Nectar drinken uit giftige bloemen; Vier romans over de geschiedenis van China

Geen ander genre is zo geschikt om de geschiedenis van een land in al zijn facetten te beschrijven als de familieroman. Het genre floreert nu in heel Zuidoost-Azië en Oost-Europa. Vooral over China verschijnen veel familieverhalen. Na Jung Changs Wilde Zwanen zijn nu romans van Denise Chong, Lynn Pan en Yu Hua vertaald. De vier boeken zijn net zo verschillend als de families die ze beschrijven: van verbeten communisten tot verblinde nouveau riche.

Denise Chong: De dochters van de concubine. Vert. (uit het Engels) Aad van der Mijn. Uitg. Prometheus, 296 blz. Prijs ƒ 39,90. Lynn Pan: Het spoor terug. Vert. (uit het Engels) Jos den Bekker. Uitg. Goossens/Manteau, 256 blz. Prijs ƒ 39,50. Yu Hua: Leven! Vert. (uit het Chinees) Elly Hagenaar. Uitg. De Geus, 190 blz. Prijs ƒ 39,90. Jung Chang: Wilde zwanen. Drie dochters van China. Vert. (uit het Engels) Paul Syrier. Uitg. Forum, 562 blz. Prijs ƒ 59,90.

Jung Changs epos Wilde zwanen. Drie dochters van China, in 1992 in het Nederlands vertaald, was in West-Europa en de Verenigde Staten een overweldigend succes. Lichte achterdocht lijkt dan ook geboden wanneer kort na elkaar drie boeken verschijnen die op de flaptekst worden aangeprezen als: een 'aangrijpende zedenschets van een Chinese familie', het 'ware levensverhaal van drie generaties in het stormachtige tij van de Chinese geschiedenis' en een 'bijzonder familieverhaal waarin afgerekend wordt met bijna een halve eeuw Chinese geschiedenis'. Twee van de boeken herhalen Changs succesformule op het eerste gezicht klakkeloos: zowel De dochters van de concubine als Het spoor terug is geschreven door een vrouw van in de veertig, die buiten China woont maar er terugkeert om hiaten in het familieverhaal op te vullen door gesprekken met familieleden.

Gelukkig is deze reactie voorbarig en ongegrond. Dat de nieuwe literatuur vaak de vorm heeft van een familiegeschiedenis, ligt voor de hand. Het geldt niet alleen voor China, maar voor alle landen waar het communistische bouwsel is ingestort of aanzienlijke scheuren vertoont: zedenschetsen en familieverhalen floreren in heel Zuidoost-Azië en Oost-Europa. Geen ander genre is dan ook zo geschikt wanneer het erom gaat de werking van de geschiedenis in al haar facetten uit de doeken te doen. Alles kan er zijn plaats vinden: het machtsmisbruik van een staatshoofd naast de tirannie van een dorpsoudste, gegevens over bruto nationaal product en inflatie naast het verdriet van een moeder die haar kinderen niet kan voeden, burgeroorlog in het land weerspiegeld in de verdeeldheid binnen een gezin.

De waargebeurde verhalen van Denise Chong en Lynn Pan hebben een groot aantal raakvlakken met het werk van Jung Chang, maar door de verschillen in achtergrond, invalshoek en schrijftrant laten de auteurs steeds net een ander licht schijnen op de Chinese geschiedenis.

