Niet alle VVD'ers zorgeloos over dominantie PvdA in rijksdienst

CDA-leden zijn veel minder sterk vertegenwoordigd in de ambtelijke top dan tien jaar geleden, terwijl de PVDA nu de grootste aanhang heeft, zxo bleek gisteren uit een enquete van NRC Handelsblad en de Leidse Universiteit. Meer dan de helft is echter geen lid van een politieke groepering, voor sommigen een aanwijzing dat de partijpolitieke greep op topbenoemingen niet zo groot is als vaak wordt verondersteld Mocht Bolkestein na de volgende Tweede Kamerverkiezingen als nieuwe premier het Catshuis binnen gaan, dan wordt hij met een interessant gegeven geconfronteerd. De VVD-leider krijgt te maken met topambtenaren van wie velen lid zijn van de PvdA. Als de verkiezingen op de reguliere datum van mei 1998 vallen, komt daar nog eens een flink aantal D66'ers bij. Die bevolken nu het middenkader van de Haagse departementen en zijn tegen die tijd waarschijnlijk doorgeschoven naar de top.

Bolkestein kan zich er niet druk over maken. Toen hij vorige week zaterdag met de cijfers van de enquête werd geconfronteerd, deed hij ze af met de klassieke frase: “Wij kijken naar de kwaliteit van de ambtenaar, niet naar zijn politieke kleur.”. Ook de tweede man van de VVD, vice-premier Dijkstal, spreidt op dit punt een zekere zorgeloosheid ten toon. Onder zijn verantwoordelijkheid werden het afgelopen jaar op het departement van Binnenlandse Zaken een PvdA'er (W. Kuijken) tot secretaris-generaal benoemd, een PvdA'er tot directeur-generaal arbeidsvoorwaarden (A. Annink) en een D66'er tot directeur-generaal openbaar bestuur (J.W. Holtslag). De benoeming van de christen-democraat D.J. Barth als secretaris-generaal op Defensie, het departement van minister Voorhoeve, wijst al evenmin op veel liberaal ongeduld om af te rekenen met het verleden.

Th. E. Korthals Altes kan de houding van Bolkestein cum suis wel enigszins billijken. De management-consulent zoekt voor de VVD uit hoe meer liberalen voor topfuncties bij de overheid kunnen worden geïnteresseerd. Hij zegt: “Ik vond de uitslag van de enquête een aanwijzing dat politieke benoemingen er niet zoveel toe doen. In de jaren zeventig stroomden veel jonge PvdA-academici de departementen binnen. Waarschijnlijk zijn zij het die nu een aantal van die topposities vervullen. Hun instroom aan de onderkant van de ambtelijke dienst was niet politiek gestuurd.”

Bovendien vindt Korthals Altes het groot aantal partijlozen (53%) onder de hoge ambtenaren een aanwijzing dat de partijpolitieke invloed op topbenoemingen minder groot is dan vaak wordt aangenomen. Die tendens zou in zijn ogen zelfs sterker kunnen worden door de invoering van de Algemene Bestuursdienst. Dit project is bedoeld om topambtenaren meer over de departementen te laten rouleren. De benoeming van de D66'er Holtslag bij Binnenlandse Zaken, vindt Korthals Altes daar een mooi voorbeeld van. Holtslag is afkomstig van Algemene Zaken. Hij kreeg de post en niet één van de VVD'ers van buiten de rijksdienst die belangstelling had getoond. Korthals Altes: “Als je niet uitkijkt leidt de Algemene Bestuursdienst tot een in zichzelf gekeerd ambtelijk apparaat, waar invloeden van buiten steeds zwakker worden.”

Een andere aanwijzing dat structurele factoren, eerder dan incidentele benoemingen, de kleur van de ambtelijke top bepalen, vormt de neergang van het CDA. Paradoxaal genoeg reageren enkele oud-ambtenaren van die politieke kleur aanvankelijk licht triomfantelijk op deze uitkomst: “Zie je wel, we hebben altijd al gezegd dat de verhalen over de dominantie van het CDA binnen de rijksdienst overdreven waren.” Vervolgens klinkt enige twijfel over de vraag of inderdaad slechts acht procent van de hoge ambtenaren lid is van het CDA, zoals uit de enquête blijkt. Gewezen wordt op de 39 procent ambtenaren die zijn enquête-formulier niet heeft teruggestuurd.

