Een doos met 200 bonbons uit het prentenkabinet Basel

Tentoonstelling: Zu Ende gezeichnet. Tekeningen van Dürer tot heden uit het prentenkabinet van het Kunstmuseum Basel. T/m 5 nov. Westfälisches Landesmuseum, Domplatz 10, Münster. Di t/m zo 10-18u. Catalogus DM 35,-

Tentoonstellingen met titels als Honderd meesterwerken uit... hebben iets van een doos bonbons: veel verschillende smaken, maar bijna allemaal lekker en zoet. Ook de selectie van tweehonderd tekeningen uit het prentenkabinet van het Kunstmuseum Basel, die tot begin november in Münster te zien is, heeft dit karakter. Onder de titel Zu Ende gezeichnet - van Dürer tot nu krijgt de bezoeker een rijkgeschakeerd beeld gepresenteerd met relatief veel Zwitserse 'chocolade'. De verpakking is echter wat opdringerig uitgevallen. Elke zaal van het Westfälisches Landesmuseum in Münster heeft een eigen kleur: hardgeel, lichtblauw en zachtgroen.

Bij de vroege tekeningen trekken enkele bizarre voorstellingen van Urs Graf (1485-1527/29) onmiddellijk de aandacht. Het oeuvre van Graf, die in Basel woonde en werkte, bestaat vrijwel uitsluitend uit pentekeningen. Een aantal thema's zoals de gevangenneming van Christus en de onthoofding van een heilige is bekend, maar de heftigheid van sommige tekeningen verbaast. Terwijl de beul de geknielde vrouw (de heilige Barbara?) stevig bij haar haar vasthoudt, verkeert het slachtoffer met half ontblote boezem zichtbaar in extase. Vreemder is de scène van een naakte vrouw die op een rots midden in een meer met een zwaard zelfmoord pleegt, terwijl een man, die volgens de titel zelf aan het verdrinken is, toekijkt.

Op een heel andere manier verrast een schitterend portret van Albrecht Dürer, een tijdgenoot van Graf uit Neurenberg. De krijttekening van een invloedrijke kardinaal is zo levendig dat je het gevoel hebt of je de man kent. Het Kupferstichkabinett Basel bezit ruim tweeduizend tekeningen van oude meesters, waarvan ongeveer tweederde afkomstig is van een schenking die in 1661 de aanleiding vormde tot de oprichting. Deze verzameling van de Baselse jurist Amerbach en zijn zoon omvatte onder meer 115 tekeningen van Graf en vijftig van Hans Holbein de Oude.

Bij de samenstelling van de expositie is niet gekozen voor schetsen, maar voor uitgewerkte, autonome tekeningen en voorstudies. De vraag wanneer een tekening werkelijk 'zu Ende' of 'af' is, blijkt echter niet eenvoudig te beantwoorden. Moet een blad tot de rand volgetekend zijn, zoals bij de Zwitser Adolf Wölfli, die zijn leven in een psychiatrische inrichting doorbracht? Toch ziet een verfijnd getekend stilleven van Paul Cézanne dat naar de randen toe vervaagt, er zeker niet onaf uit. Vergeleken met de kleurrijke decoratieve patronen op de schilderijen van de Oostenrijker Gustav Klimt, lijkt zijn portret van Ria Munk (1917-1918) misschien een vluchtige schets, maar juist het persoonlijke, transparante handschrift maakt de tekening tot een uniek kunstwerk.

Behalve 140 schetsboekbladen van Cézanne zijn er tekeningen van meesters als Böcklin, Picasso, Braque, Léger, Giacometti, Oldenburg en Raetz. In de twintigste eeuw stellen kunstenaars als de Zwitser Paul Klee het worden boven het zijn, schrijft Dieter Koepplin, hoofd van het prentenkabinet, in de catalogus. Met andere woorden, het proces is belangrijker dan het resultaat. Tussen de zoekende, experimentele fase en de voltooiing van een tekening zijn geen scherpe grenzen aan te geven. De mooiste voorbeelden hiervan zijn de meditatieve tekeningen van de Amerikaan Brice Marden die geïnspireerd zijn op Chinese en Japanse kalligrafie.

    • Din Pieters