Zelfs knuffels zijn bedreigend

Herman Franke: Nieuws van de nacht. Uitg. Balans. 156 blz. Prijs: ƒ 29,90.

Van Philip Larkin bestaat een mooi, maar erg cynisch gedicht over ouders en kinderen. Ze bedoelen het goed met je, je ouders, zo schreef hij in 'This be the verse', maar ze brengen er weinig van terecht. En dat is geen wonder, want hùn ouders maakten er ook al een zootje van. Zijn zwartgallige kijk op het leven vatte hij samen in deze versregel: “Man hands on misery to man”.

Aan deze regel heb ik vaak moeten denken tijdens het lezen van Nieuws van de nacht, de tweede roman van Herman Franke. Ook hij zette zijn tanden in dit onuitputtelijke, universele vraagstuk: kan een mens zich bevrijden van zijn erfelijke belasting? Verder gaat de vergelijking met Larkin niet helemaal op, want anders dan bij hem ligt het wereldbeeld bij Franke niet al bij voorbaat vast. Dat is ook meteen de grootste charme van de roman. De toon is niet cynisch of bitter, maar eerder verwonderd. De hoofdpersoon, een overspannen journalist, weet niet wat er met hem aan de hand is. Pas als wij zijn ziektebeeld al zo'n beetje rond hebben, begint hem ook te dagen dat hij er slecht aan toe is.

Nieuws van de nacht is een ontwikkelingsroman. We zien een man geleidelijk tot het besef komen dat hij met zijn incestueuze verleden moet afrekenen, om te voorkomen dat hij zijn onverwerkte misère aan zijn dochter zal doorgeven. Het boek heeft een prettig open karakter. Dat heeft alles te maken met de ik-vorm ervan. De verteller is niet alwetend, maar zoekend. Hij lijkt iets te hebben bereikt (huis, baan, vrouw, kind), maar hij is ook een moederskind gebleven. Nog altijd verlangt hij terug naar de eerste vrouw in zijn leven, ook al is zij al jaren dood. De roman wordt mooi op spanning gehouden door zijn innerlijke gespletenheid. Aan de ene kant is er de welbespraakte journalist die te pas en te onpas stoere algemeenheden debiteert over zijn vak. Maar hij tobt ook met akelige dromen over vroeger, zijn angst voor seks en een groeiend onvermogen om hoofdzaken van bijzaken te scheiden. Tenslotte krijgt hij zelfs helemaal niets meer op papier.

In de vorm van de roman wordt de verwarde en opgejaagde geest van de verteller weerspiegeld. Zijn verhaal valt uiteen in veel korte en kortademige episoden, die niet op elkaar aansluiten. Nu eens blikt hij terug op de hele geschiedenis, dan weer bevindt hij zich in zijn jeugd of in een nabijer verleden. In deze quasi rommelige structuur bracht Franke subtiele thrillerelementen onder, die de spanning nog verder verhogen. Een terugkerend motief is bijvoorbeeld de 'felle, uitslaande' brand waarin de moeder omkomt, en waarvan de ware toedracht pas aan het eind van de roman wordt onthuld. Andere griezeleffecten worden veroorzaakt door de mysterieuze brieven die de zoon al dan niet van zijn vader ontvangt, zijn rare omgang met zijn dochter, en zijn nachtelijke bezoeken aan het kerkhof. Zelfs de beschrijving van een eenvoudige verjaarsvisite wekt onbehagen op. De journalist voelt zich door iedereen bedreigd, of het nu verjaarsgasten zijn, collega's, café-bezoekers of de speelgoedbeesten van zijn dochter. 'Vanaf de boekenplank werd ik kil aangestaard door een lange rij knuffels.'

Aan de basis van de existentiële crisis van de hoofdpersoon, zo valt bij stukjes en beetjes te reconstrueren, ligt de ellende die eerst van vader op dochter, en vervolgens van moeder op zoon is doorgegeven. Dat Nieuws van de nacht, ondanks deze dubbele erfenis, toch allerminst een zwoegerig of huilerig geheel is geworden, is een grote verdienste. Net als zijn vorige roman, Weg van loze dromen (1992), waarin ook al zo'n montere toon heerste, draait het hier uiteindelijk om een paar grote tegenstellingen, die de individuele lotgevallen een algemener aanzien geven.

De hoofdpersoon ziet zich gedwongen tot een keuze tussen gevoel en verstand, binnen- en buitenkant, het echte leven en de kale nieuwsfeiten, tussen de nachtelijke en de dagelijkse kant van het bestaan. Zoals de titel al aangeeft, kiest hij voor het nieuws van de nacht, voor het doorgronden van innerlijke roerselen, voor een sprong in het diepe. De journalist in hem maakt plaats voor de dichter, zou je kunnen zeggen, al zal duidelijk zijn dat deze dichter meer van het leven verwacht dan Larkin.