Niettemin wordt ook in christen-democratische kring de tendens van teruglopende presentie binnen de ambtelijke top onderkend. De oud-ambtenaren komen ter verklaring bij een mengsel van politieke en maatschappelijke factoren uit. Zo zou na tachtig jaar regeren de sleet zijn gekomen in het altijd alert reageren op vacatures in de top van de ambtenarij. Daarnaast wordt gewezen op het verschijnsel van de 'voltooide emancipatie', waardoor het enthousiasme om bij de rijksdienst te werken is afgenomen. Veel telgen uit met name anti-revolutionaire en katholieke milieus delen niet meer het idealisme van hun vaders en voorvaders die via de overheid de maatschappelijke achterstand van groepen als de hunne wilden goedmaken. Van een gereformeerde of katholieke achterstand is immers nu geen sprake meer. Overigens geldt dit, zij het in mindere mate, hetzelfde voor de arbeiderszonen van de PvdA. Sommige christen-democraten denken dan ook dat de huidige dominantie van de PvdA in de ambtelijke top niet lang zal duren.

Niet iedereen echter wil hierop wachten, vooral niet binnen de VVD. Niet elk partijlid daar wil de soevereine, a-politieke houding van Bolkestein en de zijnen tegenover de rijksdienst opbrengen. Diverse partijgangers melden dat het borrelde van ongenoegen binnen de rank and file van de VVD toen Dijkstal de ene na de andere niet-VVD'er benoemde. “We mogen best wat opportunistischer worden en meer VVD'ers op topposities proberen te krijgen”, zegt R. Haafkens, vice-voorzitter van de VVD.

Hoewel de VVD - gemeten naar de stemverhoudingen in 1994 - niet is ondervertegenwoordigd in de ambtelijke top, constateert Haafkens dat liberalen qua recruterings-technieken achterlopen bij andere partijen. De Leidse bestuurkundige, tevens VVD-lid, Rosenthal spreekt in dit opzicht van “gêne” tegenover pogingen om VVD'ers op topposities te krijgen: “De liberale ideologie heeft altijd wat vreemd gestaan tegenover het organiseren van macht”. Beiden constateren dat, ondanks het hoge aantal partijlozen, partijpolitieke invloed bij benoemingen er nog wel degelijk toe doet.

Zowel Rosenthal als Haafkens kijkt met enige bewondering naar CDA en PvdA waar dat proces wat soepeler verloopt, onder meer door het grote aanbod vanuit het 'middenveld' (vakbonden, onderwijskoepels). Rosenthal: “Bij het CDA stonden benoemingen in het ambtelijk apparaat en daarbuiten altijd hoog op de agenda van het bewindsliedenoverleg in het Catshuis.” Haafkens: “We weten bij ons vaak niet eens welke leden er in ziekenhuisbesturen of andere organisaties zitten. Bij de kabinetsformatie kwamen we er vrij laat achter dat Gerrit Zalm, directeur van het Centraal Planbureau, lid was van de VVD.”

Met name de PvdA heeft na 1989 een succesvolle inhaalslag gemaakt. PvdA-prominenten gingen samenscholen “in een klein gezellig restaurant, de Haagsche Traiteur”, zoals burgemeester Patijn van Amsterdam vorig jaar in deze krant schreef. De huidige minister-president Kok en fractieleider Wallage speelden een belangrijke rol in de netwerkvorming.

Voordat Kok “premier van alle Nederlanders” werd was hij vice-premier en minister van Financien. In die rol had hij een hand in de benoeming van onder anderen partijgenoot A. Geelhoed als secretaris-generaal bij Economische Zaken. Op zijn eigen departement, van oudsher een CDA-bolwerk, benoemde Kok de PvdA'er H. Brouwer tot thesaurier-generaal. Bij VROM maakte minister Alders, een van Koks vertrouwelingen, de PvdA'er R. den Dunnen 'SG'.

Wallage geldt als een van de meest gewaardeerde 'netwerkers' binnen zijn partij. Met name als staatssecretaris van Onderwijs (1989-1993) kon hij die kwaliteit goed kwijt. Onderwijs en Wetenschappen is wat betreft benoemingen met een partijpolitieke tint namelijk wel het nodige gewend. Het CDA had daar decennialang naar hartelust kunnen experimenteren met politieke benoemingen.

Toen Wallage en Ritzen na hun komst naar Onderwijs de christen-democratische secretaris-generaal De Haan wegpromoveerden, kon R. Meijerink aanschuiven. Meijerink, toenmalig topambtenaar bij Defensie, was een oude bekende van Wallage uit het Groningse circuit. De komst van de Leidse PvdA-wethouder H. van Dongen-Van der Linde als directeur-generaal beroepsonderwijs en volwassenen-educatie werd, na wat intern heen en weer geschuif, mogelijk door het vertrek van de liberaal T. de Wilde. Naar nu blijkt was hij één der laatste VVD-mohikanen op Onderwijs.