Voorzitter wielerunie bezorgd over enorme toeloop bij wegwedstrijd in Colombia; 'Zondag wordt het een gekkenhuis'

Hein Verbruggen is sinds 1991 voorzitter van de internationale wielerunie (UCI). De boerenzoon uit Helmond heeft zich opgewerkt tot een van de belangrijkste bestuurders in de sportwereld. Verbruggen (54) is ook de man die Colombia het wereldkampioenschap heeft geschonken. “Ik heb altijd heel laconiek gereageerd op de negatieve berichtgeving.”

TUNJA, 6 OKT. De kritiek die hem in Europa dikwijls ten deel valt, blijft in Colombia achterwege. Hein Verbruggen wordt hier niet gezien als de rigoreus opererende bestuurder, maar als een soort redder des vaderlands. Een Colombiaanse krant benoemde hem deze week tot 'man van het jaar'. Op straat wordt hij aanbeden. “Ik kom handen tekort. Iedereen schiet me aan.”

De voorzitter van de UCI maakt lange dagen in Colombia. Veel vergaderen, veel adviezen geven. De organisatie laat hier en daar nog wel eens te wensen over. Woensdag moesten de vrouwelijke deelnemers aan de tijdrit zich in de openlucht verkleden. De technische voorzieningen voor de diverse media kwamen pas op het allerlaatste moment tot stand. Verbruggen weet van de problemen, maar heel bezorgd heeft hij zich vooralsnog niet getoond. Al lopend naar een gereedstaande limousine vertelt hij over zijn ervaringen.

“Mijn eerdere indrukken worden hier bevestigd. Colombia is een wielerland in optima forma. Al het enthousiasme doet de schoonheidsfoutjes verbleken. Als ik een Colombiaan op zijn verantwoordelijkheden wijs, verschijnt er een grote glimlach op zijn gezicht. Alles komt in orde, krijg je steeds te horen. En meestal is dat inderdaad het geval.

“Ik vind die rommelige organisatie helemaal niet storend. In Italië heerst er ook chaos bij een wielerkoers, maar wie durft daar iets negatiefs over te zeggen? Vincenzo Torriani, de oude baas van de Giro, heeft me ooit na een etappe gewezen op de chaos bij de finish. 'Dat is nou wielrennen', zei hij. En ik denk dat hij gelijk had. Je moet deze sport niet te klinisch maken.”

Mede dankzij Verbruggen kreeg Colombia dit jaar het WK toegewezen. Ondanks alle kritiek die de Westers georiënteerde wielerwereld heeft geuit. Colombia zou niet geschikt zijn om zo'n groot evenement te organiseren. En de coureurs zouden te veel gevaar lopen in het door criminaliteit aangetaste land. Verbruggen heeft zich naar eigen zeggen nooit laten beïnvloeden door de negatieve berichtgeving. Alleen de keuze voor een lokatie op grote hoogte beschouwt hij als een persoonlijke vergissing.

“Ik heb me laten leiden door de voorzitter van de organisatie, die inmiddels al weer is afgetreden. Die man kwam uit deze streek en wilde zijn vriendjes helpen. Dat heb ik te laat doorgekregen. Maar we moeten ook niet te dramatisch doen. Bijna de hele wereldtop is hier aanwezig. Het deelnemersveld is sterker dan vorig jaar op Sicilië.”

Over de keuze voor het Zuidamerikaanse land zal hij zich niet snel excuseren. “De Colombianen zijn een jaar of tien in de markt geweest voor het wereldkampioenschap. Hun kandidatuur werd telkens afgestemd. De voorkeur ging meestal naar een Europees land. Op een gegeven moment wordt zoiets beledigend. Toen hebben we besloten om de Colombianen niet langer in onzekerheid te laten. We moesten gewoon een beslissing nemen. We gaan wel of we gaan niet naar Colombia. In 1991 hebben we de knoop doorgehakt.”

“Ik heb altijd heel laconiek gereageerd op de negatieve berichtgeving. Dit land is verdacht, dus wordt elk smetje extra aangedikt. Als mij wordt gevraagd naar de moord op die Colombiaanse voetballer verwijs ik altijd naar de steekpartij in Hamburg met Monica Seles. En in Italië had je vroeger ook de Rode Brigade. Daar werd tijdens de Giro nooit over geschreven.”

Verbruggen heeft genoten van de sfeer bij de baanwedstrijden in Bogota. Veel toeschouwers, mooie wedstrijden. “Je merkte aan het publiek dat er kenners tussen zaten. Echte topsport hebben ze gezien. Dat zoiets in Nederland niet overkomt, is mijn probleem niet. In Nederland ontbreekt nu eenmaal een goede piste-cultuur. Maar ik kan je verzekeren dat ze in de Verenigde Staten en Australië hebben genoten. Het baanrennen neemt de laatste jaren een grote vlucht.”

Het is zijn nieuwe uitdaging. Verbruggen besloot het baanrennen een financiële impuls te geven. Critici beweren dat hij uit eigen belang handelt. Tien jaar geleden sprak hij nog heel negatief over de piste. Maar Verbruggen ligt goed in de markt bij IOC-voorzitter Samaranch, die het baanrennen op de olympische kalender heeft staan. Vandaar de gewijzigde mening van de Nederlander, luidt de kritiek.

Verbruggen geeft toe dat hij van mening is veranderd. “Daar hoef ik me toch niet voor te schamen. Toen ik destijds die uitspraak deed, was ik lang niet zo goed op de hoogte van het baanrennen. Ik heb me vergist in de enorme populariteit van de piste. Er bleken in de hele wereld 720 banen te zijn, dat is nogal wat. En vergeet niet dat het in de toekomst steeds lastiger wordt om een wegwedstrijd te organiseren. De infrastructuur is een serieus probleem.”

Over zijn vermeende flirt met Samaranch is hij kort en bondig. “Ik voel me gevleid als hij zegt dat ik goed bezig ben. Maar ik heb me nooit expliciet uitgesproken over een functie bij het IOC. Als je zegt dat je een baan ambieert, ben je voor de buitenwereld een veel te ambitieus mannetje. En als je de baan niet ambieert, ben je hypocriet.”

Voorlopig blijft Verbruggen actief in de wielersport. “Het is leuk om macht uit te oefenen”, zei hij in een eerder vraaggesprek. Gisteren liet de gefortuneerde consultant zich gereserveerder uit. “Ik doe dit werk als hobby. Niemand die mij verplicht om hiermee door te gaan. Ik denk de wielersport een goede dienst te bewijzen door veranderingen aan te brengen. En ik probeer me zo min mogelijk aan te trekken van alle kritiek. Mij zie je niet al te grijs worden.”

Hij heeft de woorden nog niet uitgesproken of de wegwedstrijd voor de profs komt ter sprake. Hij trekt een bezorgd gezicht. “Zondag gaat het een gekkenhuis worden. De organisatie verwacht meer dan een miljoen mensen. Hoe houd je die allemaal in de hand? Daar ben ik heel bang voor. Ik voorzie taferelen als bij Alpe d'Huez, maar dan tien keer erger. Laten we hopen dat deze droom niet in duigen valt.”

    • Jaap Bloembergen