Terug die nacht in; Jaap van Hoewijk en zijn documentaire over de getuigen bij een executie

Robert Alton Harris werd op 21 april 1992 in Californië geëxecuteerd. Het was de eerste staatsexecutie sinds een kwart eeuw. De Nederlandse regisseur Jaap van Hoewijk maakte een documentaire over de getuigen die daarbij in het kader van 'Procedure 769' aanwezig waren. “Ik vroeg me meteen allerlei kleine dingen af: wat hadden ze voor kleren aan, wat zeiden ze tegen elkaar, gingen ze tussendoor naar de wc, en als ze zichzelf daar in de spiegel zagen, dachten ze dan: wat doe ik hier eigenlijk?” 'Procedure 769 - the Witnesses to the Execution of Robert Alton Harris' is vanaf volgende week in de bioscoop te zien.

Een strakke film, met het effect van een bulldozer, dat is wat regisseur Jaap van Hoewijk voor ogen stond. In zijn documentaire Procedure 769; the Witnesses to the Execution of Robert Alton Harris is alle aandacht gericht op de elf mensen die hij interviewde: elf van de 49 Amerikanen die op 21 april 1992 getuige waren van de eerste staatsexecutie in Californië sinds een kwart eeuw. Anderhalf uur lang zien we talking heads, alleen afgewisseld met korte stukjes televisienieuws en beelden van de gevangenis (en de gaskamer) in San Francisco.

“Niets mocht afleiden van het verhaal van de getuigen,” zegt Van Hoewijk (32) over zijn debuutfilm. “We zoomden niet in, we zoomden niet uit, ik wilde eigenlijk niet meer laten zien dan hun gezichten. Mijn film moest een beeld geven van de mensen die aanwezig waren geweest bij een terechtstelling. Er zijn honderden films en boeken over de doodstraf. Die houden zich allemaal bezig met goed en kwaad, met de vraag of de staat mag beschikken over het leven van een misdadiger. Dat interesseerde me niet, ik wilde weten wat voor reacties zo'n executie precies losmaakt. Daarom heb ik in mijn film ook zo veel mogelijk afstand gehouden van Robert Alton Harris, de veroordeelde. Ik vertel bijna niets over zijn afschuwelijke jeugd en behandel uit zijn criminele verleden alleen de dubbele moord waarvoor hij in de gaskamer kwam. Eerlijk gezegd was ik blij dat hij blank was en hartstikke schuldig. Dat zorgde er in ieder geval voor dat ik geen aandacht hoefde te besteden aan gerechtelijke twijfels of klassejustitie, want daar moest de film niet over gaan.”

Procedure 769, zo genoemd naar het uitgebreide protocol dat in de San Quentin-gevangenis moet worden gevolgd bij het vergassen van een gevangene, begint met een citaat uit het verhaal 'A Hanging' van George Orwell (over een executie in Brits-Indië), en stelt vervolgens de elf getuigen voor die door Van Hoewijk werden opgespoord en ondervraagd. Een voor een worden ze letterlijk in het licht gezet, terwijl een zakelijke vrouwenstem de verschillende categorieën getuigen noemt die het protocol voorschrijft: familieleden en vrienden van de veroordeelde, nabestaanden van zijn slachtoffers, gevangenispersoneel, journalisten, staatsgetuigen en VIP's uit de maatschappij. Pas daarna volgt de reconstructie van de misdaad van Robert Alton Harris: de moord in juli 1978 op twee jongens die hij in hun auto had gegijzeld op weg naar een bankoverval. Na een paar uur werd hij al gearresteerd, door een politie-eenheid waarvan stomtoevallig de vader van een van de slachtoffers deel uitmaakte. Harris werd berecht, schuldig bevonden en ter dood veroordeeld, maar het vonnis zou pas veertien jaar later worden voltrokken, toen gouverneur Pete Wilson het moratorium op de doodstraf in Californië ophief.

Hamburgers

“De stuwende kracht achter de executie van Harris was de politiek,” zegt Van Hoewijk, een paar uur voordat Procedure 769 als slotfilm van het Nederlands Film Festival in première zal gaan. “1992 was een verkiezingsjaar en Pete Wilson heeft zijn tweede termijn als gouverneur gekregen door zich tough on crime te tonen. De kiezers in Californië voelden zich bedreigd door de stijgende misdaadcijfers en waardeerden het dat er een daad gesteld werd. En Robert Alton Harris was berucht; allereerst omdat hij twee tieners had vermoord, maar misschien nog wel meer omdat de televisiecamera's een grijns op zijn gezicht registreerden toen hij geboeid werd afgevoerd. 'The laughing killer' werd hij genoemd. Een tv-station meldde dat hij bij zijn arrestatie had opgeschept dat hij na de moord op de jongens hun half-opgegeten hamburgers soldaat had gemaakt, en hij werd een icoon van het kwaad. Sommige geldschieters van Wilsons herverkiezingscampagne eisten zelfs het 'privilege' op om aanwezig te zijn bij zijn executie.”

