Lenny Kravitz vertaalt jaren '70 naar het heden

Concert: Lenny Kravitz. Gehoord: 5/10 Paradiso, Amsterdam.

Na de Rolling Stones en (Voorheen) Prince scoorde Lenny Kravitz een derde plaats op de ranglijst van de meest gewilde Paradiso-concerten van het jaar. Kaartjes gingen op de zwarte markt van de hand voor tweehonderd gulden en iedereen was zich bewust van het feit dat het een buitenkansje was om de Amerikaanse ster in de Amsterdamse poptempel te zien optreden, terwijl hij met gemak een zaal van Ahoy-formaat zou uitverkopen.

Kravitz liet dan ook niet na om vanaf het podium omstandig uit te leggen waaròm hij hier aan het begin van zijn tournee wilde staan. Zes jaar geleden maakte hij zijn Europese debuut in Paradiso en bij de internationale triomftocht die volgde, moest hij nog vaak denken aan het Nederlandse publiek dat zijn lijflied Let love rule met tweestemmige samenzang tot meer dan twintig minuten had gerekt.

Gisteren deden Kravitz en een vol Paradiso dat nog eens uitbundig over, met dien verstande dat er nu geen nerveuze debutant, maar een doorgewinterde rockheld op het podium stond. Het samengeraapte groepje huurmuzikanten van toen heeft plaats gemaakt voor een adembenemend strakke rock- en funkband, waarin vooral de gekooide drumster Cindy Blackman de aandacht trok met opzwepend spel en een funky uiterlijk. Omringd door muzikanten met lang kroeshaar en achtergrondzangers met kaalgeschoren koppen, liet Kravitz zich gelden als een muzikale nazaat van Sly Stone, John Lennon, Curtis Mayfield en Jimi Hendrix. De drumroffels in het titelnummer van zijn recente album Circus leenden zich prima om er zijn lange dreadlocks bij in de lucht te gooien, waarbij hij een visuele gelijkenis met Bob Marley over zich afriep.

Het zou al te flauw zijn om te beweren dat er weinig ontwikkeling in de muziek van Lenny Kravitz te bespeuren valt. Van meet af aan greep hij met zijn muziek terug op het pop- en soulverleden, met nadruk op de vroege jaren zeventig. Hoewel hij nooit letterlijk citeerde uit het werk van zijn grote voorbeelden, koppelde hij het songschrijverstalent van Lennon aan de funk van Sly & the Family Stone, zong hij met de falset van Mayfield en stak hij Hendrix naar de kroon met doorleefde gitaarrock. In zijn kielzog ontwikkelde zich een stroming die retro-rock werd gedoopt; een benaming die weinig recht doet aan de eigentijdse opwinding die deze muziek veroorzaakt. In tegenstelling tot de Stones hoefde Kravitz geen fotomodellen in te huren, om in Paradiso verzekerd te zijn van enthousiaste mooie meisjes op de voorste rijen.

Hoe soepel Lenny Kravitz de sfeer van de seventies naar het heden vertaalt, mocht blijken uit de manier waarop hij het lieve hippieliedje met dwarsfluit Fields of joy liet ontaarden in een rockende meezinger van stadionformaat. De ouderwetse spiegelbol en de gitaar met bloemetjes in het quasi-naïeve Believe in yourself dienden slechts als afleidingsmanoeuvre, want in harde rocksongs als Stop draggin' around sleepte hij het publiek mee in een van alle overbodige franje ontdane maalstroom van rock en soul. Wie ooit dacht dat Robert Cray het gevoel van oude Stax-platen wist te raken, hoefde de blazers van Lenny Kravitz maar te horen om te weten dat juist de ruwe passie van de meest swingende soulmuziek uit het verleden hier veel beter werd benaderd.

Kravitz voerde zijn optreden naar een climax met de raciaal gekleurde protestsong Mr. cab driver gevolgd door een emotioneel Let love rule, het kampuurlied dat een einde maakt aan alle andere kampvuurliederen. Na de toepasselijke groove van It ain't over 'til it's over gaf hij zijn publiek een vervreemdende boodschap mee naar huis met de enerverende staccato-rock van Rock and roll is dead, een songtitel die als een contradictio in terminis kan worden bijgeschreven in de hitarchieven. Lenny Kravitz houdt niet alleen de herinnering aan hoogtepunten uit het popverleden levend, maar voegt er voldoende vers bloed aan toe om de rock & roll op volle kracht naar de volgende eeuw te tillen.

    • Jan Vollaard