De grootmoeder van Denise Chong werd net als de grootmoeder van Jung Chang in 1924 uitgehuwelijkt. Waar de laatste jaren als in een gouden kooi gevangen zat in het luxueuze huis van een machtig krijgsheer, werd de eerste gedwongen vernederend serveersterswerk te doen in het Chinatown van Vancouver, om haar eigen ongewilde overtocht terug te betalen. Door de economische depressie en daarmee gepaard gaande anti-Chinese stemming in de Verenigde Staten en Canada waren de vooruitzichten er voor de talloze Chinese gastarbeiders niet beter op geworden. Toen de immigratiewet van 1923 ook nog eens gezinshereniging onmogelijk maakte, keerden velen ontmoedigd terug naar het moederland; anderen vreesden gezichtsverlies en lieten om de eenzaamheid te verlichten illegaal een bijvrouw uit China overkomen. De dochters van de concubine beschrijft hoe de bijvrouw met haar vrijgevochten karakter steeds meer van de Chinese traditie vervreemdt. Ze gaat gescheiden leven van haar man en leidt een voor een Chinese vrouw extravagant leven van gokken, drinken en buitenechtelijke relaties; haar jongste dochter, die bij haar woont, laat ze aan haar lot over. Maar ze blijft werken en haar werkeloze echtgenoot, Chongs grootvader Chan Sam, komt maandelijks een deel van haar loon halen om daarmee de familie in China - inclusief haar twee oudste dochters die door de 'thuisvrouw' worden opgevoed - te onderhouden.

Denise Chong tekent vooral de ontworteldheid en de eenzaamheid van haar grootouders, hun wederzijds onbegrip, hun ontberingen in het belang van de in China wonende familieleden. De spil van haar verhaal is haar grootmoeder May-ying, maar eigenlijk is de grootvader in zijn bijrol tragischer. May-ying vond geen geluk maar wel vrijheid; Chan Sam vond het een noch het ander. Hij woonde in Canada maar zijn ziel zat gevangen in China. Hardnekkig bleef hij zich vastklampen aan de Chinese droom die inhoudt dat iemand 'in brokaat gehuld terugkeert' na een verblijf in den vreemde. Hij spaarde zich de mie uit de mond om zijn dochters in China cornflakes te laten eten. Zelf sliep hij in stinkende pensions, maar voor zijn familie liet hij het eerste stenen huis in het dorp bouwen. In Canada een werkeloze armoedzaaier, werd hij bejubeld door het thuisfront. 'Alsof hij zich voortdurend bewust was van het aanzien dat hij thuis genoot, lette hij sterk op de indruk die hij hier maakte,' schrijft Chong, 'hij vermeed het om lang op een bank te zitten of doelloos door Pine Street te lopen.'

Renpaarden

Ook de ouders van Lynn Pan zijn geëmigreerd. Toch gaat het in Het spoor terug in de eerste plaats om de geschiedenis van China zelf. Pan beschrijft vooral het China van voor de revolutie. Lynn Pans ouders emigreerden niet om de armoede te ontvluchten; het was juist hun rijkdom die hen het leven in China onmogelijk maakte. Pans ouders groeiden op in het Shanghaise nouveau riche-milieu van de jaren dertig en veertig. Anders dan de ouders van Jung Chang, die beiden overtuigd communist waren, hadden ze geen politieke of maatschappelijke idealen. Ze leidden een spetterend leven aan de vooravond van de revolutie, dansten op muziek van Harry James en Benny Goodman, reden in snelle auto's en hielden renpaarden. Zij deden 'zoals mensen doen op de dag voor het Laatste Oordeel, nectar drinken uit giftige bloemen.' Achteraf konden ze zich alleen maar verbazen over hun eigen blindheid. 'Het oude liedje,' schrijft Pan, 'de nonchalance en de frivoliteit werden gevolgd door het ruw ontwaken, de plotselinge ontdekking dat de vijand aan de poorten staat, de strijd zo goed als verloren is, dat je al op de rand van de afgrond staat.' Haar vaders ontwaken werd veroorzaakt door een opstand van militante werknemers in zijn fabriek; eind 1948 vertrok hij naar Hongkong en vervolgens naar Maleisië, waar zijn gezin zich later bij hem voegde. Hij was net op tijd: een paar maanden later werd Shanghai veroverd door het Volksbevrijdingsleger, terwijl in de bioscoop I Wonder Who's Kissing Her Now draaide.

