Lijken vissen uit een ondiep meer

Gerhard Roth: Der See. Uitg. Fischer, 236 blz. ƒ 53,20

Gerhard Roth is een gedreven schrijver. Luchthartigheid is niet zijn stijl. Hij lijdt aan de wereld, in het bijzonder aan Duitsland en zijn eigen land Oostenrijk, waar in zijn ogen Dantes Inferno een permanent tehuis heeft gevonden. De geschiedenis en de daaruit voortgekomen instituten van zijn geboorteland zijn bij hem alle voorzien van een minteken: Oostenrijks oorlogen waren massamoord, de rechtspraak stond in dienst van onderdrukkend staatsgeweld, de kerk fnuikte het karakter van de gelovige, kunstenaars werden verdreven, kritische randfiguren gek verklaard en in gestichten opgesloten. Nog sterker dan andere volkeren zijn Oostenrijkers geneigd in onderdanigheid aan het gezag te martelen en te moorden, denkt Roth, die de afgelopen zomer in een interview zei dat 40 procent van zijn landgenoten nazi's zijn.

Als eerste roman sinds zijn vaak indrukwekkende Die Archive des Schweigens, een cyclus van zeven romans, essays, reportages en egodocumenten die hij in 1991 afsloot, is nu Der See verschenen. Hoofdpersonage in het boek is de Neusiedler See, Oostenrijks grootste meer gelegen aan de Hongaarse grens aan het begin van de zich in oostelijke richting uitstrekkende Pannonische vlakte. Aan de oever, in de plaatsjes eromheen, in het ondiepe water, waaruit, onontkoombaar bij Roth, lijken in stukken en brokken worden opgevist, speelt zich een ondoorzichtig, onopgelost blijvend drama af: Paul Eck, vertegenwoordiger in geneesmiddelen, waarvan hijzelf een verslaafd gebruiker is, wordt uitgenodigd voor een boottocht met zijn gelijknamige vader. Deze blijkt alleen spoorloos met zijn schip verdwenen te zijn. Is hij verongelukt in een tyfoon die het gebied heeft overvallen, is hij geliquideerd door 'zakelijke contacten' uit de wapenhandel, waarmee de in de streek prominente vader Eck zijn vele geld verdiende?

De zoon doet nasporingen, maar ver komt hij niet. Er is een muur van zwijgen opgetrokken rondom de plaatselijke geheimen. Alleen de onderhuidse gewelddadigheid van deze dorpse samenlevingen spat hem in het gezicht als hij bij aankomst aan het meer in een eendenjacht terecht komt, die meer lijkt op de moordadige executie van opgeschrikte vogels dan op een sport. Eck junior is ook niet immuun voor het geweld. Hij probeert een tegen buitenlanders razende politicus dood te schieten, maar zijn in de winkel van papa gekochte pistool weigert. Niet hierom, maar wegens de verdenking dat hij de hand heeft gehad in zijn vaders verdwijning wordt hij door de politie verhoord en gevolgd. Het leidt tot niets, zoals het hele onderzoek naar het mysterie verzandt in het spel van verzwijgen en verdringen, dat Gerhard Roths levensthema is.

Der See is een direct vervolg op Roths cyclus: er is weer veel stilte in het boek, het meeste wordt niet uitgesproken, het gedrag van protagonist Paul Eck junior blijft raadselachtig. Roths these dat de mens met elke handeling schuld op zich laadt en dat de morele scheidslijn tussen speurder en dader geen lijn maar een grijze zone is speelt door alles heen. Niet alleen door het weer opduiken van oude personages heeft men vaak het gevoel dat Roth zich herhaalt, maar ook door de toon, de stijl, de 'plot'. Der See is geen mislukte roman, het boek boeit en heeft nu en dan verrassende wendingen. Maar een stap verder, een schot in de roos na de barrage die de zevendelige cyclus Die Archive des Schweigens op Oostenrijk afvuurde is het niet.