Woudstra verliest spelend overzicht

Voorstelling: Aspern naar Henry James door het Noord Nederlands Toneel. Bewerking en regie: Karst Woudstra. Spel: Chris Lomme, Alice Toen, Karst Woudstra. Gezien: 1/9, Kruithuis, Groningen. Nog te zien: aldaar t/m 21 okt. Daarna tournee. Inl 020-6263947

Het verhaal mag een metafoor zijn over de ongrijpbaarheid van een kunstenaarsziel, Henry James' The Aspern Papers is ook een excuus om drie mensen met uiteenlopende en zelfs tegenstrijdige verlangens samen te brengen. Op toneel, waarvoor regisseur en deze keer ook speler Karst Woudstra de novelle bewerkte, geldt dat des te meer. De anekdote heeft bijna dezelfde functie als de belichting en het decor: ondersteuning van het treffen van de personages.

Een oude dame bezit paperassen en brieven van de grote dichter Aspern, met wie zij in haar jeugd een relatie heeft gehad. Een historicus, gespeeld door Woudstra, is tot alles bereid om de kostbare geschriften te bemachtigen. Een nicht van de oude dame fungeert vergeefs als go-between, tot de dood van haar tante. Daarna stelt zij de historicus de papieren in het vooruitzicht, op voorwaarde dat hij met haar trouwt. Hij weigert - en bedenkt zich, maar dan is het te laat.

Hoogstwaarschijnlijk heeft Woudstra een voorstelling voor ogen gehad als 'het', de enscenering die regisseur Jan Ritsema met de acteurs Ger Thijs en Marjon Brandsma in 1984 maakte van een andere novelle van James, Het beest in de jungle. Dat was een fonkelende diamant: helder maar raadselachtig, letterlijk veelzijdig, prachtig van vorm. De acteurs waren zowel verteller als personage, onophoudelijk en behendig zwenkend van de ene rol naar de andere, van de bespiegeling over de emotie naar de emotie zelf. 'het', door improvisatie tot stand gebracht, is een dierbare herinnering en een mooie inspiratiebron.

De vergelijking doorstaat Aspern niet, bij lange na niet zelfs. Woudstra heeft het idee opgevat zelf het toneel op te gaan en alleen al omdat hij daardoor overzicht miste, had hij dat beter niet kunnen doen. Hij zette zichzelf in een schrijftafel-stuk dat, hoe zorgvuldig ook gemodelleerd naar het origineel (of misschien juist daarom), zo levendig is als een stuk hout. Geen scène is op natuurlijke wijze ontstaan, het schema waarin alle elementen van het verhaal keurig op een rijtje zijn gezet, steekt dwars door de voorstelling heen.

Met de mise-en-scène, die is uitgezet in geometrische lijnen, is het niet anders gesteld. Tante zit in het midden van een rood vloerkleed, de beide anderen staan op de uiterste punten of randen, in elk geval precies tegenover elkaar. Uiteraard moeten we aan zoiets als een militair beleg gaan denken, van belagers met verschillende belangen, maar het oogt geforceerd en ook weer: houterig.

Misschien was het niet opgevallen als Woudstra niet gedacht had dat hij acteren kon. Hij ziet er mooi uit, in zijn pak van, zo te zien, Dries van Noten. Maar daarmee is al het positieve gezegd, want hij kan intoneren noch bewegen of zelfs maar gewoon staan en zijn stem - hij kan er niets aan doen - maar die stem kraakt als een losliggende zolderplank. Om zo slecht toegerust het toneel te betreden, kun je moedig noemen, maar je schiet er niets mee op. Woudstra's optreden maakt Aspern hooguit opmerkelijk stijlvast, maar dat is in dit geval een beetje pijnlijk.

    • Pieter Kottman