC-Handelsblad, 20 september). Beerekamps recensie heeft mij echter, los van de film waarover zij gaat, getroffen. Hij schrijft dat Antonia naar het zich laat aanzien een internationaal succes zal worden. Dat verbaast hem, want hij heeft zich “wild geërgerd aan de oppervlakkigheid, de nietszeggendheid en het platte effectbejag in Antonia”. Dat is duidelijke taal. Maar dan volgt een merkwaardige toevoeging. Ik geloof, vervolgt Beerekamp, “dat Gorris' feministische overtuigingen dit keer eens niet het grootste probleem vormen”. Dat is heel wat minder duidelijk. Niet het grootste probleem waarvoor? Voor de verklaring van de tegenstelling tussen internationale waardering en Beerekamps oordeel over de film? Voor de verklaring van de platvloersheid enzovoort, van de film? Of voor de verklaring van Beerekamps afkeer van de film?

Na te hebben opgemerkt, dat de film een “streekroman zonder streek” is en dat te hebben toegelicht (Gorris noemde hem in een interview een sprookje), verklaart de recensent: “Antonia is erger dan een film net een these; het is een verzameling feministisch geïnspireerde cabaretnummers. Er komt nauwelijks een authentieke emotie voor in dit stripverhaal uit Nergenshuizen. Maar, zo begrijp ik (aldus Beerekamp) vrouwen over de hele wereld zeggen (sic) er veel in te herkennen.”

Zo is de aap uit de mouw. In Beerekamps voorstelling van de wereld zijn feministische overtuigingen uitsluitend overtuigingen van vrouwen voor vrouwen. Daarmee is zowel het zich aftekenende succes als Beerekamps afkeer van de film verklaard: de helft van de mensheid bestaat immers uit vrouwen, Beerekamp daarentegen is een man. Een wat angstige macho man, is mijn indruk uit deze recensie.

    • J.F. Glastra van Loon