Over Rudolf Jan

Rudolf Jan slaapt niet lekker.

Hij denkt aan de spreekbeurt

die hij morgen moet houden.

Maar waarover in 's hemelsnaam?

Hoe kan hij nu een spreekbeurt

houden als hij niet weet waarover

het moet gaan?

En hij heeft nog nooit

een spreekbeurt gehouden!

De gedachte alleen al...

De eerste keer moest

hij gelukkig naar de tandarts

voor een wortelkanaal.

De tweede maal kwam hij

klem te zitten in een kastje

op zolder. Hij kon daar met

geen mogelijkheid uit.

Hij denkt aan: 100 jaar luchtvaart

maar dat onderwerp

werd al behandeld door

Suusje Pietz

compleet met video

en een bandje met

het geluid van een Dakota

waar haar vader nog

in gevlogen had in 1970!

Hij denkt aan de spreekbeurt

van de broertjes Santoppo.

Zij lieten zien hoe je in drie minuten

een maaltijd van aardappelen

prei en overjarige kaas klaarmaakt.

Nou nou, had de juf gezegd.

Niemand die het spulletje luste.

Ze kregen een zes.

Hij denkt aan Jetje van Kampen

die het had over knuffels.

Ze bracht haar 64 knuffels

mee (waarvan zeker 20 beren).

Zij liet ze allemaal zien, stuk voor stuk.

Rudolf Jan heeft geen knuffels.

Hij denkt ook aan Jetje zonder knuffels

maar slapen doet hij niet.

Winston had het zes minuten over

de sprinkhaan en wij.

Hij had het over het kop- en borststuk

en over het tjirpen en het nut van insekten

voor de mensheid.

Als Rudolf Jan eindelijk slaapt

heeft hij akelige dromen.

Wanneer hij tenslotte wakker wordt

heeft hij nog geen idee

voor zijn spreekbeurt.

Tijdens het ontbijt

in de keuken kijkt hij eerst

treurig in zijn theekop.

Daarna leest hij de krant

en noteert in een schrift

allerlei onderwerpen:

Het gat in de ozonlaag.

De rechten van de vrouw.

Slimme bommen in Bosnië.

Gevaarlijke honden.

Fietsen in Drenthe.

Geen onderwerp lijkt hem geschikt.

Moedeloos en bedroefd

stapt hij op zijn fiets en rijdt

in de richting van zijn school

die De Hinkstap heet.

Hoe kun je nu een spreekbeurt houden

zonder onderwerp?

Omdat hij in gedachten is

en niet oplet, rijdt hij

tegen iets hards op, een winkelwagentje

dat daar toevallig staat.

Hij maakt een akelige val.

Als hij zijn bloed ziet valt hij flauw.

In het Streekziekenhuis

mag hij een half uurtje wachten

voordat hij wordt behandeld.

Hij krijgt een prik.

Zijn rechterbeen wordt gehecht.

Op zijn wang en neus

komen pleisters. Bovendien

moet zijn arm in een doekje.

Op school slaat de juf haar handen ineen.

Wat zie je wit, Rudolf Jan, zegt ze.

Wat is er toch gebeurd?

Rudolf Jan vertelt alles en alles:

dat hij de hele nacht

heeft liggen woelen, omdat hij

steeds dacht aan zijn spreekbeurt.

Dat hij twijfelde over onderwerpen als:

100 jaar moderne luchtvaart, de nachtuil en wij

de ozonlaag, Bosnië, dat soort dingen

en dat hij, omdat hij aan zijn spreekbeurt dacht

en aldoor nog worstelde met die onderwerpen

en misschien ook wat slaap had

tegen een wagentje reed en hoe

afschuwelijk hard hij viel en over de kop vloog

door de lucht en plotseling helemaal

van onder tot boven

onder het bloed zat

en hoe hij bewusteloos raakte en hoe hij

in het ziekenhuis een prik kreeg en hoe ze

daar bezig waren met watjes en neuriën

en met zwachtels en snoepjes en

pleisters en verband...

Je krijgt een negen en een half, zegt juf.

Geen tien, want het was nogal lang

voor een spreekbeurt.