Obstructie

Na twee maanden kwam deze week het hoge woord eruit. De Verzekeringskamer gaat toch in cassatie bij de Hoge Raad tegen het vonnis van de Amsterdamse Ondernemingskamer dat zij onderwerp wordt bij het deskundigenonderzoek naar de ondergang, eind 1993, van de kleine verzekeraar Vie d'Or. Daardoor loopt het onderzoek van deze deskundigen zeker een half jaar vertraging op, als de Hoge Raad al fiat geeft.

De Ondernemingskamer vond dat de deskundigen ook moesten kijken naar de rol die de Verzekeringskamer heeft gespeeld als bewindvoerder toen Vie d'Or uitstel van betaling had aangevraagd. De Verzekeringskamer vindt het maar niets dat al die buitenstaanders zich met haar kerntaak bemoeien. Eerdere pogingen van de Tweede Kamer om een voet tussen de deur te krijgen bij de verzekeringswaakhond zijn ook op niets uitgelopen.

Angst voor wroetende buitenstaanders is een eigenschap die onlosmakelijk verbonden lijkt met toezichthouders, of dat nu de Verzekeringskamer, de Nederlandsche Bank of justitie zelf is. Wie achter de schermen en in de dossiers mag kijken is wellicht bij een volgende gelegenheid niet meer zo onder de indruk van die sobere, immer correcte en publiciteitsmijdende specialisten. Zij sparen kosten noch moeite om zich te verzetten tegen openbaarmaking van hun vertrouwelijke gegevens. Zo vecht de Nederlandsche Bank tegen de gemeente Hillegom, die schadevergoeding zoekt naar aanleiding van de ondergang van een kleine bank. De gemeente had geld geleend aan de bank, en dat was vrijwel helemaal weg toen de bank op de fles ging. Deze twist duurt al veertien jaar.