Verzet fabrikanten tegen medicijnenwet

HAARLEM, 6 OKT. Vier grote, in Nederland gevestigde producenten van merkgeneesmiddelen onderzoeken mogelijkheden voor juridische stappen tegen de tot standkoming van de Wet geneesmiddelenprijzen, zoals die door minister Borst (volksgezondheid) is ingediend bij de Tweede Kamer. De vier zien mogelijkheden om het voorliggende ontwerp aan te vechten op grond van scherpe kritiek, die de Rotterdamse hoogleraar Europees Recht, professor mr. B.H. ter Kuile heeft geformuleerd in een commentaar op het wetsontwerp.

De vier, het Amerikaanse Merck Sharp & Dohme (MSD), het Japanse Yamanouchi, Solvay Duphar en Organon (Akzo Nobel) hebben het commentaar van Ter Kuile inmiddels aangeboden aan de Tweede Kamer, die nog bezig is aan de schriftelijke voorbereiding, voorafgaand aan de plenaire behandeling van het ontwerp, dat op 1 januari kracht van wet zou moeten krijgen. De wet voorziet in een bezuiniging van 700 miljoen gulden op de uitgaven aan geneesmiddelen. Daartoe worden producenten en importeurs van geneesmiddelen gebonden aan een maximum-prijs voor het op de markt brengen van hun produkten. Die maximum-prijs wordt gevormd door een gemiddelde te nemen van de prijzen zoals die gelden in vier 'ons omringende landen'. Die vier zijn Duitsland, België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk al jaren een strak prijsbeleid voeren voor medicijnen.

Ter Kuile wijst erop dat de minister bij het stellen van criteria om deze landen als referentie te nemen niet zegt dat de prijzen daar zo laag zijn. De criteria die zij hanteert maken het evenzeer mogelijk om landen als Zweden en Denemarken te betrekken bij het berekenen van een gemiddelde. Deze landen hanteren relatief hoge prijzen voor geneesmiddelen en om die reden betrekt de bewindsvrouwe ze niet bij de berekening van een gemiddelde. In dat geval is er volgens Ter Kuile echter wel sprake van willekeur en dat maakt de wet kwetsbaar naar Europese rechtsnormen. Op dit punt zouden de vier bedrijven via een kort geding bij de Nederlandse rechter een uitspraak kunnen vragen aan het Hof van Justitie in Luxemburg.

Daarnaast heeft Ter Kuile kritiek op de rechtsbescherming die de farmaceutische producenten en distributeurs wordt geboden. Enige inspraak bij het vaststellen van maximum-prijzen is er nauwelijks. Ook is er geen beroepsmogelijkheid voor bedrijven, om het beleid te laten toetsen door een onafhankelijk rechtscollege. Ter Kuile meent overigens wel dat een prijzenwet op enigerlei wijze tot stand kan worden gebracht, al zal er in dat geval nauwkeuriger moeten worden gekeken naar Europees rechtelijke aspecten. Hij wijst er daarbij met name op, dat sedert november vorig jaar een nieuw artikel van kracht is dat strenge regels stelt aan een open markt binnen de EU en vrije concurrentie. Aan dat artikel gaat de minister in het wetsontwerp zelfs geheel voorbij.

Volgens woordvoerder mr. R. Berkelbach van der Sprenkel van MSD legt de bedrijfstak de laatste hand aan een finacieel sluitend alternatief waarover nog intensief wordt overlegd met het ministerie van VWS. Het gaat hier, volgens hem, om een “constructieve dialoog tussen de minister en de direct betrokkenen”.