Oude politieke liefde bindt Tansu Çiller en uiterst rechts

ANKARA, 6 OKT. “Dit is geen minderheidsregering, maar een coalitie.” Met deze uitspraak, gisteravond na de presentatie van haar nieuwe regeringsploeg aan president Süleyman Demirel, zette de Turkse premier, Tansu Çiller, de toon voor het beleid dat ze de komende maanden hoopt te voeren.

Hoewel de nieuwe minderheidsregering slechts bestaat uit haar eigen conservatieve Partij van het Juiste Pad (PJP) heeft ze zowel de ultra-rechtse Partij van Nationale Actie (PNA) van Alparslan Türkes als de Democratisch Linkse Partij (DLP) van Bülent Ecevit bereid gevonden om haar te steunen. Çiller: “Ik zal met deze twee partijen intensief onderhandelen. We zullen gezamenlijk oplossingen zoeken voor de nationale vraagstukken.”

De opzet van de Turkse premier is duidelijk. Ze hoopt zo de publieke opinie in binnen- en buitenland ervan te overtuigen dat Turkije weer een stabiele regering heeft. Daarmee heeft ze voorlopig haar eigen politieke toekomst veilig gesteld èn de discussie over de noodzaak van vervroegde algemene verkiezingen de kop ingedrukt.

Wat de drie partijen gemeen hebben is hun nationalistische opstelling. Çiller, Türkes en Ecevit vinden dat Turkije zich gezien het belang van de bestrijding van Koerdische terreur en de op stapel staande douane-unie met Brussel, momenteel geen verkiezingen kan permitteren. De ultra-rechtse PNA had liever gehad dat de belangrijkste partijen in het parlement een regering van nationale eenheid hadden gevormd, maar toen bleek dat dat met mevrouw Çiller aan het hoofd onmogelijk was, gaf Türkes zijn aarzeling op.

Ecevit legde zijn gewicht in de schaal om de premier er toe te dwingen de arbeidsvoorwaarden van de werknemers in dienst van de noodlijdende staatsbedrijven te verbeteren. Dezen zijn al ruim twee weken in staking voor hogere lonen. Hoewel de grootste vakbondsfederatie, Türk-Is, en enkele ministers gisteravond na een nieuwe onderhandelingsronde opnieuw niet tot een vergelijk kwamen, is de landelijke protestdag die voor morgen op het programma stond, inmiddels afgelast. De besprekingen worden zondag voortgezet.

Türkes en Ecevit maken geen deel uit van de regering, en dragen dus op papier geen verantwoordelijkheid, maar ze zijn intussen wel in staat de premier tot op vrij grote hoogte de wet voor te schrijven. Vertoont ze, zoals in de afgelopen twee jaar met de sociaal-democraten, een al te eigenzinnig optreden, dan kan ze daar te allen tijde voor worden gestraft. Samen met de oppositie kunnen Türkes en Ecevit dan het kabinet-Çiller ten val brengen.

De steun van de PNA aan de minderheidsregering is de bezegeling van een oude politieke liefde tussen Çiller en Türkes. Beiden maken zich sterk voor de bestrijding van Koerdische terreur. Hoewel het imago van de PJP in het Westen aanzienlijk is opgekrikt met een vrouw aan het hoofd, staat een belangrijk deel van de 182 afgevaardigden van de partij in het parlement ideologisch dicht bij de ultra-nationalistische PNA. Dat is ook de reden waarom er in het Turkse parlement de laatste jaren onvoldoende aandacht was voor een verdere democratisering van Turkije. De bestrijding van Koerdische terreur is een topprioriteit waaraan de democratie ondergeschikt wordt gemaakt.

Dat beleid zal nu nog sterker dan voorheen worden voortgezet. De vraag is dan ook of hierdoor de op stapel staande douane-unie tussen Turkije en Europa niet verder in gevaar komt. Het Europarlement heeft bij herhaling onderstreept dat het later dit jaar slechts zijn ja-woord aan die economische integratie van Turkije in Europa zal geven als het Turkse parlement op zijn beurt ingrijpende hervormingen doorvoert.

    • Froukje Santing