Wet financieringstekort heeft vele voordelen

In NRC Handelsblad van 28 september neemt dr. E.J. Janse de Jonge stelling tegen de suggestie van burgemeester Brokx van Tilburg om regering en parlement grondwettelijk te verbieden financieringstekorten toe te staan. Dit naar aanleiding van een soortgelijk voorstel in het Huis van Afgevaardigden in de Verenigde Staten, dat het overigens niet heeft gehaald.

De auteur geeft voor zijn stellingname drie argumenten: 1. Regering en parlement blijven in Nederland vrij te bepalen hoeveel per jaar wordt uitgegeven en welke inkomsten hier tegenover moeten staan. 2. De rechter mag in Nederland (in tegenstelling tot de Verenigde Staten), de wetgeving niet aan de grondwet toetsen. 3. Volgens goed Keynesiaans recept dient de overheid in tijden van laagconjunctuur extra uitgaven te doen om de slappe economie te stimuleren.

Geen van de drie argumenten snijdt hout. De wetgever kan weliswaar de inkomsten en uitgaven bepalen, maar als bij wet geregeld wordt dat deze in evenwicht moeten zijn, kan hij de ene component niet meer sterk uit de hand laten lopen, zonder met de andere in grote problemen te geraken. Als begrotingstekorten grondwettelijk verboden zijn, heeft de regering zich er gewoon aan te houden; daar is geen rechterlijke toetsing voor nodig.

In de afgelopen 25 jaar is onze nationale schuld (Rijk en publiekrechtelijke lichamen) van circa 60 miljard gulden gestegen naar ruim 500 miljard. In dezelfde periode hebben we ook nog eens ongeveer 250 miljard aan aardgasbaten opgesoupeerd.

We hebben - op Zweden na - het hoogste niveau van collectieve lasten (lees: inkomsten van de overheid) ter wereld. Dit, gekoppeld met het feit van de riante aardgasbaten, zou er toe moeten leiden dat we ongeveer het hoogste begrotingsoverschot ter wereld hebben. De werkelijkheid is anders; naarmate wij meer collectieve welvaart kregen, kwamen we meer geld tekort. En nu zitten we met een rentelast van ongeveer 30 miljard per jaar.

Dr. Jelle Zijlstra heeft destijds de zogenaamde 'Zijlstra-norm' voor de begrotingsdiscipline ontwikkeld. Helaas is deze uitsluitend onder zijn eigen regering toegepast. Deze norm gaat uit van een langjarige basislijn voor een restrictief begrotingsbeleid, gebaseerd op een acceptabele staatsschuldquote en met daaromheen een bepaalde bandbreedte, waarbinnen het financieringstekort zich in een sinusvorm kan slingeren. Dit houdt in dat men bij laagconjunctuur het tekort binnen bepaalde marges wat kan laten oplopen om de economie te stimuleren, mits men dit in tijden van hoogconjunctuur weer compenseert met (extra) bezuinigingen. Dit systeem zou zich uitstekend lenen voor grondwettelijke vastlegging.

De wettelijke regeling zou een aantal belangrijke voordelen met zich meebrengen. In de eerste plaats zouden de regeringen worden gedwongen begrotingsbeleid voor de lange termijn te ontwikkelen. In de tweede plaats zouden de ministers niet meer telkens al hun politieke moed bij elkaar hoeven te rapen om maatregelen door te voeren; zij zouden zich op de wet kunnen beroepen. In de derde plaats zou de verkiezingskoorts de begrotingsdiscipline niet of nauwelijks meer kunnen beïnvloeden. In de vierde plaats zou bij een regeringswisseling, onder eventueel gewijzigd beleid, de uitgestippelde begrotingslijn voortgezet moeten worden en zou een moeizaam opgebouwde begrotingsdiscipline van het ene kabinet niet meer door het volgende kabinet ongedaan gemaakt kunnen worden.

En last but not least zouden wij ooit eens verlost raken van het voortdurend over elkaar heen buitelen van politici in hun eeuwige strijd over de verdeling van de zogenaamde mee- en tegenvallers.