Rechter: 'Bloedsporen' niet uit de handel

AMSTERDAM, 6 OKT. De Amsterdamse uitgeverij Contact hoeft het boek Bloedsporen, geschreven door de Belgische journalisten D. Ilegems en R. Sauviller, niet uit de handel te halen. Een eis daartoe van de Antilliaanse bankier C. Smeets is donderdag door de rechtbank in Amsterdam afgewezen. Smeets gaat bij het hof in Amsterdam in hoger beroep spoedappèl aantekenen tegen de uitspraak.

In Bloedsporen betichten de auteurs Smeets, president-directeur van de op de Nederlandse Antillen gevestigde Citco-groep, van banden met de mafia. De journalisten noemen de bankier een stroman van de Italiaan Bertucci, die volgens hen deel uitmaakt van het misdaadsyndicaat. Daarnaast zou Smeets nauwe contacten onderhouden met een andere mafioso: Roberto Memmo. Volgens de schrijvers, werkzaam bij het tijdschrift Humo, zou Memmo aandeelhouder zijn van Citco-Suisse.

Mr. U. Bentinck, vice-president van de rechtbank, meent dat Ilegems en Sauviller aan de hand van hun bekende feiten wel degelijk konden en kunnen concluderen dat Smeets als stroman is opgetreden. De auteurs brengen in het boek Bertucci in verband met de Beta-affaire, de zaak rond het gelijknamige Arubaanse hotel. Ook Smeets speelde in deze affaire een hoofdrol. De Antilliaanse bankier zou in 1987 een misleidende verklaring hebben getekend op grond waarvan de Arubaanse overheid garantie verleende voor de bouw van het prestigieuze hotel. De Italiaanse aannemers verdwenen, onder het mom van een faillissement met een deel van de bouwsom toen de bouw pas voor de helft was voltooid. Van het hotel rest slechts een spookachtig karkas.

De zaak van de schade voor Aruba, voor zover die voortvloeit uit de betrokkenheid van Citco-directeur Smeets is inmiddels “in der minne” geschikt. Smeets betaalde Aruba een bedrag van 13,4 miljoen dollar. Tegen hem loopt echter nog steeds een strafrechterlijk onderzoek.

Dat Bertucci in de Beta-affaire de grote man achter de schermen was, is evenmin een ongerijmde conclusie, aldus mr. Bentinck, “gezien de feiten en de verklaringen over de rol van de Italiaan in het zich bij de stukken bevindende gedeelte van het strafdossier”.

Dat beide journalisten de Italiaan tot de mafia rekenen, maakt de passage waarin Smeets wordt genoemd als zijn stroman “wel extra onaangenaam, maar gezien alle feiten en rekening houdend met de in het algemeen geldende waakhondfunctie van de pers nog niet onrechtmatig”, aldus de vice-president.

Mr. C. Raymakers, advocaat van Smeets, noemt het merkwaardig dat mr. Bentinck het verband tussen zijn cliënt en de mafia niet acht aangetoond, maar daar vervolgens in zijn uitspraak niets mee doet omdat de auteurs van Bloedsporen zich baseren op een destijds nog onvolledig dossier. “Dat de aantijgingen inmiddels zijn weerlegd, doet kennelijk niet ter zake.”

Overigens hebben de Ilegems en Sauviller hun bewering dat Memmo aandeelhouder was van Citco-Suisse inmiddels herroepen. Dat vermelden zij ook in de volgende, derde druk. Maar daar staat wel tegenover dat Memmo participeerde in Premium Ventures en Oremium Finance, twee bedrijven die nauw bij het Beta-schandaal waren betrokken. Van Bloedsporen zijn in België en Nederland inmiddels ongeveer tienduizend exemplaren verkocht. (ANP)