De politieke geschiedenis van China speelt in De dochters van de concubine een heel andere rol dan in Het spoor terug. Chongs grootvader emigreerde in 1913, lang voordat er in China van enige communistische dreiging sprake was. Zoals de meeste Chinezen in Vancouver stond hij tijdens de burgeroorlog aan de kant van Tsjang Kai-sheks Kwomintang. Als de eenvoudige dorpsbewoner die hij is, is hij echter alleen in politieke ontwikkelingen geïnteresseerd voor zover ze zijn portemonnaie raken, en dat doen ze tijdens de landhervorming, als de communisten al aan de macht zijn gekomen. Chan Sams familie in China verliest op gewelddadige wijze het stenen huis en het kleine lapje grond waaraan hijzelf aanzien en zijn leven zin ontleende. Lynn Pans voorouders waren ook apolitiek, maar de schrijfster laat de geschiedenis van haar familie en de geschiedenis van China veel meer versmelten. Het spoor terug is opgebouwd als een legpuzzel waarvan steeds minder stukjes ontbreken. Een belangrijke schakel in Pans reconstructie van het verleden is de oude bediende, die zijn trouw aan de bourgeoisfamilie met ruim twintig jaar dwangarbeid heeft moeten bekopen, maar haar nu zonder enige rancune en met onverminderde toewijding rondleidt door het nieuwe China. In omvang ongeveer een kwart van Wilde zwanen, kan Het spoor terug onmogelijk dezelfde hoeveelheid informatie geven. Maar het is bewonderenswaardig hoe genuanceerd het de overgang van het oude naar het nieuwe China beschrijft. Zo genuanceerd kan het zijn door Pans scherpzinnige historische uitweidingen, maar vooral door de vele portretten van familieleden en met de familie verbonden personen. Sommigen van hen hebben het land weten te ontvluchten, anderen hebben geleden onder de waanzin van het maoïsme, weer anderen hebben ervan geprofiteerd.

Door het verschil in achtergrond vullen Wilde zwanen en Het spoor terug elkaar mooi aan. Jung Chang vertelt bijvoorbeeld hoe de Japanners in de bezette delen van China 'plaatselijke potentaatjes' aanstelde om de gemeenschap te controleren en te intimideren. Lynn Pan stamt af van de rijke ondernemers die voor dit werk geselecteerd werden. Zij geeft aan dat accepteren van zo'n positie weliswaar fout was, maar weigeren nagenoeg onmogelijk.

Creditcards

Net als Jung Chang mijden Chong en Pan iedere sentimentaliteit, maar verder verschillen hun boeken als de dag en de nacht. Lynn Pan schrijft met veel zwier; ze maakt sprongen door tijd en ruimte, geeft prachtige sfeertekeningen van Shanghai - liederlijk maar kleurrijk vóór, grauw en monolithisch ná de revolutie - en weet in een paar zinnen een levend mens neer te zetten. Chong schrijft veel minutieuzer; beschrijvingen van het dagelijkse leven spelen bij haar een grote rol. Het geploeter van haar familie, dag na dag en jaar na jaar, wordt uitgebreid beschreven.

Het is waarschijnlijk ongewild, maar de schrijfstijl van Chong en Pan stemt overeen met de leefwijze van hun familie. Waar Chong in haar jeugd slechts Vancouvers groezelige Chinatown zag en haar grootvader elk dubbeltje omdraaide om twee keer kort in zijn geboortedorp te kunnen zijn, groeide Pan op in Shanghai en Borneo, studeerde ze in Cambridge en werkte ze in Singapore; haar welgestelde familieleden komen af en toe uit de diaspora bijeen in het Hilton van Singapore of Hongkong voor een begrafenis, herdenkingsdienst of rechtszaak. Waar De dochters van de concubine voor een misschien iets te groot deel in beslag wordt genomen door details uit het dagelijks leven, is Pan met die bijzonderheden spaarzaam, waardoor de bijzonderheden die ze wel opschrijft meer zeggingskracht krijgen. Bij de crematie van haar vader, die in Westerse stijl sober werd gehouden, dreigde er ruzie te ontstaan omdat sommige familieleden zich stoorden aan het gebrek aan rite en decorum. De situatie werd gered met een compromis: de familie verbrandde geen traditioneel offergeld maar de creditcards van de overledene. De verwestersing van Chinese tradities kan niet treffender uiteengezet worden. In een prachtig, aan haar jeugdherinneringen gewijd hoofdstuk somt Pan de lekkernijen die na de communistische machtsovername in Shanghai verdwenen op; het gaat maar om geroosterde kastanjes, miesoep en walnootpuree, maar je krijgt er koude rillingen van.

