Een verstandshuwelijk in Zuid-Afrika

KAAPSTAD, 6 OKT. Als een zwarte en een blanke man op straat in Johannesburg in een heftige woordenwisseling zijn verwikkeld, kijkt niemand op. Als het president Nelson Mandela en vice-president Frederik Willem de Klerk zijn, en er is toevallig een fotograaf in de buurt, is het politiek voor de voorpagina. Zwaaiende vingers, gezichten die strak staan van ingehouden boosheid, minister Pik Botha die de heren probeert te kalmeren: gaat het wel zo goed met Zuid-Afrika's wonderlijke coalitieregering?

Mandela en De Klerk zijn geen vrienden. De winnaars van de Nobelprijs voor de Vrede, die blank en zwart Zuid-Afrika door de woelige jaren tussen apartheid en democratie loodsten, gaan op z'n best hoffelijk met elkaar om. De leiders van het Afrikaans Nationaal Congres en de Nationale Partij zijn partners in een verstandshuwelijk, de regering van nationale eenheid die tot 1999 aan het bewind zal zijn. De Klerk, de man die zich uit de macht onderhandelde, vergeleek het onlangs met een huwelijk waarin man en vrouw bij elkaar blijven omwille van het kind, “de achttien maanden oude baby Zuid-Afrika”.

Warme vriendschap is niet nodig in een coalitie maar de uitbarsting op het trottoir, vorige week, toonde dat de verhouding tussen de twee kil is. Het is een afspiegeling van de dieper liggende spanningen tussen de regeringspartijen. De aanleiding leek triviaal. Mandela had vlak ervoor in een toespraak voor een bijeenkomst van zakenlieden gezegd dat de regering de enorme misdaad in het land heeft geërfd van “het vorige regime”. De Klerk, president van dat regime, zat in het publiek. Mandela noemde als voorbeeld een recent bezoek aan een plaats waar de politie in de blanke wijken negentien auto's tot haar beschikking had en in de zwarte wijken slechts drie. Feitelijk was er weinig op aan te merken maar De Klerk ontstak in woede. Buiten namen de heren elkaar onder handen, en het conflict lag op straat.

De 'regering van nationale eenheid' is een paradoxale oefening in consensuspolitiek. De partijen die samen regeren, zijn tevens elkaars politieke opponenten. De dominante partij, het ANC, vertoont steeds meer de neiging haar stempel te drukken op het beleid. De ongeduldige aanhang moet zien dat de macht nu werkelijk in handen is van de zwarte meerderheid. De kleinere coalitiepartijen, de NP en de Inkatha Vrijheidspartij, klagen meer en meer over hun plaats in de aanhangwagen. Vice-president De Klerk staat onder grote druk van zijn partij om duidelijker afstand te nemen van het ANC. Tegelijk bestrijden de NP en Inkatha vanuit hun meerderheidsposities in de provinciale regeringen van de Westkaap en KwaZulu/Natal als ze maar even de kans hebben de centrale regering. In die nieuwe politieke dynamiek leiden wisselende bondgenootschappen en oppositierollen niet alleen tot spanningen in de coalitie, maar ook binnen partijen.

De NP-regering van de provincie Westkaap vocht onlangs voor het Constitutionele Hof een aantal proclamaties aan van president Mandela, omdat deze de bestuursbevoegdheid van de provincie op het gebied van lokale overheden zouden aantasten. De proclamaties waren bedoeld om de gemeenteraadsverkiezingen van 1 november mogelijk te maken. Het Hof gaf de provincie gelijk en oordeelde dat het parlement deze besluiten niet had mogen delegeren aan de president. Het parlement moet nu volgende week in een extra zitting bijeenkomen om wetgeving aan te nemen. De uitspraak is van vele kanten toegejuicht als een eerste bewijs van de onafhankelijkheid van het nieuwe Hof want een aantal rechters staat bekend als ANC-sympathisanten.

Het Hof mag de president op de vingers hebben getikt, De Klerks Nationale Partij leed er het meest onder. De provinciale leiders, onder wie de Kaapse premier, Hernus Kriel, die als potentiële opvolger van De Klerk wordt gezien, klopten zichzelf op de borst: zij hadden het aangedurfd het ANC “aan te pakken”. De NP-ministers in de centrale regering zijn echter gebonden aan het kabinetsbesluit om de proclamaties nu in wetgeving om te zetten. Ze probeerden nog de proclamaties over de Westkaap-provincie los te koppelen van de rest, maar het ANC hield dat met zijn meerderheid in het kabinet tegen. Nu staan de NP-parlementariërs voor het dilemma: moeten ze hun partijgenoten in de regering steunen of hun partijgenoten in de provincie, die de 'Nats' eindelijk weer eens wat politiek profiel hebben gegeven?

Het conflict komt op een politiek geladen moment: 's lands meest vooraanstaande politici zijn begonnen met hun campagnes voor de gemeenteraadsverkiezingen. Op de zeepkist zijn ze gedwongen weer afstand te nemen van hun coalitiepartners. Dat gaat in Zuid-Afrika zelden subtiel. De Klerk heeft in een toespraak al gezegd dat het imago van het ANC “in scherven ligt”, omdat het zijn verkiezingsbeloften van vorig jaar niet is nagekomen. Mandela kritiseerde “Mickey Mouse-partijen die de verkiezingen vorig jaar hebben verloren en die voornamelijk blanken vertegenwoordigen” - een verwijzing naar de NP die zich wil profileren als multi-raciaal. NP-ministers zijn volgens Mandela “tam” in het kabinet, terwijl ze het ANC buiten de deur aanvallen. Waarop de vice-president reageerde dat Mandela “goede manieren niet verkeerd moet interpreteren”.

Zo zal het voorlopig doorgaan. De Klerk heeft geen moeite met politieke aanvallen tussen partijleiders in de campagne. “Maar een aantal uitlatingen van president Mandela gedurende de afgelopen weken waarbij hij in zijn hoedanigheid als president optrad, schept uiteraard ernstige spanningen binnen de regering van nationale eenheid”, stelde hij. De NP-leider verklaarde onlangs dat hij in de regering zal blijven zolang zijn partij haar “waardigheid en integriteit” kan behouden. Hij wil nu “ernstig en reguit” met Mandela praten om verdere trottoir-onderonsjes te voorkomen. De kiezer moet intussen zelf maar uitmaken wie nu bij wie hoort.

    • Peter ter Horst