Air Inter gaat Europese lijndiensten onderhouden

PARIJS, 7 OKT. Air Inter, de binnenlandse dochter van Frankrijks nationale luchtvaartmaatschappij Air France, begint per 1 januari 1996 een nieuw Europees leven. 'Air Inter Europe' blijft zelfstandig, maar krijgt de huiskleuren van Air France en wordt een jaar later de Europese afdeling van Air France in het segment van de goedkopere lijndiensten.

Binnen twee jaar moet de Air France-groep, voor honderd procent eigendom van de Franse staat, uit de verliezen raken én de concurrentie in het open luchtruim van Europa aankunnen. Air Inter, dat dit jaar ruim 150 miljoen gulden verlies lijdt, moet niet alleen de markt maar vooral de bonden nog overtuigen.

Christian Blanc, de president-directeur die Air France sinds najaar 1993 saneert, heeft gisteren voor de zoveelste keer met vertegenwoordigers van het personeel gepraat. Voor de moeder- en de dochtermaatschappij is het erop of eronder. Wat Blanc betreft gaat de modernisering voort met of zonder de bonden. Zolang de Franse regering hem rugdekking geeft. Zijn voorganger Bernard Attali verloor die toen het personeel in 1993 op de startbanen ging zitten.

Sindsdien protesteren de talrijke luchtvaartbonden bij iedere stap op de weg naar herstel van Air France's rentabiliteit. Zij hebben ook heel wat verworven rechten te beschermen. Vele ervan moeten verdwijnen, voordat de maatschappijen kunnen concurreren. In Europa verliest Air France op de lijnen naar Amsterdam, Londen, Frankfurt en Rome van KLM, British Airways, Lufthansa en Alitalia.

Vooral het snelle herstel van de Duitsers, die nog niet zo lang geleden uit hun beschermde staatsslaap ontwaakten, benauwt de Fransen. Uit een studie naar de personeelskosten van Air Inter en Lufthansa blijkt dat het Franse cabinepersoneel 30 procent duurder is en de piloten zelfs 91 procent, zonder een merkbaar Frans kwaliteitsvoordeel.

Tot ongenoegen van de bonden kondigde de nieuwe directeur van Air Inter, Jean-Pierre Courcol, gisteren aan dat voor hetzelfde salaris meer gewerkt zal moeten worden. De piloten, die nu maximaal vier etappes op een dag hoeven te maken, zullen vaker moeten vliegen. Stewards en stewardessen worden aangemoedigd vrijwillig plaats te maken voor jongere en goedkopere opvolgers.

In dit stadium zitten er nog geen gedwongen ontslagen in het verhaal. De vorige keer dat die werden aangekondigd, bleven de Air Inter-vliegtuigen prompt aan de grond en kon de zittende directeur Michel Bernard het veld ruimen. Sinds Air Inter onder druk van Brussel zijn lucratieve monopolie-lijnen van Parijs naar Toulouse en Marseille moet delen met andere maatschappijen, ziet het personeel zijn comfortabele leven steeds meer in gevaar komen. De sloffige dienstverlening is er niet acuut scherper van geworden.

Ook zonder ontslagen is Air France-topman Blanc de gebeten hond. Toen het cabinepersoneel van Air Inter twee weken geleden weer een groot deel van de vliegtuigen aan de grond hield, liet Blanc een tv-spot uitzenden waarin de lof werd gezongen van de kansen van Air Inter in een zonnig, Europees luchtruim, “als het personeel maar mee wil vliegen”.

Gisteren werd een Air Inter “op commerciële oorlogssterkte” aangekondigd, met hogere binnenlandse frequenties, prompte reacties op iedere vorm van prijsconcurrentie en nieuwe lijnen van Franse provinciesteden naar Londen en van Parijs naar bestemmingen in Spanje en Portugal. Later versmelt Air Inter Europe enigszins met het Europese net van Air France. Hoe precies zweeft in de lucht. De sjieke Europese diensten blijft Air France uitvoeren, de discount-vluchten zouden door de dochter worden overgenomen.

Met 15 à 18.000 personeelsleden, 120 vliegtuigen en een jaaromzet van 20 miljard franc (6,5 miljard gulden) hoopt de directie Air Inter Europe tot een van de beste van het continent te kunnen maken. In 1997 zouden 26 miljoen passagiers dat bewijzen. De sociale oorlog moet dan achter de rug zijn.