Tegen geen prijs de as beschadigen

BONN, 6 OKT. Is Duitsland op weg naar een soort D-mark-nationalisme, gaat het de directie van de Bundesbank lukken om de Europese Monetaire Unie met veel obstructie op de zeer lange baan te schuiven, wordt de toch onmisbare goede verstandhouding met Frankrijk zó in Bonn en Frankfurt op het spel gezet?

Wie het openingsartikel van oud-kanselier Helmut Schmidt vorige week in het weekblad Die Zeit las, zou zoiets kunnen vrezen. Deutsches Störfeuer gegen Europa, stond erboven. Schmidt ziet minister Theo Waigel en de Bundesbank met hun strenge gepraat over handhaving, misschien zelfs: verscherping, van de EMU-toetredingscriteria als bedreigers van de geplande Europese monetaire eenheid. En hij wijst erop dat de Europese integratie, met een monetaire unie als stabiliteitsanker, voor het verenigde Duitsland van het allergrootste strategische belang is, zowel economisch als politiek. Want de EMU is voor Duitsland niet alleen economisch gewenst, maar straks ook een garantie dat het in Europa niet opnieuw tot anti-Duitse allianties, dan anti-D-mark-allianties, komt, waarschuwt hij.

Schmidt lijkt te vrezen dat Waigels recente strenge oordeel over de economische en monetaire armlastigheid van Italië, en zijn sombere prognoses over de EMU-kansen van dat land, in feite ook als waarschuwing aan Frankrijk begrepen konden worden.

Wat daarvan waar zij, in Duitsland is er niemand van enige naam te vinden die in Europa werkelijk iets zonder Frankrijk zou willen beginnen. De beste kroongetuige is in dit geval Waigel zelf, die vorige maand in een gesprek met het weekblad Focus onder meer zei: “Een Europese Monetaire Unie zonder Frankrijk is niet zinvol. Dat project kan alleen slagen als Duitsland én Frankrijk eraan deelnemen.”

Natuurlijk lezen ook Duitse politici wel eens verhalen in Britse kranten over spanningen op het Europese continent tussen Parijs en Bonn. Maar de ingetogen manier waarop Kohl en zijn ministers, alsook een overgrote meerderheid van de Bondsdag, reageerden op de Franse afwijkingen van het Schengen-verdrag en de atoomproeven in de Stille Oceaan, laat immers zien dat Bonn de betrekkingen met Parijs voor geen prijs wil beschadigen.Er kwam voor de toekomst van die betrekkingen vorige week zelfs goed nieuws los toen de Europese ministers van financiën besloten om het EMU-startjaar op 1999 te bepalen. Dat betekent dat de campagne voor de Bondsdagverkiezingen van 1998 niet overwegend, zoals wel was gevreesd, in het teken komt te staan van “het einde van de D-mark” of andere elektoraal-gevoelig EMU-parolen.