Gebroken

De glasbak in mijn buurt is meestal zo vol dat er ook flessen op de grond zijn neergezet. Komt de ophaaldienst misschien maar één keer per week? Het kan ook dat de mensen in het Franse dorp waar ik woon zoveel drinken dat de leeggehaalde bak in een dag weer is gevuld.

Die overvloed is een meevaller voor de vaste zwerver in mijn buurt. Het komt nogal eens voor dat enkele flessen op de grond niet helemaal leeg zijn. Wijn, bier, whiskey, port, het maakt hem niets uit wat er in de fles zit. Hij bukt zich en drinkt alles achter elkaar op.

Laatst stond op de glasbak een prachtige schaal. Ik stelde me voor wat er gebeurd was. Iemand had de laatste appel gegeten, wilde de schaal eens goed wassen en liet hem ineens uit z'n handen vallen. Misschien schrok hij omdat hij onverwacht door iemand werd geroepen of dacht hij even aan iets wat hij veel belangrijker vond dan die schaal. Hij wist even niet meer dat hij die vasthield.

Het glazuur van de schaal schitterde in de zon. Als je hem van voren bekeek zag je niet eens dat hij stuk was. Ja, opzij, daar was een flinke hap uit. Toch begreep ik waarom een onbekende dorpsgenoot hem op de bak had gezet.

De schaal was te groot voor de opening. Je moest hem eerst verder breken voor hij in de bak kon verdwijnen. En daar was hij veel te mooi voor. De schaal had misschien wel tientallen jaren in hetzelfde huis gestaan. Wie hem ooit had bezeten kon het niet over z'n hart verkrijgen hem verder te vernielen.

Een week later stond hij er nog. De mannen van de ophaaldienst waren voor al die flessen intussen wel een paar keer langsgekomen. Maar de schaal hadden ze niet meegenomen. Ik wilde hem nu beter bekijken en liep naar de bak toe. Hoe was het mogelijk dat een kapotte schaal toch nog aan een tweede leven was begonnen. Het leek wel een bezienswaardigheid.

Ik had de zwerver achter mij niet horen aankomen.

“Laat nou staan”, zei hij. “Dat ding staat daar toch goed.”