Vroeger poetste ik liever; Gesprek met dressuurkampioen Anky van Grunsven

Eva van Ekelenburg is 11 jaar oud en gek van paarden. Haar grote wens was om de Nederlandse wereldkampioen dressuur Anky van Grunsven (27) te interviewen. Heel veel kinderen zijn fan van Anky, schreef Eva, en zijzelf dus ook. Er werd een afspraak gemaakt en Eva kon komen. Ze had buikpijn van de zenuwen, schrijft ze. Anky kwam haar op het erf tegemoet, en liet haar eerst in de stallen rondkijken. Nu gaat het echt gebeuren, dacht Eva, en toen begon het interview.

Hoe oud was je toen je begon met ponyrijden? “Ik was zes jaar toen ik begon met rijden. Ik kreeg een eigen pony, maar het eerste jaar heb ik hem alleen gepoetst. Ik vond het een beetje eng om er op te zitten. Hij was een shetlander en heette Hilaantje. Een kreng! Hij beet en bokte en ik viel er vaak af. Daarom vond ik het niet zo leuk om te rijden. Ik poetste liever, dat deed niet zo'n zeer.”

Had je het vroeger niet erg druk met paardrijden en school en hoe combineerde je dat?

“Ik had vroeger maar één paard te rijden. Na school ging ik rijden en daarna deed ik mijn huiswerk. Later, toen ik meer paarden kreeg hielp mijn vader mee. Ik was meer met rijden bezig dan met leren.”

Werd je vroeger op school wel eens uitgelachen of gepest omdat je gek van paarden was?

(lachend) “Ja, héél vaak, maar die hebben nu allemaal spijt.”

Werd je ook op de lagere school gepest?

“Nee toen nog niet. Maar op de middelbare school zeiden ze: Die Anky is de hele dag maar met knollen bezig.”

Was je vroeger tijdens het paardrijden wel eens bang?

“Ik nog steeds wel eens bang, bijvoorbeeld als ik op een vreemd paard moet, waar niemand van tevoren op gereden heeft. Als hij dan gaat bokken, vind ik dat niet leuk. Op mijn eigen paarden ben ik niet bang, dan weet ik wel zo'n beetje hoe ze bokken.”

En als een paard van jou heel erg blijft bokken, verkoop je hem dan?

“Nee, meestal komt dat wel weer goed. Sommige paarden bokken alleen maar omdat ze fris zijn. Dat mag ook wel een keer. Ze hoeven niet altijd zo netjes te lopen. Als de paarden heel erg fris zijn, laat ik eerst de meisjes hier op stal erop rijden. Ik heb liever dat zij eraf vallen dan ik.”

Heb je veel vriendjes gehad op de middelbare school?

“Nou... nee. Ik ben heel lief en braaf en had maar één vriendje.”

Was je ook niet vaak verliefd?

“Altijd op paarden, nooit op jongens.”

Moet je veel geld hebben om zo hoog te rijden als jij?

“De dressuur kost best veel geld. Je moet je paard te eten geven, hij moet naar de hoefsmid en soms naar de dierenarts. En als je internationaal gaat rijden moet je goed vervoer hebben. Ik moest een vrachtwagen kopen. En als je in een hotel moet, wordt je kamer wel betaald maar voor je eten moet je zelf zorgen. En tijdens de dagen dat ik weg ben verdien ik thuis ook geen geld met lesgeven.”

Hoe ziet een normale dag er voor jou uit?

“Meestal begin ik om ongeveer 8 uur met rijden en dan rijd ik door tot 2 uur. Om 2 of 3 uur - dat ligt eraan hoeveel paarden ik te doen heb - ga ik lesgeven tot ongeveer 6 uur.”

Rijd je echt al je paarden zelf?

“Ik probeer ze wel elke dag allemaal te rijden en dan hebben ze zondags vrij. Alleen als ze op concours gaan hebben ze maandags rust.”

Mogen je wedstrijdpaarden Bonfire en Cocktail op de wei?

“Nee. Bonfire stond vroeger wel altijd in de wei, maar nu ben ik een beetje bang dat hij als hij een keer gek doet, kreupel raakt. Ze gaan wel elke dag aan de hand de wei in. Dan kunnen ze toch grazen.”

Als Bonfire niet meer kan werken, wat gebeurt er dan met hem?

“Dan blijft hij hier en mag hij lekker in de wei.”

Prisco was je eerste paard en die was heel moeilijk. Trok je weleens heel hard aan de teugels?

“(lachend) Ja, ook wel eens. Dat mag eigenlijk niet maar als je nooit een fout maakt dan weet je ook nooit waarom je iets doet.”

Je vriend Sjef traint jou en de paarden. Is hij nooit jaloers op de aandacht die jij krijgt?

“Hij zegt van niet. Voor hem hoeft die publiciteit niet zo.

En vindt Sjef het ook niet erg dat jij allemaal brieven krijgt en hij niet?

“Hij is heel blij dat ik ze allemaal krijg. Dan moet ik ze allemaal beantwoorden en hij niet.”

Beantwoord je ze altijd zelf?

“Ja, altijd. Allemaal.”

Denk je dat je zonder Sjef wereldkampioen had kunnen worden?

“Zonder Sjef niet, maar zonder Bonfire ook niet!”

Praat jij veel met je paarden?

“Ja. Ze begrijpen echt wel wat je bedoelt aan de manier waarop je iets zegt. Dus als ik rustig iets zeg weten ze dat ze iets goed doen, en als ik heel hard begin te vloeken weten ze dat het helemaal niet goed zit.”

Wil je kinderen?

“Ja, ik denk van wel, alleen nu niet. Het gaat allemaal goed met rijden.”

Heb je nog dromen?

“Ja, volgend jaar de Olympische Spelen winnen.”

Oké, bedankt.

“Graag gedaan!”

    • Eva van Ekelenburg