Verbroedering

Ik kan niet eens zeggen, dat ik geen liefhebber van het genre ben: de musical onttrekt zich eenvoudigweg aan mijn waarneming. Met het misprijzen waarmee sommige mensen er prat op gaan dat ze 'nooit' televisie kijken, heeft dat niets te maken. Waaraan het dan wel ligt, weet ik niet goed, soms zijn de dingen zoals ze zijn, zonder reden.

Ik ben naar Faya geweest, de musical van tekstschrijver Hugo Heijnen en regisseur Lodewijk de Boer over het post-koloniale Suriname en ik was er door verrast. Het gebeurt zelden, realiseerde ik me, dat je theater te zien krijgt, dat zo'n innige band met de werkelijkheid heeft. In de eerste plaats is het publiek van een heel andere samenstelling dan je gewend bent. De meerderheid bestaat uit Nederlanders van Surinaamse afkomst, die je anders nooit in het theater ziet. Ze zitten naast je en gniffelen als de uitbuiting en beroving van hun land door de Nederlanders ter sprake komt. Alles in het goedmoedige, we knipoogden zelfs naar elkaar, zij een beetje triomfantelijk, ik een beetje beschaamd. Het zijn momenten die moeizame discussies overbodig maken.

Leerzaam is ook dat je, gezeten in een theaterstoel, ineens beseft hoezeer degene naast je zich, ondanks de gemeenschappelijke taal, vreemdeling moet voelen in dit land. Ik voel me althans vreemdeling, nu hun geschiedenis aan me voorbij trekt. Dit is hun domein. Ze gieren het soms uit, om redenen die me ontgaan en ik hoor woorden als 'srefidensi', 'tang' en 'switi sranan', waarvan het progammaboekje pas later de betekenis leert. Er is ook een toon - een beetje cynisch, maar tegelijkertijd levenslustig, kordaat en laconiek - die ik als anders ervaar en die voor mijn buurvrouw een feest van herkenning is.

Faya is bevrijdend en verbroederend, gek genoeg juist omdat het stuk naar hartelust inspeelt op vooroordelen - van Nederlanders jegens Surinamers en omgekeerd, en van de ethnische groeperingen in Suriname jegens elkaar. Nu die zonder poespas worden verwoord, moet iedereen er om lachen. De Creolen denken alleen maar aan van dattum, de Hindoestanen zijn keurige middenstanders met een koelie-mentaliteit, collectieve onnozelheid staat politiek bewustzijn in de weg en de massale uittocht naar het land van de voormalige onderdrukker is ook al een wonde waarin het goed zout wrijven is. Als de makers al op eieren hebben gelopen, van bange omzichtigheid is niets te merken.

Min of meer betrokkenen schrijven hier in politiek-sociaal theater de geschiedenis van hun land, inzichtelijk en helder, met een daarin mooi verweven Romeo en Julia-verhaal op de koop toe. Ik keek ernaar met iemand uit Mali, die het Nederlands niet machtig is maar de gebeurtenissen op het toneel door de ervaringen in zijn eigen land precies kon thuis brengen. Hij vond, net als ik, het optreden van de militairen te halfzacht weergegeven; hij miste de december-moorden zonder te weten, dat ze in het geval van Suriname zo heten.

Het opmerkelijkste aan Faya (met een onweerstaanbare Stanley Burleson in de hoofdrol) is dat de later gedekoloniseerde Surinamers in ons land het verleden veel eerder artistiek verwerken dan de Indische landgenoten. Of misschien is het wel zo dat de eerste groep die behoefte wel heeft en de tweede niet. Soekarno komt er nu aan, een toneelscenario van Jan Blokker, Westerling van Graa Boomsma is een zeer recent stuk en verder bestond er eigenlijk alleen Hella Haasses Schaken met Dioponegoro. Maar een 'Indische' voorstelling waarin een balans wordt opgemaakt zoals in Faya, moet nog in première gaan.

    • Pieter Kottman