Een onderwerp waar elk van hen uitvoerig op ingaat, is de positie van de vrouw. Dat is er altijd een van afhankelijkheid. In hoeverre de vrouwen zich aan die afhankelijkheid weten te ontworstelen, hangt af van omstandigheden en persoonlijkheid. Terwijl de grootmoeder van Jung Chang als gekooide concubine van een oorlogsheer op gebonden voetjes voorstrompelt en die van Lynn Pan zelfmoord verkiest boven berusting, gaat Denise Chongs grootmoeder de strijd met haar lot aan. Hoewel ze in naam de bijvrouw van de immigrant blijft, weet ze een zo grote zelfstandigheid te bevechten dat ze zich in de Canadese Chinatowns kan vertonen in een mannenkostuum. Deze drie vrouwen zijn slechts een kleine greep uit het scala van onbeminde echtgenotes, aangeschafte of afgedankte concubines, ongewenste dochters of, naarmate de geschiedenis vordert, dubbelbelaste werkpaarden en weggezuiverde prostituées die in de drie boeken voorkomen.

Staalproduktie

Anders van toon dan deze door vrouwen geschreven familiegeschiedenissen is de roman Leven! van de jonge schrijver Yu Hua (1960), door Zhang Yimou vorig jaar verfilmd als Lifetimes. Voor wie Wilde Zwanen gelezen heeft, zegt Leven! niets nieuws over de geschiedenis van China. Hooguit geeft het er een wat luchtiger versie van. Het bevat het levensverhaal van de oude boer Fugui, door hemzelf verteld aan een rondtrekkende verzamelaar van volksliedjes. Geboren als zoon van een landeigenaar in het feodale China, hangt hij in zijn jeugd de beest uit en verkwist na zijn huwelijk het familiebezit. Dit brengt hem tot inkeer. Om zijn gezin te kunnen onderhouden pacht hij een piepklein stukje grond uit het vroegere familiebezit, waar hij de rest van zijn leven in harde arbeid slijt.

Burgeroorlog, revolutie, de Grote Sprong Voorwaarts, de Culturele Revolutie - het treft Fugui en zijn gezin zoals het miljoenen plattelandsgezinnen treft, maar Fugui blijft betrekkelijk welgemutst. In Leven! vindt geen reflectie plaats. De gebeurtenissen volgen elkaar op, vaak in een wat groteske vorm. Zo komt Fugui per ongeluk terecht in het nationalistische leger en na de capitulatie daarvan in het volksbevrijdingsleger. Het verschil lijkt er voor hem weinig toe te doen. Na een paar jaar weer teruggekeerd in zijn dorp, beschrijft hij, steeds op dezelfde laconieke wijze, de campagnes van 'al die Anti's', zoals de instelling van volkscommunes en verplichte eetzalen, en de afschaffing ervan; en de verplichte inlevering van potten en pannen ten behoeve van de nationale staalproduktie, en vervolgens - wanneer Mao zich bedenkt - de gezamenlijke tocht van de dorpelingen naar de stad voor de aanschaf van nieuwe pannen.

Soms neig je ertoe de beschrijvingen met een korrel zout te nemen, bijvoorbeeld wanneer de dorpelingen ijzer proberen te smelten in kokend water - na twee maanden koken heeft het metaal nog niets van zijn hardheid verloren. Maar als je bij Jung Chang gelezen hebt hoe Mao iedere school, ziekenhuis of ander instituut verplichtte permanent metaal te smelten, zodat chirurgen om de haverklap hun operatiekamers verlieten en leraren hun klaslokalen om het oventje op te stoken, dan lijkt Yu Hua's beschrijving niet meer verzonnen. Dan is het alleen maar een bevestiging van wat de afgelopen halve eeuw Chinese geschiedenis eigenlijk is: een lugubere aaneenschakeling van absurditeiten.

    • Helen Saelman