Paarden praten met hun neus

Midas Dekkers' evolutie zonder uitgestorven dieren Midas Dekkers: Neuzen in je oksel. Uitg. Leopold, 47 blz. Prijs ƒ 29,90.

Niet lang geleden vond ik op een stalletje een briefkaart waarop vijf vrouwen in witte laboratoriumjassen bezig zijn met ruiken aan de oksels van vijf mannen met ontbloot bovenlijf. Het zou de omslagfoto kunnen zijn van het nieuwe boek van Midas Dekkers, Neuzen in je oksel.

Net als bij die foto kun je je bij deze titel afvragen wat iemand er wijzer van wordt. Het boek lijkt bedoeld om kinderen op een amusante manier kennis te laten maken met de evolutietheorie: 'Waarom heeft een aap een staart, een vogel veren, een vis schubben en een olifant een slurf? En waarom heb jij dat allemaal niet?' zo staat te lezen op het affiche dat met het boek wordt verspreid, en het boek begint: 'Een beest is net een bouwdoos, met onderdelen in alle vormen en maten. Je hebt keus uit arendsogen of schelvisogen, een rattestaart of een krulstaart. Er zijn kippeborsten bij en apekoppen, ezelsoren, kraaiepoten.. En er komen nog steeds nieuwe modellen bij. Dat heet evolutie. Van welke onderdelen ben je zelf eigenlijk gemaakt? Er is maar één manier om daar achter te komen: neuzen in je oksel.'

Wat deze handeling onthult en waarom wordt helaas niet duidelijk gemaakt. Er staan fraai geaquarelleerde afbeeldingen bij van mensen en dieren die zo goed en zo kwaad mogelijk aan hun oksel staan te ruiken, maar wat ze op die manier te weten komen blijft een raadsel. Wat volgt is een comparatieve verhandeling over neuzen in de dierenwereld, en daarna een over oksels. Die verhandelingen staan vol met amusante biologische wetenswaardigheden naar het oude recept waar Dekkers terecht beroemd om is: 'Achter elk neusgat zit een complete neus. De ene ruikt net iets anders dan de andere. Zodoende kun je met twee neuzen onder één kap ruiken waar een geur vandaan komt.' 'Zoals olifanten uit hun neus drinken, en vleermuizen er mee kijken, zo praten paarden met hun neus' 'Zelf kun je ook last van je neus hebben. Als het stinkt. Een beetje stank is veel viezer dan een boel lekkere lucht lekker is. Meisjes met een slechte adem worden weinig gekust, hoe mooi ze ook zijn...' 'Sommige mannetjes[-vleermuizen] smeren de vrouwtjes tijdens de paring in met een luchtje uit hun kin. Zo weten ze een volgende keer dat ze die al hebben gehad...'

Het is een soort Ripley: believe it or not, en zo gaat het 't hele boek door, maar waar naartoe? 'De meeldraden, dat zijn gewoon de piemels, met daarbinnen een stel kutjes, de stempels. Een bloem is niets anders dan een stel geslachtsorganen op een steeltje' Heel goed, ik zie het voor me; en dus?

Verder dan het constateren van verscheidenheid gaat het niet; over evolutie verder geen woord. Het boek wordt aangekondigd met de slogan: 'De evolutie-leer/ verklaard/ door bioloog/ MIDAS DEKKERS/ Bekend van tv!' maar verklaard wordt er niets.

'Waarom heeft een olifant een slurf en waarom jij niet?' Dat is de vraag waar het om gaat, en die vraag wordt niet beantwoord; begrippen als overleven worden niet aangeroerd, en wat het meest stoort is het ontbreken van enig perspectief in de tijd. Immers er zijn dieren geweest die inderdaad niet overleefd hebben, dat kan dus gebeuren en is ook echt gebeurd. Van uitgestorven diersoorten wordt niet gerept, het woord fossiel komt in het hele boek niet voor.

Jammer. Want ook wat dit betreft leven we in een achterlijk land: in Nederland wordt de evolutietheorie geweerd van de eindexamens biologie, iets ongelofelijks, want dat gebeurt niet eens onder druk van orthodox-christelijke pressiegroepen, zoals in Amerika, maar gewoon vrijwillig. Het is geloof ik de Nederlandse vrees om aanstoot te geven bij mensen uit 'andere culturen', alsof het niet meer betrof dan een persoonlijke opinie.

Toeval

De vraag is: als je niet wilt dat een kind opgroeit met een anti-wetenschappelijk idee over de manier waarop de wereld in elkaar zit, wat doe je dan? Een van de antwoorden is het vertrouwd te maken met het begrip evolutie. Er is zoveel creationisme in de lucht dat kinderen de gedachte van een Schepping, met een Doel, kritiekloos leren aanvaarden. Zeker, aan de evolutieleer zijn ook complicaties verbonden, maar van een ander allooi. De evolutietheorie geeft een zeker inzicht in het begrip toeval; belangrijk ook is het feit dat daarbij van geen verborgen of geheime kennis sprake is; en dan is er het besef van processen die zich afspelen in de tijd, in tegenstelling tot het statische perspectief dat inherent is aan creationisme. Geen van deze inzichten is, in wat voor vorm ook, terug te vinden in dit boek.

Wat ik het meest betreur is dat er niet wordt gesproken over fossielen. Fossielen zijn concrete dingen die je kinderen kunt laten zien en in handen kunt geven. Prachtige schaaldieren, miljoenen jaren oude visjes die sterk spreken tot de verbeelding, zijn voor weinig geld te koop. Zulke dingen lijken mij op den duur toch leerzamer dan die vloed van amusante biologische curiositeiten, waarbij na een poosje ook begint op vallen dat Dekkers zich nogal eens overgeeft aan het flatteren van volkse gevoelens: [over de wijngaardslak] 'dat is de slak die mensen in het restaurant eten wanneer ze vinden dat ze sjiek moeten doen.' [Over kikkers] 'mensen die denken dat ze sjiek zijn, eten die kikkerbilletjes in restaurants die denken dat ze sjiek zijn.' Wat me bij dit boek ook trof is dat veel intrigerende vondsten er bij nadere beschouwing alleen maar voor de show in staan en niet worden uitgewerkt, zoals de analogie tussen relikwieën en de braakballen van een uil, op bladzijde 34.

Amusante lectuur, maar au fond toch een gemiste kans.

    • Rudy Kousbroek