Onderzoek: Cabaret is geen vetpot

AMSTERDAM, 6 OKT. De gemiddelde Nederlandse cabaretier verdiende in 1993 met zijn voorstellingen ongeveer 30.000 gulden. Maar dat bedrag is geflatteerd door een topgroep - circa een vijfde van de cabaretiers verdiende meer dan 55.000 gulden, de meeste in die groep zelfs meer dan een ton. Ruim de helft van de cabaretiers kwam niet verder dan 25.000 gulden; bijna de helft ontving voor korte of langere tijd een werkloosheids- of bijstandsuitkering.

Dit blijkt uit het onderzoek Cabaret in Nederland, sociale en economische aspecten van het cabaretbedrijf van het centrum voor kunst- en cultuurwetenschappen van de Erasmus Universiteit, dat vanmiddag is gepresenteerd ten huize van de opdrachtgever, het Theater Instituut Nederland in Amsterdam. De bedragen zijn afkomstig uit een enquete onder de 160 uitvoerende artiesten die in de afgelopen twee jaar hebben meegewerkt aan cabaretprodukties. Van hen gaf ongeveer een derde antwoord op de vragen. Het inkomen is niet afhankelijk van de leeftijd; hooguit heeft de cabaretier, naarmate hij ouder wordt, iets meer bijverdiensten - bijvoorbeeld uit radio en televisie. De onderzoekers stellen vast “dat het bij het cabaret, als het om de gemiddelde honorering per arbeidsjaar gaat, geen vetpot is”. De omzet van de totale Nederlandse cabaretproduktie in het seizoen 1992-1993 wordt in het onderzoek geschat op 19 à 22 miljoen gulden. De ruim 4000 voorstellingen trokken 1,3 miljoen bezoekers. In de gesubsidieerde theatersector gaat weliswaar vier keer zoveel geld om, maar het cabaret boekt twee keer zoveel bezoekers.