Zelf hoorde Van Hoewijk voor het eerst van de zaak Harris op de dag van de terechtstelling. “Binnen een paar uur kwamen er twee radioberichten: aanvankelijk zei de nieuwslezer dat de eerste executie in Californië sinds 25 jaar op het nippertje niet was doorgegaan, later dat de veroordeelde alsnog ter dood was gebracht. Wat mij trof was het detail dat er vijftig mensen hadden toegekeken. Ik vroeg me meteen allerlei kleine dingen af: wat hadden ze voor kleren aan, wat zeiden ze tegen elkaar, gingen ze tussendoor naar de wc, en als ze zichzelf daar in de spiegel zagen, dachten ze dan: wat doe ik hier eigenlijk?”

Aan een film dacht Van Hoewijk niet meteen; op de Academie voor Beeldende Kunsten St. Joost in Breda had hij een paar korte films gemaakt, maar verder bestond zijn cinematografische ervaring uit een baantje als research-assistent bij het filmproduktiebedrijf van Louis van Gasteren. “Pas toen ik er achter kwam hoe gevarieerd de groep getuigen was, begon ik een film voor me te zien: familieleden van Harris moesten die executie totaal anders beleefd hebben dan de nabestaanden van zijn slachtoffers of de gevangenisdirecteur. Het probleem was alleen dat de namen van de getuigen geheim waren. Ik heb heel wat brieven geschreven, maar nergens had ik succes. Totdat een fax van me werd doorgestuurd naar het Death Penalty Information Center in Washington. De directeur die de brief onder ogen kreeg, bleek de executie als vriend van Harris te hebben bijgewoond; hij bracht me in contact met de familieleden van Harris, en zo kwam de zaak aan het rollen. Ik heb 35 getuigen achterhaald en aan de telefoon gehad; met 18 heb ik voorgesprekken gehouden, dertien zijn er gefilmd. Uiteindelijk hebben er twee de film niet gehaald. De een had een te onpersoonlijk verhaal, de ander was niet fotogeniek genoeg.”

Gashendel

De elf geïnterviewden in Procedure 769 zijn welbespraakt en op een enkele uitzondering na zelfs charismatisch te noemen; professionele acteurs hadden niet beter gestalte kunnen geven aan de verschillende personages: de zachtaardige maar wraakzuchtige moeder van een van de slachtoffers, het verbitterde zusje, de ijskoude vader, de nog steeds wanhopige broer van de terechtgestelde, de journalist die de executie als de primeur van zijn leven ziet, de strenge maar niet onsympathieke gevangenisdirecteur die de gashendel overhaalde en daarbij de veroordeelde recht in de ogen keek. “Het zijn rolmodellen, archetypen,” zegt Van Hoewijk. “Je ziet de moeder, de broer, de sensatiejournalist. Al bij de voorbereidingen voor de film bleek alles mee te zitten: de getuigen waren goed, Harris was fout; het verhaal lag op straat, we hoefden het alleen maar te monteren.”

De montage is een van de sterkste punten van Procedure 769. De film krijgt vaart doordat Van Hoewijk en zijn co-regisseur Rikkert Boonstra naar het einde toe steeds sneller heen en weer gaan tussen de verschillende getuigen en de voorgelezen aanwijzingen uit Procedure 769 ('3.55 A.M., vijf minuten voor executie: Op commando van de directeur brengt het hoofd van de gaskamer de veroordeelde de gaskamer binnen'). Maar nog bijzonderder is de manier waarop de getuigenissen gemonteerd zijn. Soms heeft dat een ironisch effect, bijvoorbeeld wanneer de moeder van een van de slachtoffers vertelt over het feestmaal bij de gevangenisdirecteur in de uren voor de executie en haar verhaal doorsneden wordt met de beschrijving door een familielid van Harris van het eenzame galgemaal met hamburgers en cola van de veroordeelde.

Op andere momenten is het effect van de parallelmontage subtieler en verandert Procedure 769 in een case-study over de werking van het geheugen en de subjectiviteit van iedere waarneming. Alle getuigen hebben in die nacht van 20 op 21 april 1992 hetzelfde meegemaakt; maar niet alleen hun interpretatie van de werkelijkheid verschilt, ook hun weergave ervan. Van Hoewijk: “Neem het moment dat Harris de gaskamer wordt binnengeleid. Een van de staatsgetuigen zegt dat de veroordeelde een 'warme en vriendelijke houding' had, de moeder heeft het over een 'zelfgenoegzame grijns', de vader zag een 'sneer op zijn gezicht' en de gevangenispsycholoog constateerde een 'blik van berusting'. Iedereen heeft gezien wat hij of zij wilde zien.”

