Motorfiets vindt bestemming als peperduur vrijetijdsartikel

AMSTERDAM, 6 OKT. De 'motorfietsgolf' is weer voorbij, maar de motorbranche is tevreden. Hoewel de verkopen in 1994 20 procent onder die van 1993 lagen (18.000 stuks vorig jaar tegen 22.700 in 1993) ziet de RAI de toekomst niet somber in.

J.A. van Doorn, voorzitter van de afdeling Gemotoriseerde Tweewielers van de RAI, erkent dat de verkopen in de eerste helft van dit jaar alweer minder zijn, maar hij put moed uit het feit dat het maar vier procent minder is. Dat dat had veel erger kunnen zijn. “De motorfiets is nu eenmaal geen noodzakelijk gebruiksgoed”. Hij verwacht dat de verkopen dit jaar ergens tussen de 17.000 en de 18.000 zullen uitkomen. Van Doorn wijst op marktonderzoek waarin wordt voorspeld dat de verkopen opnieuw zullen aantrekken, tot 19.500 in 1999.

Voor dergelijke speculaties leent de motormarkt zich zeer goed, want de verkoopgrafieken laten een grillig beeld zien. Na de oorlog zijn de verkopen drie keer boven de 18.000 gekomen: de eerste keer was in 1955, toen de motor vooral een vervoermiddel was. Met de opkomst van de kleine auto stortte die markt in en jarenlang werden er niet meer dan 3.000 motoren verkocht. In het begin van de jaren zeventig ontdekte de geboortegolf de recreatieve waarde van de motor en mede dankzij de komst van de gebruiksvriendelijke Japanse motoren schoten de verkopen omhoog. In 1978 bereikte de tweede motorgolf zijn top: 18.500. De economische teruggang die toen inzette wierp de verkopen weer terug tot een niveau van 8.000 in 1980, maar daarna ging het weer crescendo, tot aan het absolute record dat in 1993 werd bereikt: 22.700 stuks.

De motorfiets heeft inmiddels zijn bestemming gevonden: een prijzig vrijetijdsartikel, in zekere zin de opvolger van de sportauto. Van deze ontwikkeling profiteren de Europese fabrikanten nu meer dan de Japanse. In Nederland moesten Honda, Suzuki, Yamaha en Kawasaki het afgelopen jaar een flinke veer laten, maar BMW, Triumph, Moto Guzzi en Ducati verkochten hetzelfde of meer en vergrootten zo hun marktaandeel.

Moderne fabricagetechnieken hebben de Europese motoren relatief goedkoper gemaakt, anderzijds heeft de dure yen de prijs van de Japanse motoren doen stijgen. Daarbij komt dat de Europese motoren in de ogen van veel motorliefhebbers meer 'klasse' hebben. Vooral BMW, het uit zijn as herrezen Triumph (Engeland) en Ducati (Italië) slagen er steeds weer in motorfietsen te maken die er modern uitzien, maar in vormgeving en techniek duidelijk zijn te onderscheiden van het Japanse aanbod. Datzelfde lukt ook Harley Davidson nog steeds. Honda en Yamaha zullen op de komende MotoRai (26 tot en met 29 oktober) motorfietsen tonen die voor een leek nauwelijks van het voorbeeld uit Amerika zijn te onderscheiden. De kenner ziet het echter meteen, en hij hoort het ook, want het uitlaatgeluid van het oertype uit Milwaukee is onmiskenbaar anders.

Op de komende RAI zullen ook twee Italiaanse merken te zien zijn die het nieuwe elan van de Europese motorindustrie symboliseren: Laverda en Aprilia. Laverda, bij motorliefhebbers bekend van de zware twee- en drie cilinders uit de jaren zeventig, zal zijn nieuwe en zeer elegante 650 cc tweecilinder tonen. Veel bekijks zal ook de 650 cc eencilinder van Aprilia trekken. Deze motor is ontworpen door de beroemde Franse ontwerper Philippe Starck. Starck oriënteerde zich op klassieke Europese voorbeelden, maar ontwierp toch een motor die boordevol zit met nieuwe vondsten. De importeur wordt regelmatig gebeld door design-liefhebbers die willen weten in welke winkel je zo'n motor kunt kopen, en en passant meedelen dat ze nog wel hun rijbewijs moeten halen.