'Noord-Korea is mooi, maar we willen eten'

AMSTERDAM, 6 OKT. De overstromingen die de afgelopen zomer Noord-Korea teisterden hebben naar nu is gebleken het land aan de rand van de afgrond gebracht en zullen mogelijk leiden tot een verlichting van het orthodox-communistische bewind. De nood is zo hoog dat het land zich voor het eerst in zijn bestaan heeft 'overgeleverd' aan het buitenland. Nadat Pyongyang al gouvernementele hulp uit enkele landen had geaccepteerd, mocht Artsen zonder Grenzen (AzG) deze week een noodmissie sturen naar de rampgebieden. “De berg Myohyang is mooi, maar we moeten te eten hebben”, zei een Noordkoreaan tegen een verkennend team van AzG.

De Democratische Volksrepubliek Korea (DPRK) luidde in eerste instantie zelf de noodklok na zware overstromingen ten gevolge van langdurige regenval in juli en augustus. Volgens eigen opgaven werden 5,2 miljoen mensen (op een bevolking van 23 miljoen) door het water getroffen. Vele huizen, ziekenhuizen, scholen en wegen zijn verwoest. Ten minste 70 mensen zouden om het leven zijn gekomen.

Pyongyang vroeg de internationale gemeenschap om hulpgoederen, met een totale waarde van 500 miljoen dollar. Slechts de Verenigde Naties en een handvol landen reageerde; de hulp bedraagt tot nu toe niet meer dan 15 miljoen dollar. China, de enige bondgenoot tegen wil en dank die Noord-Korea nog heeft, kwam pas gisteren over de brug met hulp, en niet meer dan 3,7 miljoen dollar. De Verenigde Staten beloofden vorige maand een schamele 25.000 dollar.

Na de minimale respons van buitenlandse regeringen zag Pyongyang zich gedwongen ook niet-gouvernementele hulp toe te staan, onder andere van AzG. De internationale artsenorganisatie nam zelf het initiatief en bood via haar kantoor in Cambodja assistentie aan. De Noordkoreaanse ambassade in Cambodja deed tegenover AzG de berichten over een watersnood in eigen land aanvankelijk af als “Zuidkoreaanse propaganda”, maar gaf in tweede instantie de ramp toe.

AzG-arts Maurits van Pelt kreeg in september van Pyongyang toestemming vanuit de Cambodjaanse hoofdstad met een vierpersoons onderzoeksmissie te vertrekken. “De schade is enorm, de nood is reëel”, zo staat in een interne notitie van AzG naar aanleiding van de inspectietocht. Van Pelt zegt in een telefonische reactie vanuit Phnom Penh dat het water de autoriteiten in Noord-Korea tot de lippen is gestegen. “Ze hebben dringend hulp nodig, maar hebben geen geld om ervoor te betalen.”

Behalve voedseltekorten is er een groot gebrek aan medicijnen. Het ergst is de situatie in twee regio's ten noorden van Pyongyang en één ten zuiden van de hoofdstad. AzG zegde Noord-Korea hulp toe, onder voorwaarde dat de teams werkzaam konden zijn in de rampgebieden zelf en niet in Pyongyang zouden hoeven te blijven. De schuwe Noordkoreaanse autoriteiten stemden hiermee in. Een team van tien medewerkers van kwam begin deze week in Noord-Korea aan, terwijl de organisatie 60 ton hulpgoederen heeft ingevlogen.

Niet bekend

Intussen buigen Noord-Korea-watchers zich over de vraag of de opening voor buitenlandse hulp alleen is ingegeven door uiterste nood, of dat er ook een politieke verandering aan valt af te lezen.

De Volksrepubliek Noord-Korea bevindt zich sinds haar stichting in 1948 in een zelfgekozen isolement. De 'Grote Leider', Kim Il Sung, die vorig jaar overleed, meende dat zijn land zich volledig zelf kon redden (de juche-leer). Contacten met het buitenland via handel of diplomatie werden beperkt tot een minimum. Wel aanvaardde Kim stilzwijgend tientallen jaren forse financiële bijdrages uit de Sovjet-Unie en China. Nu de Sovjet-Unie niet meer bestaat en het communistisch vuur over de hele wereld zo goed als uitgedoofd is, wreekt het isolement van de DPRK ongenadig.

Het trotse regime heeft knarsetandend moeten toegeven dat de elementen het van de juche hebben gewonnen. De natuur kreeg de schuld. De regenval van 1.500 millimeter in twee maanden (tegen een jaarlijks gemiddelde van 1.120 mm) was “uitzonderlijk en heeft vermoedelijk maar eens in de duizend jaar plaats”, schreef de regering in een schaderapport. Dat moge zo zijn, feit is ook dat de buurlanden China en Zuid-Korea evenzeer te lijden hadden onder de overvloedige regen, maar die twee landen kennen een vrije markt en hadden voldoende reserve om de gevolgen van het natuurgeweld op te vangen.

Kim Myong Chol, een onofficiële woordvoerder van Noord-Korea in Japan, liet zich tegenover de Washington Post ontvallen dat het vragen om hulp een breuk met het verleden betekent. “Kim Il Sung behoorde tot de eerste generatie van revolutionaire strijders, hij zou nooit om hulp hebben gevraagd. Maar Kim Jong Il (de zoon van Kim Il Sung) is opgeleid aan de universiteit, hij weet wat er te koop is in de wereld. Kim Jong Il is trots, maar ziet het niet als beneden zijn waardigheid om hulp te vragen na een natuurramp.” Kim jr. is overigens 15 maanden na de dood van zijn vader hij nog steeds niet officieel benoemd tot president en partijleider.

AzG-arts Van Pelt sluit niet dat zich inderdaad politieke veranderingen voordoen in de kluizenaarsstaat. Hoewel de discipline er nog groot is ontmoette Van Pelt Noordkoreanen die openlijk voor hun wens tot vernieuwing uitkwamen. “We moeten nu eens opengaan”, liet een functionaris zich tegenover hem ontvallen.

Zuid-Korea is zeer voorzichtig in zijn analyse van de Noordkoreaanse opstelling na de watersnood. “Noord-Korea was al vóór de overstromingen in grote economische moeilijkheden. Het dilemma van het regime is dit: zonder het aannemen van buitenlandse hulp komen ze de crisis niet te boven en stort het systeem in elkaar. Maar mèt de hulp komen ook 'vreemde' invloeden het land binnen en die zijn eveneens levensbedreigend voor het regime”, zegt een hoge diplomaat van de Zuidkoreaanse ambassade in Den Haag. “De leiders in Pyongyang beseffen dat het spel voorbij is.”

    • Lolke van der Heide