Gergjevs Tosca: toren van Pisa die niet meer gestut kan worden

Concert: Tosca van G. Puccini door de Kirov Opera o.l.v. Valery Gergjev m.m.v. o.a. Valentina Tsydipova, Vladimir Galuzin, Sergej Kunajev en Viktor Chernomortsev. Gehoord: 4/10 Muziekcentrum Vredenburg Utrecht.

De tour de force van de St. Petersburgse Kirov Opera heeft dan toch zijn tol geëist. De Tosca die gisteren onder leiding van ster-dirigent Valery Gergjev in concertante vorm werd uitgevoerd in Muziekcentrum Vredenburg, werd niet alleen geteisterd door een Cavaradossi die zijn medewerking al na de eerste akte moest staken. Maar, en dat is bedenkelijker, de Utrechtse Tosca-uitvoering had veel weg van een openbare repetitie, van een collectieve leesoefening voor dirigent en orkest.

Menselijkerwijs gesproken was het ook eigenlijk onmogelijk. Op topniveau in zes Europese steden zes verschillende programma's brengen binnen één week, het blijkt zelfs voor de legendarische Kirov Opera een te zware opgave. Mazeppa in Bremen en Brussel, eveneens in de Belgische hoofdstad nog een opera van Rimsky-Korsakov, het Verdi-Requiem in Amsterdam, in Utrecht Tosca, de Sacre in Rouen, en ten slotte een Borodin-opera in Londen. Het is een krachttoer die zijn weerga nauwelijks kent.

Maar Valery Gergjev, vorige week nog met veel aplomb welkom geheten als de nieuwe chef-dirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, heeft daarnaast reden genoeg om de hand in eigen boezem te steken. Het zou zijn eer te na moeten zijn om in de openbaarheid te treden met een partituur die hij niet, of in het gunstigste geval onvoldoende, kent. Gergjev hield zijn blik noodgedwongen strak op de notentekst gericht; de orkestleden moesten het ditmaal doen met een even vehemente als onduidelijke gebarentaal zonder sturend oogcontact.

In ritmisch opzicht werd Puccini's bouwwerk daardoor een overhellende toren van Pisa die nauwelijks nog probaat gestut kon worden. Dynamische nuancering was ver te zoeken. Passages waar Puccini wisselende sterktegraden voorschreef bleven veelal op een te luid volume doorrazen; viervoudig piano (einde tweede acte) werd op zijn best pianissimo uitgevoerd. En met de fortissimo-momenten beoogde de componist toch echt meer te bereiken dan het bombastisch exhibitionisme waarmee het eerste bedrijf werd uitgeluid. Kortom, Gergjevs aanpak liet - voor de verandering - veel te wensen over.

De solisten konden met deze begeleiding geen optimale prestaties leveren. Cavaradossi de Eerste, een door verkoudheid geplaagde tenor Vladimir Galuzin, zag zich al bij zijn eerste hoge b genoodzaakt te schmieren en moest later zelfs matenlang verstek laten gaan. In Sergej Kunajev werd tijdens de pauze weliswaar een Cavaradossi de Tweede gevonden, maar ook hij was wisselvallig.

Valentina Tsydipova (Tosca) is een competente sopraan, maar in dramatisch opzicht kon zij nauwelijks overtuigen. Haar aria Vissi d'arte bleef aan de vlakke kant. Victor Chernomortsev haalde, als een gekwelde Scarpia die een oprechte liefde voor Tosca leek te koesteren, nog het meeste uit zijn rol. Maar het is nauwelijks een te stoute gevolgtrekking dat na deze openbare repetitie, het serieuze werk aan Tosca voor de Kirov Opera nog moet beginnen.

    • Emile Wennekes