Er zijn veel meer voorbeelden van zulke verschillen in waarneming. Als Harris voor de tweede keer in het holst van de nacht de gaskamer wordt binnengebracht, nadat het er even naar uit heeft gezien dat de executie op het laatste moment door het Hof van Beroep is afgeblazen, zegt de psycholoog: 'Hij zag eruit alsof hij tien jaar ouder was geworden'; het zusje van een van Harris' slachtoffers vindt dat hij keek 'alsof hij wist dat hij de Duivel zou ontmoeten.' En wanneer het gas daadwerkelijk in de cel wordt vrijgelaten, registreert iedere getuige iets anders. Harris' vrienden en familie zien een verschrikkelijke doodsstrijd, voor de nabestaanden van de slachtoffers gaat het allemaal veel te snel en geruisloos. Zelfs over Harris' laatste bewegingen en de tijd die het duurde voor hij zich niet meer bewoog, is geen overeenstemming.

“Natuurlijk heb ik een officiële 'execution record' van het precieze verloop van de terechtstelling,” antwoordt van Hoewijk desgevraagd. “Maar het zou plat geweest zijn om die in de film te verwerken. Aanvankelijk heb ik nog wel geprobeerd om een video-opname van de executie in mijn bezit te krijgen - die was namelijk gemaakt op last van een rechter die studiemateriaal wilde in een proces over de vraag of vergassing beschouwd moest worden als 'cruel and unjust punishment' en daarmee als ongrondwettig. Maar toen de opname - zonder ooit te zijn gebruikt - vernietigd bleek, was ik daar niet echt rouwig om.”

Emotieloos

Het is indrukwekkend om te zien hoezeer de getuigen in Procedure 769 zich aan de interviewer (en dus aan de kijker) blootgeven. Alleen een stijve VIP-getuige en de vader van een van de slachtoffers, die hard en emotieloos zijn verhaal doet, blijven flat characters. Van Hoewijk noemt als zijn grote voorbeeld bij het interviewen de Franse cineast Claude Lanzmann. “Als je Shoah bestudeert, dan zie je dat Lanzmann nooit vraagt 'hoe voelde u zich toen?' Hij vraagt zijn gesprekspartners om een zo nauwkeurig mogelijke beschrijving: 'hoe zag het eruit? wat deed u precies?'. Als ik de getuigen had gevraagd hoe ze zich voelden toen ze door de ramen van de gaskamer keken, had ik waarschijnlijk niet veel meer te horen gekregen dan het woord 'horrible' - die typische vuilnisbak van het gevoel. Nu ik ze heel feitelijk over hun belevenissen liet vertellen, nam ik ze als het ware mee terug die nacht in.

“Je moet bij dit soort films wel oppassen dat je de mensen niet onnodig beschadigt. Als je intensief geïnterviewd wordt, vergeet je soms dat er een camera in de buurt is. Dat overkwam het zusje van een van de slachtoffers. Zij zat nog steeds vol haat en die kwam er achter elkaar allemaal uit. Bij het monteren hebben we het interview met haar zo gesneden dat ze iets minder hard overkwam. Je bent zo kwetsbaar voor de camera.

“Het interview met de moeder hebben we zelfs voor een deel opnieuw opgenomen. We hadden haar gevraagd hoe ze de uren voorafgaand aan de executie had doorgebracht, en ze begon uitgebreid te vertellen wat ze aan het diner met de gevangenisdirecteur had gegeten - inclusief de delicious strawberry cake. We beseften dat ze op deze manier in de film veel ongevoeliger en hartelozer zou lijken dan ze is, en dus hebben we haar het laten overdoen om het iets minder smakelijk te maken. Ik hou niet zo van schoten voor open doel.”

Er waren meer redenen om bepaalde dingen niet in de film op te nemen. “Als je goed oplet, zie je dat er gaten in het tijdschema van Procedure 769 zitten. Dat komt doordat er die nacht vier keer uitstel van executie is geweest. Hadden we dat allemaal in de film opgenomen, dan zou je er niets meer van hebben begrepen. Eén keer uitstel, en wel op het moment dat Harris voor de eerste keer in de gaskamer op zijn dood zat te wachten, was bizar genoeg.

“Dezelfde overweging hadden we bij het verhaal van Harris' broer over de problemen die hij had om op tijd voor de executie in de gevangenis aan te komen. Je ziet hem vertellen dat hij zó zenuwachtig was dat hij vergeten was waar hij zijn auto met heel zijn hebben en houen geparkeerd had toen hij op de avond van de executie iemand op het vliegveld had uitgezwaaid. Hij heeft uren in de parkeergarage rondgedoold tot hij met hulp van een parkeerwachter net op tijd zijn auto terugvond. Dat zit allemaal in de film, maar wat we hebben weggelaten is dat hij op weg naar de gevangenis ook nog eens in de file kwam te staan. Zoiets durf je in de goedkoopste B-film niet eens op te nemen, laat staan in een serieuze documentaire.”

    • Pieter Steinzdoor Pieter Steinz